V3 - Fictie & poëzie les 3: Rijmschema's + extra oefeningen

Nederlands
Fictie & poëzie

Les 3

VWO 3
 P1 2022-2023
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
Fictie & poëzie

Les 3

VWO 3
 P1 2022-2023

Slide 1 - Tekstslide

Kenmerken van gedichten
Uiterlijke vorm:
- regels zijn kort
- veel wit om de regels heen
Kenmerken die je vaak tegenkomt:
- sommige woorden hebben meerdere betekenissen
- sommige worden herhaald
- opbouw in strofen
-emotie speelt een rol

Slide 2 - Tekstslide

Strofebouw
Strofe = 

Een gedicht bestaat uit versregels. De versregels die in groepjes bij elkaar staan noem je een strofe. 

In andere woorden: alinea's van een gedicht. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Uit hoeveel strofes bestaat het gedicht
'Mama, waar heb je het geluk gelaten?'

Slide 5 - Open vraag

binnenrijm


Binnenrijm: Als woorden die in dezelfde regel staan op elkaar rijmen.


vb. Het is fijn om in de trein te zijn met Annemijn

Slide 6 - Tekstslide

eindrijm


Eindrijm: Als woorden die in aan het eind van een regel staan op elkaar rijmen.


vb. Het is leuk in de trein

 met mijn vriendin Annemijn

Slide 7 - Tekstslide

Rijmschema
Van eindrijm kun je een rijmschema maken.

  • Je geeft elke rijmklank een nieuwe letter. De klank in de eerste regel a, de volgende klank b, etc.

Slide 8 - Tekstslide

Rijmschema AAAA
(slagrijm)


Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Welk rijmschema herken je in dit gedicht?

Het is een mooi verhaal, en waar.
Ik ga het u vertellen, luister maar.
Het is avond, en al laat
Als Keizer Karel slapen gaat.
A
Gepaard rijm
B
Slagrijm
C
Gekruist rijm
D
omarmend

Slide 14 - Quizvraag

Welk rijmschema herken je in dit gedicht?

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen bloet,
Het vaderlandt getrouwe
Blijf ick tot inden doet.
A
Gekruist rijm
B
Omarmend rijm
C
Vader rijm
D
Gebroken rijm

Slide 15 - Quizvraag

A.
Sint liep te denken
Wat moest hij jou schenken
Een boek of een bon
Of een flesje lotion?
B.
Sint liep te denken,
Een boek of een bon
Of een flesje lotion,
Wat moest hij jou schenken?
C.
Sint liep te denken
Een boek of een bon
Wat moest hij jou schenken
Een flesje lotion?


gepaard rijm


omarmd rijm


gekruist rijm


abab


aabb


abba

Slide 16 - Sleepvraag

Aan de slag!
Ga op zoek naar gedichten op internet. 
Kijk of je bij elk rijmschema er een kunt vinden.
Kies een gedicht uit die je aanspreekt en vul deze in op slide 18 t/m 21

Slide 17 - Tekstslide

Een gedicht bij het rijmschema:
AAAA (slagrijm)

Slide 18 - Open vraag

Een gedicht bij het rijmschema:
AA BB (gepaard rijm)

Slide 19 - Open vraag

Een gedicht bij het rijmschema:
AB AB (gekruist rijm)

Slide 20 - Open vraag

Een gedicht bij het rijmschema:
ABCB (gebroken rijm)

Slide 21 - Open vraag

Aan de slag!
Maak slide 23 t/m 27
  1. Benoem het rijmschema per gedicht.
  2. Noteer de letters voor de versregels



Slide 22 - Tekstslide

Mama, papa, blijf je thuis?
Er lopen dieven door het huis.
Er lopen dieven op de gang.
In het donker ben ik bang.
Door: Joke van Leeuwen

Slide 23 - Open vraag


Het huis waar ik woon, heeft wel erg dunne muren
en we wonen te dicht op een kluit.
Dus een klein beetje herrie geeft ruzie met de buren
en zo'n ruzie maakt ook weer geluid.
Door: Willem Wilmink

Slide 24 - Open vraag


Toen zij een meisje was van zeventien
Moest ze de hele middag erwtjes doppen
Op het balkon, ze wou de teil omschoppen
Ze was heel woest, ze kon geen erwt meer zien
Door: Annie M.G. Schmidt

Slide 25 - Open vraag


Op het hoekje van de hooigracht
En van de Nieuwe Rijn
Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang
Mijn boezemvriend zou zijn.
Door: Piet Paaltjens

Slide 26 - Open vraag


Meester Spicht zei tegen ons vandaag maar één ding leren
Ik heb een heel mooi lied gemaakt vanmorgen bij het scheren
Daarin staat hoe blij we moeten zijn en hoe we het waarderen
Ga naar de burgemeester toe en zing ter zijner ere.
Door: Harrie Geelen


Slide 27 - Open vraag

0

Slide 28 - Video

Slide 29 - Tekstslide




Het afbreken van een zin op een
niet-logische plek noemen we:

ENJAMBEMENT

Slide 30 - Tekstslide

Enjambement
Soms wordt een versregel op een opvallend punt afgebroken: op een
plaats waar in de zin juist geen pauze valt. De zin gaat dan door op de volgende regel. Dit noem je enjambement. 

Ik denk dat er ooit wel tijden
aanbreken waarin we vrienden
kunnen zijn.

Een dichter gebruikt enjambement om: 
• het laatste woord van de versregel – en soms ook het eerste woord
van de nieuwe versregel – meer nadruk te geven; 
• versregels van ongeveer gelijke lengte te schrijven;
• minder nadruk te leggen op eindrijm.

Slide 31 - Tekstslide

HALFRIJM 2 soorten
Klinkers die hetzelfde zijn
(assonantie)

ZIET - RIEM

Slide 32 - Tekstslide

HALFRIJM
Medeklinkers die hetzelfde zijn
(alliteratie)

WILLIE WORTEL

Slide 33 - Tekstslide

Alliteratie / Assonantie
Alliteratie (beginrijm):
Groen - grom - griezel etc.
Assonantie (klinkerrijm):
Moeten - groenten - doe - vroeg - troep - schoen- moeder - groen - groeien

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Wijs in Woonplaats een voorbeeld aan van binnenrijm, een voorbeeld van assonantie en een voorbeeld van alliteratie.

Slide 36 - Open vraag

Over welk gevoel gaat het gedicht Woonplaats?

Slide 37 - Open vraag

Assonantie
Alliteratie
Broederliefde – Nightvision
Laat ze zien wat we zagen
Shit we vertragen
Achter de ramen net als vazen
Rij rij rij, maar mijn glazen zijn beslagen

Broederliefde – Niet meer terug
Armoede was vroeger
toen het zo begon
Roeien met de riemen
toen ik op de bodem stond
Kwam zoek en zag woede en ik overwon
Want je koestert als je moeilijk in die motion komt


Slide 38 - Sleepvraag

0

Slide 39 - Video

Dit is een voorbeeld van een..
A
Overdrijving
B
Herhaling
C
Tegenstelling
D
Opsomming

Slide 40 - Quizvraag

Slide 41 - Tekstslide

Dit is een voorbeeld van een...
A
Understatement
B
Hyperbool
C
Eufemisme
D
Omgekeerde climax

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide

Dit is een voorbeeld van een
A
Eufemisme
B
Vergelijking
C
Metafoor
D
Hyperbool

Slide 44 - Quizvraag

Slide 45 - Tekstslide

Dit is een voorbeeld van een..
A
Herhaling
B
Hyperbool
C
Opsomming
D
Vergelijking

Slide 46 - Quizvraag