TC A2 2.5 en 2.7 (voltooid deelwoord, inversie) herhaling

De voltooide tijd

TaalCompleet A2 
thema 2.5

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

De voltooide tijd

TaalCompleet A2 
thema 2.5

Slide 1 - Tekstslide

Voorbeelden
Ik heb tot 17:00 uur gewerkt.
Mijn zusje is gisteren voor haar examen geslaagd
We hebben gisteren lekker gefietst
Wij hebben in Rotterdam gewoond.
Gelukkig heb ik nu werk in Nederland gevonden

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de voltooide tijd?
  • Voltooid betekent klaar. Het is afgelopen.
  • De voltooide tijd bestaat uit twee delen:
  1. Het eerste werkwoord is meestal een vorm van hebben/zijn
  2. Het tweede werkwoord is het voltooid deelwoord: gewoond, gewerkt, gegeten, geslaagd en gegaan. 

Slide 3 - Tekstslide

Wanneer gebruik je een t of een d?
  1. Kijk naar het hele werkwoord. Haal -en weg en dan heb je de ik-vorm. Bijvoorbeeld: Wonen -> Ik woon
  2. Kijk naar de laatste letter. Staat de laatste letter in de medeklinkers van SoFTKeTCHuP, dan krijgt de voltooide tijd een t. Staat de laatste letter daar niet in, dan krijgt de voltooide tijd een d. 

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeelden:
Werken:
ik-vorm: werk
Staat de k in SoFTKeTCHuP? 

Wonen
ik-vorm: woon
Staat de n in SoFTKeTCHuP?

Slide 5 - Tekstslide

Let op!
Werkwoorden met een z of een v, maak je anders.
reizen - gereisd
grazen - gegraasd
leven - geleefd
beven - gebeefd


Slide 6 - Tekstslide

Vul in. Voorbeeld
koken                 Hij __________ rijst ____________


antwoord:        Hij heeft rijst gekookt.

Slide 7 - Tekstslide

wandelen
Samir _______ in de vakantie _________

Slide 8 - Open vraag

spelen
De kinderen _______ buiten _________

Slide 9 - Open vraag

wonen
_____ jij in Amsterdam _______ ?

Slide 10 - Open vraag

huilen
De baby ______ vannacht __________

Slide 11 - Open vraag

tekenen
Agnes _____ een mooie bloem ______

Slide 12 - Open vraag

huren
Mijn familie _______ een boot ________

Slide 13 - Open vraag

smeren
Els _______ zalf op haar arm __________

Slide 14 - Open vraag

hoesten
Ik ________ vorige week veel _________

Slide 15 - Open vraag

maken
Jij _____ de opdracht goed ________

Slide 16 - Open vraag

Ik bel morgen - Morgen bel ik.

TaalCompleet A2 
thema 2.7

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

We kijken naar de video van 2.7

Slide 19 - Tekstslide

Maak: 
opdracht 59, 60, 61, 62 en 63

Klaar? Werk in de ELO.

Slide 20 - Tekstslide

Maak een zin die begint met:
Morgen

Slide 21 - Open vraag

Maak een zin die begint met:
In het park

Slide 22 - Open vraag

Maak een zin die begint met:
In de dierentuin

Slide 23 - Open vraag

Maak een zin die begint met:
In de vakantie

Slide 24 - Open vraag

Hoe heb je deze lessonup gedaan?
Ik maak veel fouten, want ik begrijp het niet.
Het gaat al steeds beter!
Het gaat goed, ik begrijp het
Ik vind het makkelijk. Ik heb bijna alles goed.

Slide 25 - Poll