afronden 3.6 + UL 3.5 & 3.7 (2mavo)-2025

Startopdracht ; flitskaarten 3.5

1 = Open je boek op blz. 190 (laptop blijft in je tas)
2 = Maak de 7 flitskaarten van 3.5 van de begrippen:
  • lichaamsvreemde stoffen
  • infectie
  • afweersysteem (immuunsysteem)
  • antistoffen
  • immuun
  • allergie
  • allergische reactie
timer
10:00
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 2 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Startopdracht ; flitskaarten 3.5

1 = Open je boek op blz. 190 (laptop blijft in je tas)
2 = Maak de 7 flitskaarten van 3.5 van de begrippen:
  • lichaamsvreemde stoffen
  • infectie
  • afweersysteem (immuunsysteem)
  • antistoffen
  • immuun
  • allergie
  • allergische reactie
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

1 = Boek dicht
2 = flitskaarten 3.5 opbergen
timer
0:30

Slide 2 - Tekstslide

3.5 -Afweer
3.7 - Vaccinatie

Leerdoelen:



  • Ik kan beschrijven hoe antistoffen bescherming bieden tegen infecties.
  • Ik kan  omschrijven wat er aan de hand is bij een allergie.
  • Ik kan beschrijven op welke manieren immuniteit kan ontstaan. 

Slide 3 - Tekstslide

lichaamsvreemd = indringer!

Slide 4 - Tekstslide

Lichaamsvreemd
Lichaamsvreemde stoffen horen niet thuis in je lichaam.
Je lichaam kan op 3 manieren lichaamsvreemde stoffen tegenhouden.

  • met de huid
  • met de slijmvliezen in de luchtwegen
  • met zoutzuur in maagsap

Slide 5 - Tekstslide

infectie & het afweersysteem
  • Infectie: binnendringen van ziekteverwekkers                                                           (bacteriën, virussen, schimmels)
  • Als een ziekteverwekker in je lichaam komt, wordt het afweersysteem (immuunsysteem) actief en gaat de ziekteverwekker bestrijden.
  • Witte bloedcellen gaan aan de slag (horen bij het afweersysteem)
  • Sommige witte bloedcellen doen dat door de ziekteverwekker op te nemen en kapot te maken. 
  • De witte bloedcel gaat daarbij zelf ook dood. 

Slide 6 - Tekstslide

Andere type witte bloedcellen
  • Er zijn ook witte bloedellen die antistoffen maken tegen                                       de ziekteverwekkers. 
  • De antistoffen plakken vast aan de ziekteverwekkers. 
  • Daardoor wordt de ziekteverwekker onschadelijk.
  • Hij kan je dan niet meer ziek maken. 
<span style="font-weight:bold">Voor verschillende ziekteverwekkers zijn verschillende antistoffen nodig.</span><div><span style="font-weight:bold">Je lichaam moet dus veel verschillende antistoffen kunnen maken.</span></div><div>Je bloed vervoert de antistoffen door je lichaam.&nbsp;</div>

Slide 7 - Tekstslide

Genoeg antistof maken
  • Als je een infectie hebt, duurt het een tijdje tot de witte bloedcellen voldoende antistoffen gemaakt hebben. 
  • Daardoor word je bij een infectie vaak eerst ziek. 
  • Als er voldoende antistof is gemaakt,                                                                               word je weer beter.

     

Slide 8 - Tekstslide

Immuun worden
  • Als je lichaam een antistof gemaakt heeft, blijft deze antistof nog een tijdje aanwezig in het bloed.
  • Bovendien 'onthouden' de witte bloedcellen hoe ze deze antistof moeten maken. 
  • Komt dezelfde ziekteverwekker later nog een keer in je lichaam, dan kunnen de witte bloedcellen meteen de juiste antistof maken. 
  • Je wordt dan niet ziek: je bent immuun geworden voor deze ziekte. 

Slide 9 - Tekstslide

Natuurlijke immuniteit
Veel kleine kinderen krijgen waterpokken. 
Ze worden ziek en maken antistof aan tegen deze ziekte. 

Bij een volgende besmetting met waterpokken worden ze niet meer ziek, want ze zijn immuun geworden voor de waterpokken. 

Immuniteit die ontstaat doordat je ziek bent geweest door de ziekte zelf, noem je natuurlijke immuniteit

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

   Kunstmatige immuniteit
Tegen sommige ziekten, zoals mazelen, 
difterie en kinkhoest, krijg je als kind een inenting (een prik). 
Bij zo'n inenting of vaccinatie wordt een klein beetje dode of verzwakte ziekteverwekker in je bloed gespoten. Dat heet een vaccin

Je wordt daarvan niet ziek, maar je witte bloedcellen gaan wel antistoffen maken. Daarna ben je immuun voor deze ziekteverwekker. 

Immuniteit die ontstaat door een vaccinatie, is kunstmatige immuniteit.

Slide 13 - Tekstslide

Vaccinatieprogramma 
in Nederland
In Nederland worden kinderen gevaccineerd tegen 12 ernstige ziekten. 
Hierdoor komen ziekten als polio en mazelen vrijwel niet meer voor in Nederland. 

Om de hele bevolking te beschermen, is voor sommige ziekten een hoge vaccinatiegraad nodig. (Dit geeft aan welk deel van de bevolking is ingeënt tegen een ziekte.)

95% +
Bij mazelen is een vaccinatiegraad van 95 % nodig.&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;Als 95% of meer van alle kinderen is ingeënt tegen mazelen, kan de ziekte zich niet meer verspreiden.&nbsp;

Slide 14 - Tekstslide

Allergische reactie
Bij sommige mensen reageert het afweersysteem  niet alleen op ziekteverwekkers, maar ook op andere lichaamsvreemde stoffen. Deze mensen hebben een allergie;
  • Bij een allergie ben je overgevoelig voor bepaalde stoffen.
  • Als je deze stoffen inademt/inslikt/aanraakt,                                                       krijg je een allergische reactie;
  • Je afweersysteem reageert dan op de stof. Daardoor krijg je bijvoorbeeld een rode plek, huiduitslag, een brandig gevoel  jeuk of ontstekingen. 
Je kunt allergisch zijn voor bijvoorbeeld:<div>- huisstof</div><div>- stuifmeel</div><div>- pinda's</div><div>- haren van dieren</div><div>- stoffen in voedsel</div><div>- chemische stoffen</div><div>- wespensteken&nbsp;</div><div>- stoffen in make-up, enz.&nbsp;</div>

Slide 15 - Tekstslide

Je krijgt nu 1 afsluitende vraag over 3.5 & 3.7.

Je krijgt daarna 2 minuten de tijd om je tweetal te overleggen en daarna te antwoorden. 
timer
2:00
<span style="font-weight:bold">Waarom worden (jongere) kinderen vaker ziek dan volwassenen?</span>
<span style="font-weight:bold">Veel/alle ziekteverwekkers krijgen baby's en jongere kinderen voor het allereerst, dus dan worden ze ziek.</span><div><span style="text-decoration-line:underline">Pas nadat ze ziek zijn geworden, krijgen ze natuurlijke immuniteit.</span></div><div>Als ze dan een tweede keer die ziekteverwekker krijgen, worden ze niet meer ziek........en zijn ze ook meteen ouder geworden.&nbsp;</div>

Slide 16 - Tekstslide

Ga nu ONLINE werken aan:
  • Van basisstof 3.5 - opdracht  1 t/m 4 + 6 + 7 +  8 EN
  • Van basisstof 3.7 - opdracht  1 t/m 4 EN
  • Neem de flitskaarten mee naar de volgende les van 3.5 + 3.6 + 3.7.....dus je moet die van 3.5 en 3.7 nog afmaken thuis. 

Je laptop UITSLUITEND gebruiken voor dit huiswerk         
                                                                                                ! anders gebruiken = voortaan verplicht naar I-uur!!

Heb je de les gemist (X) of vindt je 3.5 en 3.7 moeilijk, bekijk dan onderstaand filmpje: 
https://www.youtube.com/watch?v=lnyplk6lEhg&list=PLr1tx9agautHvb7prH9yuyw_W9DirB76I&index=5

Slide 17 - Tekstslide

https://www.youtube.com/watch?v=lnyplk6lEhg&list=PLr1tx9agautHvb7prH9yuyw_W9DirB76I&index=5

Slide 18 - Tekstslide