les 6: Actiepotentiaal en werking spieren

Les 6: Het actiepotentiaal
en werking spieren 
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Les 6: Het actiepotentiaal
en werking spieren 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thema spijsvertering en zenuwstelsel
Les 1: Voedingsstoffen, typen eters
Les 2: Verteringsstelsel en enzymen
Les 3: Voedingsstoffen opslaan, werking nieren
Les 4: Centraal en perifeer zenuwstelsel
Les 5: Bouw zenuwcel, typen zenuwcel
Les 6: Actiepotentiaal, werking spieren                             
Les 7: het oog en het oor
Les 8: Oefentoets 3 april
Les 9: Eindtoets  17 april

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning

Instructie actiepotentiaal en werking spieren

Werken aan het artikelenverslag

Afsluiten



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
Instructie actiepotentiaal en werking spieren

Lezen reader

 Bespreken werkblad vorige week
BSOT vragenlijst
Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
  • De student heeft kennis genomen van het actiepotentiaal

  • De student kan noemen welke eiwitten betrokken zijn bij de werking van de spieren.


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen om te kennen
Prikkel
  • Alles wat je ervaart, van binnen of buiten je lichaam

Receptoren
  • Receptoren zijn cellen of weefselelementen die gevoelig zijn voor prikkels. Bevinden zich in de zintuigen.

Impuls
  • (Elektrisch) signaal


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Receptoren zijn gevoelig voor een adequate prikkel
Zintuigen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impulsgeleiding

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impulsgeleiding
  1. Prikkels uit de omgeving worden opgevangen. 
  2. Door zintuigcellen worden de prikkels omgezet in impulsen
  3. Deze impulsen worden via gevoelszenuwcellen verstuurd naar het centrale zenuwstelsel. Hier worden ze verwerkt en er op gereageerd. 
  4. Het antwoord van het lichaam wordt in de vorm van impulsen via  bewegingszenuwcellen verstuurd naar spieren en klieren in het lichaam. 

  • Kortom: Het lichaam reageert op de prikkel en dat is te zien als gedrag

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drempelwaarde en gewenning

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actiepotentiaal
Een prikkel (of impuls van een andere zenuwcel) kan een actiepotentiaal veroorzaken. Door de prikkel verandert de doorlaatbaarheid van de celmembraan omdat specifieke ionkanalen worden opengezet.

Door de in- en uitstroom van bepaalde ionen, verandert het ladingsverschil tussen het cytoplasma en de omgeving.

De binnenkant van de zenuwcel wordt positief geladen ten opzichte van de buitenkant


Slide 13 - Tekstslide

impulsen worden doorgegeven zodat deze verwerk kunnen worden in de hersenen en en weer een nieuw signaal/impuls naar de bewegingszenuwcellen verstuurd kan worden.
(reageren op prikkel/ gedrag laten zien)

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Buitenkant zenuwcel
Binnenkant zenuwcel
Buitenkant zenuwcel

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

bij een impuls vindt er op het celmembraan ionentransport plaats. 
Natrium komt de zenuwcel binnen, en zorgt ervoor dat de binnenkant van de zenuwcel even positief wordt ten opzichte van de buitenkant van de zenuwcel. 
Dit heet depolarisatie en duurt maar 0.1 seconde.

Hierna kan het membraan even geen impulsen meer geleiden en dat heet de repolarisatie. ook 0,1 seconde. zo krijgt de membraan zijn oorspronkelijke polarisatie terug.----------
-----------

Hier zie je hoe de actiepotentiaal er uit ziet wat betreft de spanning in het celmembraan.

In rust.
Prikkel zorgt dat het spanningsverschil naar minimaal -55 mV gaat. Hierdoor actiepotentiaal. Kanalen open waardoor het verschil nog kleiner wordt. en signaal .......................


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spieren

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spieren maken beweging mogelijk

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spieren en hun werking
  • Glad spierweefsel en dwarsgestreept spierweefsel:
  • Glad spierweefsel: Komt voor in de huid, wanden van buisvormige of holle organen zoals darmkanaal, bloedvaten, blaas. 
  • Deze kun je niet bewust aansturen. Werkt traag maar kan het lang volhouden.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dwarsgestreept spierweefsel
Ook wel skeletspierweefsel genoemd
  • Sommige dwarsgestreepte spieren zitten vast aan de huid = huidspieren. 
  • Bijv. spieren in het gezicht  en in de tong.

  • Spieren regelen bewuste activiteiten en werken snel, maar raken ook sneller vermoeid. 
  • Functies: Beweging, lichaamshouding, produceren warmte door hoge stofwisselingsniveau.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(extra) Hartspierweefsel 
  • Heeft eigenschappen van glad én dwarsgestreept spierweefsel.
  • Bevat veel mitochondriën 
  • Is krachtig en onvermoeibaar.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van de spieren
  • De spiervezels hebben dunne filamenten die uit het eiwit actine of het eiwit myosine bestaan.
  • Spiervezels ontvangen impulsen van de bewegingszenuwcellen waardoor ze zich kunnen samentrekken. De spier wordt korter en dikker. 
  • Kost veel energie = warmte

Slide 25 - Tekstslide

Spiervezels bestaan uit meerdere spierfibrillen

Als impulsen bij deze spiervezel aankomen, schuiven de actine en myosinefilamenten in elkaar. De spiervezel wordt hierdoor korter en dikker. 

Er is energie nodig voor het aanspannen van de spieren. Dit komt vrij door de verbranding van glucose.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Wat: Werken aan je artikelenverslag
Hoe: Opdracht artikelenverslag staat op de ELO
Hulp: Voorbeeld op papier
Tijd: Tot 7 minuten voor einde van de les
  • Wil je je artikelen laten checken? Mail naar s.donkoh@aeres.nl
  • Tip: Artikelen op National geographic.com & Google Scholar

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke data
  • 24 januari: Oefentoets Verterings- en zenuwstelsel

  • 31 januari: Toets Verterings- en zenuwstelsel

  • 7 februari: Inleveren artikelenverslag. Opdracht op ELO
 ( ^  week 1 periode C)
Mail:  s.donkoh@aeres.nl

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
  • De student heeft kennis genomen van het actiepotentiaal

  • De student kan noemen welke eiwitten betrokken zijn bij de werking van de spieren.


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Wat: Lees in de reader "van prikkel naar impuls" pagina 18.
Reader thema spijsvertering en zenuwstelsel 


Klaar?: Bekijk reader. Schrijf onderwerpen op die je nog wilt beheersen voor de toets.

timer
15:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkblad vorige week bespreken

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BSOT vragenlijst
- Anonieme vragenlijst over de manier waarop ik lesgeef.

Ga naar BSOT.nl 

Klas: DI4.1
Docentcode: SPA-803

timer
6:00

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 2 dingen die je vandaag geleerd hebt,
Noem 1 ding dat je nog wilt leren

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Wat: Voorbereiden op toets /leerstof organiseren
Hoe: Reader doornemen (ELO). Belangrijke begrippen opschrijven, samenvatten of tekenen. Of op een andere manier leren.

Tijd: Tot 7 minuten voor einde van de les



Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je deze les geleerd?

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe leer jij het beste voor een toets?

Slide 44 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerp + artikelen 0,1,2,3

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies