palliatieve zorg

Week 2 en 3
terminale fase
Palliatieve sedatie en euthanasie




1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
assistenten in de gezondheidszorgMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Week 2 en 3
terminale fase
Palliatieve sedatie en euthanasie




Slide 1 - Tekstslide

Planning (1,5 uur)

  • Achtergrond palliatieve en terminale zorg (20 min)
  • Wat is palliatieve sedatie? (5 min)
  • Euthanasie en hulp bij zelfdoding (10 min)
  • Casus dhr. Van Oudijck ( 30 min)
  • Afsluiting (15 min)

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen van vandaag
  • Je weet het verschil tussen palliatieve en terminale zorg;
  • Je kunt oplossingen voor medicatieproblemen aandragen in het geval van bijvoorbeeld slikproblemen;
  • Je weet welk medicijn bij palliatieve sedatie wordt toegepast;
  • Je weet wat de zes zorgvuldigheidscriteria bij euthanasie inhouden;
  • Je weet wat er word toegepast word bij euthanasie en hulp bij zelfdoding.

Slide 3 - Tekstslide

Stelling: Ik ga de opgegeven leerdoelen halen vandaag.
😒🙁😐🙂😃

Slide 4 - Poll

Een andere naam voor palliatieve zorg is terminale zorg.
A
Eens
B
Oneens

Slide 5 - Quizvraag

Palliatieve sedatie is een goed alternatief voor euthanasie.
A
Eens
B
Oneens

Slide 6 - Quizvraag

Wat doe je bij dyspneu in de terminale fase?
A
Morfine starten of ophogen
B
Morfine afbouwen en stoppen i.v.m. ademhalingsdepressie
C
Salbutamol vernevelen

Slide 7 - Quizvraag

Fentanyl veroorzaakt minder vaak obstipatie dan morfine
A
Eens
B
Oneens

Slide 8 - Quizvraag

Xylometazoline bij verstopte neus vermindert de werking van Instanyl
A
Eens
B
Oneens

Slide 9 - Quizvraag

Waar gaan we aan dood?
De belangrijkste oorzaken in Nederland:
  • Kanker
  • Hart- en vaatziekten
  • Ziekten van het zenuwstelsel 
  • Aandoeningen van de ademhalingsorganen

Slide 10 - Tekstslide

roep maar: Wat is volgens jou palliatieve zorg?

Slide 11 - Open vraag

Palliatieve zorg
Vangt aan op het moment dat genezing van een levensbedreigende ziekte niet meer mogelijk is. 

Doel: 
Het bereiken van de beste kwaliteit van leven voor de patiënt en diens omgeving

Slide 12 - Tekstslide

Palliatieve vs terminale zorg

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Drie stadia in de palliatieve fase
Stadium 1: 
  • Moment dat duidelijk wordt dat genezing niet meer mogelijk is: slecht nieuws, vaak chaos, soms opluchting
  • Duurt dagen tot weken
  • Doel van behandeling in deze fase is bereiken van evenwicht (emotioneel, lichamelijk)

Slide 15 - Tekstslide

Drie stadia in de palliatieve fase
Stadium 2:
  • Meer stabiele fase, symptomen zijn in evenwicht en op de achtergrond
  • Aanpassings- en verwerkingsproces
  • Kan dagen, maar ook maanden tot jaar duren
  • Doel van behandeling is kwaliteit van leven

Slide 16 - Tekstslide

Drie stadia in de palliatieve fase
Stadium 3:
  • Ziekte schrijdt voort en kan niet meer worden onderdrukt, klachten komen terug of er komen nieuwe klachten
  • Terminale fase (dagen tot maanden)
  • Doel: kwaliteit van leven --> kwaliteit van sterven

Slide 17 - Tekstslide

Roep maar: welke lichamelijke en andere problemen verwacht je in de palliatieve fase?

Slide 18 - Open vraag

Veel voorkomende problemen
Veel voorkomende problemen
  • Buitenwereld wordt steeds kleiner
  • Minder eten en drinken
  • Keert in zichzelf
  • Obstipatie 
  • Moeite met aanvaarden en loslaten (ook familie)
  • Hik
  • Pijn
  • Verwardheid (delier, vaker op het eind)
  • Kortademigheid
  • Misselijkheid en braken
  • Ileus
  • Mondklachten
  • Vermoeidheid (= meest voorkomend, minste te behandelen)

Slide 19 - Tekstslide

Toedieningsroutes
We zijn gewend aan: oraal, rectaal, i.m., i.v., transdermaal

Andere routes: 
  • Via neussonde of PEG-katheter
  • Bijna alles wat i.v. of i.m. kan, kan ook s.c.

Slide 20 - Tekstslide

Orale toedieningsweg
  • Veel vloeibare opties (paracetamol, morfine, metoclopramide, domperidon, prednisolon, methadon)
  • Tabletten vermalen (niet bij MGA, retard, MSR, etc)

Slide 21 - Tekstslide

  • Patiënt gebruikt metoprololsuccinaat, maar heeft slikproblemen. Wat te doen? 

  • Patiënt heeft een maagsonde. Arts wil omeprazol geven. Welke toedieningsvorm(en) is/zijn geschikt?

Slide 22 - Tekstslide

Rectale toedieningsweg
Wisselende absorptie
Goed: paracetamol, metoclopramide, diazepam (rectiole)
Matig: morfine (morfine retard tablet rectaal toegediend), naproxen

Opname erg onvoorspelbaar in terminale fase door wisselende lichaamstemperatuur!

Slide 23 - Tekstslide

onder tong of in wangzak
Snelle opname, soms vieze smaak: 
Voorbeelden: 
  • Zofran smelttablet
  • Abstral smelttablet
  • Haldol druppels (onder de tong)

Slide 24 - Tekstslide

Transdermale toediening
Voorbeelden: 
Fentanyl pleister
Nicotine pleister
Buprenorfine pleister

Slide 25 - Tekstslide

Subcutane toedoening
Veel kan subcutaan! 
Minder pijnlijk dan i.m., eenvoudiger dan i.v., maar wel minder snel. 
Voorbeelden: metoclopramide, haloperidol, furosemide, nozinan, dexamethason, midazolam, fentanyl/methason/oxycodon

Slide 26 - Tekstslide

Palliatieve sedatie
  • Opzettelijk verlagen van het bewustzijn
  • Niet bedoeld om leven te verkorten:  Maar om onbehandelbaar lijden te behandelen
  • Normaal medisch handelen.
  • Niet te vroeg beginnen: max 14 dagen!
  • Bij pijn, kortademigheid, delier

Slide 27 - Tekstslide

Palliatieve sedatie
Mate van sedatie: oppervlakkig/diep (diep: levensverwachting max 14 dgn)
Duur van sedatie: intermitterend/continu
Uitvoering: 
1. Midazolam s.c. (meestal pomp)
2. bij onvoldoende effect: levomepromazine toevoegen
3. bij onvoldoende effect: propofol (via anesthesist)
Alle medicatie staken (afbouwen) m.u.v. opioïden, haloperidol en dexamethason

Slide 28 - Tekstslide

Palliatieve sedatie
Verder niet vergeten: 
Nicotinepleister bij roker plakken !
Voeding en vocht staken (bij diepe continue sedatie)
Denk aan blaaskatheter, wondverzorging, voorkomen van decubitus (Barriere crème), etc. 

Slide 29 - Tekstslide

Euthanasie
Er is sprake van euthanasie als iemand op verzoek van een ander zijn of haar leven beëindigt. 
Dit is strafbaar, tenzij het door een arts gebeurt die daarbij de zorgvuldigheidscriteria in acht neemt. 

Slide 30 - Tekstslide

Zes zorgvuldigheidseisen
1. Arts is ervan overtuigd dat patiënt een vrijwillig en weloverwogen verzoek tot euthanasie doet. 
2. De arts is ervan overtuigd dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden: de patiënt kan niet meer genezen/de patiënt lijdt onnodig en dit kan niet verminderd worden.
3. Arts dient patiënt informatie over situatie en vooruitzicht te hebben gegeven.

Slide 31 - Tekstslide

Zes zorgvuldigheidseisen
4. De arts moet samen met patiënt besluiten dat er geen redelijke andere oplossing is. 
5. De arts heeft minstens 1 andere onafhankelijke arts (SCEN-arts) geraadpleegd. Deze moet de patiënt zien en mag niet betrokken zijn bij de behandeling of patiënt persoonlijk kennen. 
6. Arts moet op medisch zorgvuldige manier uitvoeren. 

Slide 32 - Tekstslide

Euthanasie


!! Wilsverklaring inzake euthanasie!! is niet het zelfde als
ACTUEEL VERZOEK TOT EUTHANASIE


Slide 33 - Tekstslide


Wilsverklaring inzake euthanasie: 
  • Verklaring waarin je aangeeft dat je euthanasie wenst.
  • Enkel in geval van onomkeerbare comateuze toestand bent (je kan nooit meer uit de coma ontwaken) .
Actueel verzoek tot euthanasie:
  • De effectieve vraag om euthanasie
  • Duidelijk aangeven om binnenkort te willen sterven.

Slide 34 - Tekstslide

Wilsbekwaam bij aanvraag.
Vrijwillig en niet éénmalig.
Medisch uitzichtloos = ongeneeslijk
               terminaal
               niet-terminaal
Wilsbekwaam bij aanvraag.
Aanvraag is zelfgeschreven.
Vrijwillig en niet éénmalig.
Medisch uitzichtloos = ongeneeslijk
       Terminaal

      
       Niet-terminaal
Voorwaarden Euthanasie
door 1e arts + 2de controle arts bevestigd en mag nadien uitgevoerd worden
Naast 1e en 2de arts ook nog 3de arts (specialist) nodig. Mag pas na 1 maand wachttijd worden uitgevoerd.

Slide 35 - Tekstslide

Procedure arts & apotheker
1. Tijdig aankondigen bij de apotheker
2. Mondeling contact vooraf en achteraf. 
3. Apotheker maakt euthanatica gereed (soms doet arts het zelf) + noodset en spreekt procedure door met arts.
4. Arts bewaart euthanatica deugdelijk. 
5. Tijdens uitvoering blijft arts aanwezig.
6. Gemeentelijk lijkschouwer/ lijkschouwer van de Officier van Justitie : deze moet controleren welke middelen zijn gebruikt (geëtiketteerde spuiten)+ schouwen!

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Intraveneuze methode
1. Lidocaïne - ter verdoving van de injectieplek
2. Thiopental - een coma-inductor
3. Natriumchloride - doorspuiten van de infuuslijn
4. Rocuronium - spierverslapper
5. Natriumchloride - doorspuiten van de infuuslijn

Slide 38 - Tekstslide

Orale methode (hulp bij zelfdoding)
  • De arts neemt altijd een extra set intraveneuze euthanatica en materialen voor bereiding en uitvoering mee.+ plaatsing venflon!!
  • Start 12 uur van tevoren met toedienen metoclopramide: 12 uur ervoor, 6 uur ervoor en 1 uur ervoor. 
  • Barbituraatdrank (pentobarbitol - vieze bittere nasmaak) - coma-inductor
  • Na inname van de drank is de kans zeer groot dat de patiënt in een adequate bewustzijnsverlaging raakt en overlijdt. 

Slide 39 - Tekstslide



Levenseinde kliniek



NPO documentaire 

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Video

Casus opdracht

Slide 42 - Tekstslide

Leerdoelen van vandaag
  • Je weet het verschil tussen palliatieve en terminale zorg;
  • Je kunt oplossingen voor medicatieproblemen aandragen in het geval van bijvoorbeeld slikproblemen;
  • Je weet welk medicijn bij palliatieve sedatie wordt toegepast;
  • Je kunt de dosering voor parenteraal toegepast medicijn berekenen en controleren; 
  • Je weet wat de zes zorgvuldigheidscriteria bij euthanasie inhouden;
  • Je weet welke medicijnen toegepast worden bij euthanasie en hulp bij zelfdoding

Slide 43 - Tekstslide

Stelling:
Ik heb de leerdoelen voor vandaag gehaald.
😒🙁😐🙂😃

Slide 44 - Poll

Volgende week
de stervensfase + casus 

Slide 45 - Tekstslide

Volgende week
Maak de inleidende opdrachten in de reader bij week 8:
  • Plaatjes huidaandoeningen
  • Casus met vragen

Slide 46 - Tekstslide