van Escoffier tot jouw bord
KOK ZWK 3 · Keukenorganisatie · Hoofdstuk 9 · p. 298–326
Zelfstandig werkend kok · MBO niveau 3 · leerjaar 3, week 2
van Escoffier tot jouw bord
KOK ZWK 3 · Keukenorganisatie · Hoofdstuk 9 · p. 298–326
Zelfstandig werkend kok · MBO niveau 3 · leerjaar 3, week 2
Verdeel de klas in 3 gelijke groepjes
Deel je A3 papier op in 4 delen
Agenda
Opening: Is dit gastronomie?
Definitie: Mindmap + wetten van de maag
Tijdlijn: Restaurants, Escoffier, Bocuse
Zelfscan: Eisen van een gastronoom
Smaaklab: Proeven en combinenren
De match: Eindopdracht + pitches
Afsluiting
Wat kun je na deze les?
uitleggen wat gastronomie betekent, en waarom gastheerschap en ambiance daarbij horen
de drie kantelpunten in de geschiedenis benoemen en wat daarvan terugkomt in jouw keuken
de vier basissmaken herkennen en uitleggen hoe ze elkaar beïnvloeden
het smaakprofiel van een drank en een gerecht bepalen
een drank-spijscombinatie beoordelen én met één ingreep verbeteren
Eens
Niet eens
Popcorn en cola in de bios is gastronomie...
Gastro + nomos
Wie gastronomisch eet, kan drie dingen:
Product: de kwaliteit van producten waarderen
De kok: het vakmanschap in de bereiding herkennen
De gastheer: de vakbekwaamheid van de bediening waarderen
Maak een mindmap met je groepje:
Zet gastronomie als centraal woord neer
Verbind deze met termen die bij gastronomie horen
gastronomie = "de wetten van de maag"
Tijdlijn-estafette
De eerste restaurants
Uit eten werd een keuze
August Escoffier
Brigade systeem
Standaard recepten
Moderne keukenhiërarchie
Bocuse en nu
Nouvelle cuisine
Geen standaard recepturen
Moluculaire gastronomie
Euro-Toques
Opdracht: Zoek 1 recept van Paul Bocuse. Schrijf op je A3 wat je opvalt
Wat moet je kunnen als gastronoom?
Scoor jezelf op alle zeven punten: voldoende of onvoldoende,
met één zin waarom. Vul in op je A3 papier
Vakkundig zijn, je beheerst de techniek
Sociaal vaardig zijn, gast bedienen en adviseren
Inzicht in smaakverandering, je weet wat bereidingen met smaak doen
Product kennis hebben, je kent herkomst, seizoen en kwaliteit
Goed kunnen proeven, je proeft gericht, niet alleen "lekker"
Creatief zijn, je durft te combineren
Met de tijd meegaan, je volgt wat er speelt in het vak
SMAAKLAB
20 minuten · drie rondes · werkblad Bijlage 1
Spelregels bij het proeven
Ronde 0 · 3 minuten
Handen wassen
Ieder zijn eigen bekertje. Niemand drinkt uit een ander bekertje.
Spoelen tussendoor
Water en een hapje cracker tussen elke smaak. Anders proef je de vorige nog.
Eerst proeven, dán praten
Wie meteen roept wat hij proeft, stuurt de rest van het groepje.
"Lekker" bestaat niet
Je zoekt woorden: filmend, strak, romig, fris, droog, lang, kort.
Ronde 1 · De vier basissmaken puur
6 minuten · proef in deze volgorde · §9.8, p. 316
1 · Zoet
suikerwater
2 el suiker op 1 liter
2 · Zout
zoutoplossing
1 gram op 100 ml
3 · Zuur
jus d’orange
vers, of citroenwater
4 · Bitter
tonic
of ongezoete espresso
Noteer per smaak op je werkblad
Waar in je mond voel je het?
Hoe lang blijft het hangen?
Is het aangenaam — en waarom?
Ronde 2 · Smaken combineren
7 minuten · twee experimenten uit het boek
opdracht 9.14 · p. 318
Wat doet zoet met zuur?
1
Neem een slok jus d’orange. Beschrijf wat je proeft.
2
Neem een lepeltje honing.
3
Direct daarna weer een slok jus d’orange. Beschrijf opnieuw.
Conclusie: zoet doet met zuur…
opdracht 9.13b · p. 316
Drank en popcorn
Slok drank → popcorn → weer een slok. Wat gebeurt er met de drank?
zoute popcorn
zoete popcorn
zure popcorn
pikante popcorn
Ronde 3 · Wat doen de smaken met elkaar?
4 minuten · vul samen in met de tekens uit het boek: ☺ combineert goed · - botst · neutraal
Eerst het bord vullen met wat je nét geproefd hebt — daarna pas kijken wat het boek zegt.
Het reactieschema
KOK ZWK 3, p. 317
LET OP! (p. 318): het schema is niet sluitend. Zoet en zuur werkt prima binnen één gerecht, maar zelden tussen drank en gerecht.
De drie woorden die je vanaf nu gebruikt
§9.9 · p. 319–320
Mondgevoel
Wat het product fysiek doet in je mond
strak · filmend · romig · fris · droog
Smaakgehalte
Hoe krachtig de smaak is, hoeveel er in zit
laag · gemiddeld · hoog · krachtig
Smaaktype
Het karakter van de smaak
rijp · fris · kruidig · zoet · rokerig
mondgevoel + smaakgehalte + smaaktype = SMAAKPROFIEL
Rode kool naast twee producten
Het voorbeeld van p. 319: twee producten binnen één gerecht
MATCHT
Hachee met rode kool
rode kool naast hachee
Mondgevoel
filmend = filmend
Smaakgehalte
hoog = hoog
Smaaktype
rijp = rijp
Alle drie gelijk — daarom werkt het.
BOTST
Gepocheerde kabeljauw
rode kool naast kabeljauw
Mondgevoel
strak ≠ filmend
Smaakgehalte
laag ≠ hoog
Smaaktype
fris ≠ rijp
Het gerecht botst al met zichzelf — de drank kan dat niet meer redden.
De Perfecte Match
Per groepje · 10 minuten · dit is opdracht 9.18 p. 325–326
1
Smaakprofiel van je drank
stappenplan p. 320
2
Smaakprofiel van je gerecht
dezelfde drie factoren
3
Matcht het?
leg de profielen naast elkaar
4
Eén verbetering
ingrediënt, techniek of saus
5
Profiel ná de verbetering
wat is er verschoven?
6
Jullie pitch
60 seconden, één zin om te beginnen
Eén ingreep, niet drie.
Zo begint je pitch
60 seconden · gebruik het vakjargon van vandaag
"Wij serveren … bij …, want …"
In je pitch komen minstens deze woorden voor:
mondgevoel
smaakgehalte
smaaktype
basissmaken
En daarna: wat verandert er precies door jullie ingreep, en waarom lost dat het probleem op?
Wat kun je na deze les?
uitleggen wat gastronomie betekent, en waarom gastheerschap en ambiance daarbij horen
de drie kantelpunten in de geschiedenis benoemen en wat daarvan terugkomt in jouw keuken
de vier basissmaken herkennen en uitleggen hoe ze elkaar beïnvloeden
het smaakprofiel van een drank en een gerecht bepalen
een drank-spijscombinatie beoordelen én met één ingreep verbeteren
Terug naar het begin
Is popcorn met cola in de bioscoop gastronomie?
Exit ticket
Schrijf op een post-it: één smaakcombinatie die ik nu anders zou maken dan vorige week — en waarom. Plak hem op de deur.
Huiswerk
Opdrachten 9.01 t/m 9.09 (p. 298–309)
Opdracht 9.17: de zeven begrippen van §9.11 in eigen woorden
Eén foto van een drank-spijscombinatie die je tegenkwam, met één zin waarom die wel of niet werkt