5V Redox herhaling H11

H9 Redoxreacties 
herhaling
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

H9 Redoxreacties 
herhaling

Slide 1 - Tekstslide

even wat herhalen
  • Zorg dat je Binas tabel 48 bij de hand hebt
  • pen, papier en rekenmachine ook altijd handig bij scheikunde

Slide 2 - Tekstslide

wat weet je van redox reacties?
A
er wordt H+ overgedragen
B
er wordt e- overgedragen
C
er treedt een reactie met zuurstof op
D
er komt energie bij vrij

Slide 3 - Quizvraag

Hoe kun je op microniveau herkennen of het om een zuur-base-, neerslag of redoxreactie gaat?
Sleep de definities onder het juiste reactietype.
zuur-base reactie     neerslagreactie      redoxreactie
overdracht e-
overdracht H+
gehydrateerde ionen gaan naar ionrooster

Slide 4 - Sleepvraag


Deze reactie is een...
A
Totaalreactie
B
Halfreactie (reductor)
C
Zuur-basereactie
D
Halfreactie (oxidator)

Slide 5 - Quizvraag

Kies de redoxreactie:
A
Ca2++2OHCa(OH)2
B
2H3O++CO323H2O+CO2
C
3O22O3
D
H2+2Cu2+2H++2Cu+

Slide 6 - Quizvraag

Vul aan:
een oxidator is een stof/deeltje dat...
en een reductor is een stof/deeltje dat...
A
OX neem e- op RED staat H+ af
B
OX staat e- af RED neemt e- op
C
OX neemt e- op RED staat e- af
D
OX staat H+ af RED staat e- af

Slide 7 - Quizvraag

Welke van de onderstaande stoffen is een oxidator? (Meerdere antwoorden mogelijk)
A
Fe
B
Fe²⁺
C
I-
D
Cl2

Slide 8 - Quizvraag

Welke van de onderstaande deeltjes kan reageren als een reductor? (Meerdere antwoorden mogelijk)
A
Cu
B
Zn
C
Cl‾
D
Cu⁺

Slide 9 - Quizvraag

In Binas tabel 48 staan de meest gebruikte oxidatoren en reductoren. 
Ze staan gerangschikt op sterkte.

Slide 10 - Tekstslide

Rechtsonder staan de sterkste reductoren

Slide 11 - Tekstslide

Links boven staan de sterkste oxidatoren

Slide 12 - Tekstslide

Cu, Zn, Cl‾ en Cu⁺
Reductor
Dan moeten ze e- kunnen afstaan
Cu → Cu⁺ + e- ;     ja kan
Zn → Zn²⁺ + 2e- ;     ja kan
Cl‾ → Cl + e- ;      ja kan
Cu²⁺ → Cu⁺ + e- ;      ja kan
Conclusie: zoek op in Binas of je stof elektronen 
kan opnemen, afstaan of allebei!


Slide 13 - Tekstslide

Edelheid van metalen
  • Een edelmetaal roest niet, regeert slecht met andere stoffen
  • Hoe edeler een metaal, hoe zwakker het metaal als reductor is.
  • Hoe edeler een metaal, hoe minder graag metaal elektronen weggeeft.
  • Als het metaal een sterke reductor is (=onedel), dan is het metaalion (van het redoxkoppel) een slechte oxidator. 
onedel: roest snel
edel: roest niet

Slide 14 - Tekstslide

Redoxkoppel
  • Ag is de geconjugeerde reductor van de oxidator Ag⁺ ion.
  • Ag⁺ ion is weer de geconjugeerde oxidator van Ag.
  • Ag en Ag⁺ vormen samen een redoxkoppel Ag⁺/Ag

dit geldt voor alle koppels in Binas 48
halfreactie
de halfreactie van de OX van elke koppel lees je van Links naar rechts. De halfreactie van de RED lees je dus van rechts naar links.

Slide 15 - Tekstslide

Standaardelektrodepotentiaal V₀
  • Binas tabel 48 staat de V  uitgedrukt in V (Volt).
  • Vis een maat voor de sterkte van de oxidator.
  • Hoe hoger V, hoe sterker de oxidator
  • Hoe lager V₀, hoe sterker de reductor
  • Sterkste oxidatoren linksboven
  • Sterkste reductoren rechtsonder

Slide 16 - Tekstslide

De e- in een redoxreactie gaan van de ... naar de ... .
A
oxidator naar de reductor
B
oxidator naar de emulgator
C
emulgator naar de reductor
D
reductor naar de oxidator

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de sterkste oxidator?
A
Br₂
B
Al³⁺
C
Pb⁴⁺
D
Ag⁺

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de sterkste reductor?
A
Al
B
Fe²⁺
C
Cu
D
Al + 4OH-

Slide 19 - Quizvraag

Zijn dit wel of geen redoxreacties, sleep naar het juiste blok.
Redoxreactie
GEEN Redoxreactie
2 Al + Br2 --> 2 AlBr3
HCN + OH- --> CN- + H2O
BaCl2 --> Ba2+ + 2 Cl-
2 H+ + Mg --> H2 + Mg2+
H+ + OH- --> H2O
Fe + 3 Ag+ --> Fe3+ + 3 Ag

Slide 20 - Sleepvraag

Standaardelektrodepotentiaal
  • Verschil in V0 bepaalt of en hoe een reactie verloopt 
  • ∆V0 = V0 (OX) - V0 (RED)
niet
In reactievergelijking aangeven met

Slide 21 - Tekstslide

Stappenplan redoxreactie
  1. Deeltjesinventarisatie: Let op opgeloste zouten en dergelijke
  2. Binas tabel 48: sterkste OX en sterkste RED
  3. ∆V0 bepalen: aflopend, evenwicht of niet?
  4. Halfreacties opstellen en aantal elektronen gelijk stellen
  5. Totaalreactie opstellen
  6. Controle: Wegstrepen deeltjes die zowel voor als na de pijl staan. Mogelijk reageren OH‾ en H⁺  nog tot H₂O of ontstaat er nog een neerslag (zie tabel 45)

Slide 22 - Tekstslide

Wat zijn de deeltjes die aanwezig zijn (stap 1)

Een staafje kobalt in een oplossing van koper(II)chloride
A
Co , Cu⁺, Cl‾ ,H₂O
B
Co , Cu²⁺, Cl‾ ,H₂O
C
Co , Cu²⁺, HCl
D
Co , Cu²⁺, Cl‾

Slide 23 - Quizvraag

Voorbeeld redoxreactie opstellen
  • Een staafje kobalt in een oplossing van koper(II)chloride 
  • Stap 1: Co (s),  Cu²⁺ (aq), Cl‾ (aq) en H₂O (l)
  • Stap 2: Sterkste OX: Cu²⁺ en sterkste RED: Co
  • Stap 3: ∆V = V₀(OX) - V₀ (RED) = 0,34 -- 0,28 = 0,62 , dit is aflopend
  • Stap 4: Halfreactie OX:            Cu²⁺ + 2e-      → Cu(s)
  • Stap 4: Halfreactie RED:         Co(s)                → Co²⁺ + 2e-         +
  • Stap 4: Totaalreactie:               Co(s) + Cu²⁺  → Cu(s) + Co²⁺
  • Stap 5:  Controle: Lading- en massabalans klopt

Slide 24 - Tekstslide

Stel nu zelf de redoxreactie op van:
Al (s) + ZnCl₂-oplossing
(gebruik Binas en stappenplan)

Slide 25 - Open vraag

Uitwerking redoxreactie opstellen
  • Een staafje aluminium in een zinkchloride-oplossing
  • Stap 1: Al (s), Zn²⁺ (aq), Cl- (aq) en H₂O (l)
  • Stap 2: Sterkste OX: Zn²⁺ en sterkste RED: Al
  • Stap 3: ∆V0 = V0(OX) - V0 (RED) = -0,76 --1,66 = 0,90 is aflopend
  • Stap 4: Halfreactie OX:            Zn²⁺ + 2e-            → Zn(s)                 (x3)
  • Stap 4: Halfreactie RED:         Al(s)                       → Al³⁺ + 3e-         (x2)        +
  • Stap 4: Totaalreactie:               2 Al(s) + 3 Zn²⁺ (aq)  →3 Zn(s) + 2Al³⁺ (aq)
  • Stap 5:  Controle: Lading- en massabalans klopt

Slide 26 - Tekstslide

Hoe kun je de volgende halfreactie kloppend maken?
Sb₂O₃ → Sb
A
Met e-
B
Met e- en O²‾
C
Met e- en H⁺ en O₂
D
Met e- en H⁺ en H₂O

Slide 27 - Quizvraag

Maak de volgende halfreactie kloppend: Sb₂O₃ → Sb
(laat sub en superscript weg of gebruik
voor bijv Sb³⁺ Sb^3+ of O₂ O_2)

Slide 28 - Open vraag

Voorspel of er een redoxreactie zal plaatsvinden tussen water en natrium.

Slide 29 - Open vraag