V6be 2025-2026 5.4 Opties schrijven

Begintaak
Lees het artikel
(5 minuten)
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Begintaak
Lees het artikel
(5 minuten)

Slide 1 - Tekstslide

Beantwoord deze vragen
  1. Waarom is de koersontwikkeling van de Bitcoin lastig te verklaren
  2. Wat is het advies van de geciteerde econoom?
  3. Waarom is dat voor bezitters van Bitcoins  lastig op te volgen?
  4. Kan je nog winst maken met de Bitcoin?

Slide 2 - Tekstslide

5.4 Opties

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

5.4 Opties schrijven

Slide 7 - Tekstslide

Op het CE moet je het rendement op opties kunnen analyseren. Bij het gebruik van opties horen een aantal belangrijke begrippen. Koppel de begrippen aan de definities.
Uitoefenprijs
Expiratiedatum
Optiepremie
Onderliggende waarde
Het product dat gekoppeld is aan de optie.
De prijs van de optie.
Het bedrag waartegen het gekoppelde product gekocht of verkocht kan worden.
De uiterste dag waarop de optie uitgeoefend kan worden.

Slide 8 - Sleepvraag

Meghan wil beleggen in opties en kiest voor OPTIE 3. Ze koopt twee van deze opties, die elk als onderliggende waarde 100 aandelen hebben. De uitoefenprijs en optiepremie zijn per aandeel. Bereken het rendement in euro's op deze optie op 19 maart 2021, als op die dag de koers van een aandeel TKW € 84,30 bedraagt. (€ x,xx)

Slide 9 - Open vraag

Uitwerking
Koers < uitoefenprijs, dus de optie wordt niet uitgeoefend. Maar de optiepremie dient wel betaald te worden.

Oftewel:
Opbrengsten verkoop van de aandelen: € 0,00
Kosten van deze optie: 2 x 100 x € 2,52 = € 504,00
Rendement: € 0,00 - € 504,00 = - € 504,00

Slide 10 - Tekstslide

Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling I: Iemand die opties gekocht heeft (zonder dat hij/zij ook de aandelen al heeft) loopt een groter risico in procenten ten opzichte van het ingelegde geld dan iemand die alleen aandelen heeft gekocht

Stelling II: Iemand die opties heeft gekocht loopt een groter risico in euro's dan iemand die uitsluitend aandelen heeft gekocht.
A
Stelling I is juist; Stelling II is onjuist
B
Stelling I is onjuist; Stelling II is juist
C
Stelling I en II zijn allebei onjuist
D
Stelling I en II zijn allebei juist

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Als een belegger een call optie schrijft, heeft hij de plicht om aandelen te ...(1)... tegen de uitoefenprijs. Het schrijven van een call optie wordt ook wel een ...(2)... genoemd. De belegger verwacht dat de koers van het aandeel niet verder zal stijgen en wil zoveel mogelijk optiepremie verdienen. Het potentiële verlies is ...(3)...


A
1 = verkopen, 2 = long call, 3 = oneindig
B
1 = kopen, 2 = long call, 3 = gelijk aan de optiepremie
C
1 = verkopen, 2 = short call, 3 = oneindig
D
1 = kopen, 2 = long call, 3 = oneindig

Slide 44 - Quizvraag

Aude schrijft op 1 april drie call opties MWL voor € 6,50 per aandeel. De uitoefenprijs is € 153 per aandeel en de expiratiedatum is 16 mei. Eén call optie geldt voor 100 keer de onderliggende waarde.

Bereken het verwachte rendement in euro’s dat Aude met deze belegging behaalt als op 16 mei de beurskoers van MWL is gedaald naar € 140.
A
€ -650
B
€ -1.950
C
€ 650
D
€ 1.950

Slide 45 - Quizvraag

Maken
5.70 tm 5.72

Slide 46 - Tekstslide