Zorg 2, les 1: Ziekten bij kinderen & jongeren

Zorg 2
Les 1: 
Ziekten bij kinderen en jongeren, deel 1.
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 1,4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Zorg 2
Les 1: 
Ziekten bij kinderen en jongeren, deel 1.

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud van de les:
  • Aanwezigheid

  • Uitleg programma Zorg 2 & voorwaarden voor afronding.

  • Waar is wat te vinden in Teams:
Verborgen kanalen -> Zorg
Lees berichten voor het te maken huiswerk en eventuele mededelingen. 
In bestanden vind je de studiewijzer, links naar lessen in LessonUp en benodigde documenten en materialen.


  • Theorie: Ziekten bij kinderen en jongeren, deel 1:
    1.1: Ziekten
    1.2: Infectieziekten
    1.3: Veelvoorkomende infectieziekten

  • Praktijk: ​
Infectiekwartet​

  • Huiswerk: ​
Online opdrachten Traject  niveau 4


Slide 2 - Tekstslide

Programma en afronding Zorg 2
  • Maken online opdrachten Traject 'Gezondheid & Omgeving',. Module 3: Omgaan met ziekten en beperkingen.

  • Presentatie SOA's
  • Presentatie kinderziektes

  • Kennistoets

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je kunt toelichten hoe de gezondheidsaspecten elkaar beïnvloeden.
  • Je kunt toelichten wat het verschil is tussen objectieve en subjectieve symptomen van ziekte.
  • Je kunt toelichten welke inwendige en uitwendige oorzaken ziekten kunnen hebben..
  • Je kunt toelichten wat verstaan wordt onder een infectie, besmetting, ontsteking, koorts, incubatietijd, weerstand, immuniteit en vaccinatie.
  • Je kunt toelichten hoe infectieziekten, zoals verkoudheid, griep, RS-virus, pseudokroep, COVID-19, koortslip, hepatitis, chlamydia, herpes genitalis, aids/hiv, darminfectie, schimmelinfectie, wratten en impetigo, ontstaan en verlopen.

Slide 4 - Tekstslide

Ziekten
Een ziekte is een schadelijke lichamelijke of psychische afwijking, die iemand belemmert in zijn normale functioneren.

Bij ziekte functioneert een deel van het lichaam niet goed.
Afwijking van de gezonde toestand van het lichaam.
Lichamelijk = zichtbaar (jeuk, pijn, verminderde beweeglijkheid, overgeven)
Tijdelijk wanneer iemand opknapt, anders -> chronisch.

Psychisch = niet zichtbaar, geestelijk ziek (verdrietig, lusteloos, moe)
Psychiatrische klachten: sprake van stoornis in denken, emoties en/of gedrag.
Psychiatrische ziekten kunnen het gevolg zijn: depressie, fobie (angststoornis).

Slide 5 - Tekstslide

Gezondheid en ziekte
Ziekte is niet hetzelfde als ongezond zijn.

Lichamelijke gezondheid: je lichaam functioneert goed en je hebt geen last van lichamelijke ongemakken als pijn, diarree of koorts.

Geestelijke gezondheid: je voelt je lekker, bent tevreden over jezelf en hebt plezier in de dingen die je doet.

Sociale gezondheid: je voelt je prettig in je woonomgeving en in de omgang met andere mensen.

Slide 6 - Tekstslide

Wisselwerking

Slide 7 - Tekstslide

Symptoom = klacht die iemand heeft die zich niet lekker of ziek voelt.
= aanwijzing welke ziekte iemand onder de leden heeft.
Noem een objectief symptoom en een subjectief symptoom.

Slide 8 - Open vraag

Symptomen
Objectieve symptomen:
Voor een ander waarneembaar (horen, ruiken, voelen en zien) en soms meetbaar.
Hoge hartslag, haaruitval, hoesten of koorts.

Subjectieve symptomen:
Voor een ander niet zichtbaar maar wat iemand voelt. 
Lusteloos voelen, buikpijn, misselijk.

Slide 9 - Tekstslide

Oorzaken van ziekten
Erfelijke ziekten
Inwendige oorzaken
Uitwendige oorzaken
Aangeboren ziekten
Auto- imuunziekten
Achteruitgang, verval
Gedrag en leefstijl
Fysische omgeving
Geweld, mishandeling en ongevallen
Micro- en macro- organismen

Slide 10 - Sleepvraag

Slide 11 - Tekstslide

Oorzaken van ziekten
Kennis van oorzaken van ziekten is belangrijk in jouw werk als PW'er. 
Het helpt je om op de juiste manier te handelen.

Inwendige oorzaken: invloeden van binnenuit.
  • Erfelijke ziekte: gevolg van een afwijking in het erfelijkheidsmateriaal (sikkelcelziekte, spierziekten, taaislijmziekte).
  • Aangeboren ziekte: ontstaan voor, tijdens of vlak na de geboorte (stofwisselingsziekten, syndroom van Down)
  • Auto- immuunziekten: ziekten waarbij het lichaam eigen lichaamscellen gaat afbreken alsof ze lichaamsvreemd zijn (diabetes, psoriasis, reuma)

Slide 12 - Tekstslide

Oorzaken van ziekten

Uitwendige oorzaken: invloeden van buitenaf de oorzaak.

  • Gedrag en leefstijl: roken, alcohol, drugs, te weinig bewegen of ontspannen, ongezond eten, onveilig vrijen. 

  • Natuurlijke omgeving: te hoge of te lage temperatuur, radioactieve straling, uv- straling.

  • Geweld: schotwond, messteek, verkeersongevallen, mishandeling.

  • Micro- en macro- organismen: 
Micro = niet met blote oog waar te nemen (bacteriën, virussen en schimmels = waterpokken, koortslip, voedselvergiftiging)
Macro = wel waar te nemen (hoofdluis, aarsmade, spoelworm)

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Infectie- ziekten
Een infectieziekte is een ziekte die veroorzaakt wordt door schadelijke micro- organismen (ziekteverwekkers) die het lichaam zijn binnengedrongen.
Micro- organismen dringen het lichaam binnen, vermenigvuldigen zich en richten schade aan in het lichaam = infectie.

Niet alleen ziekmakers, ook nuttig: darmbacteriën (helpen bij het verteren van voedsel), op de huid (helpen de huid gezond te houden).

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Infectie- ziekten
Besmetting = de overdracht van ziekteverwekkende micro- organismen. 

Ontsteking = plaatselijke reactie van het lichaam op een schadelijke prikkel (splinter) of een ziekmakend micro- organisme (besmet voedsel)
Kenmerken: roodheid, warmte, zwelling, pijn en verstoorde functie.

Koorts: lichaamstemperatuur van boven de 38 graden. 
Signaal dat er sprake is van een infectie.

Incubatie- tijd: tijd tussen besmetting met ziekteverwekkers en het uitbreken van ziekte die daarvan het gevolg is.

Slide 17 - Tekstslide

Weerstand en immuniteit
Weerstand = de mate waarin
de mens bestand is tegen
ziekteverwekkers als
bacteriën en virussen.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Zoek 2 verschillende veel voorkomende
infectie- ziekten op en geef van beide een korte uitleg + 3 symptomen.

Slide 22 - Open vraag

Praktijk- opdracht + huiswerk
Infectie- kwartet:
  • De docent deelt het infectiekwartet uit per groepje van 4 of 5 studenten.​
  • Je speelt 2 rondjes en maakt daarna de huiswerk opdrachten.

Huiswerk: 
Online leer- en werkomgeving Traject, Gezondheid & Omgeving.
Module 3: Omgaan met ziekten en beperkingen.
Theorie: 1.1 t/m 1.3
Opdrachten: 
- Verwerkingsopdrachten niveau 3 en 4: 1 t/m 10
- Verwerkingsopdrachten niveau 4: 1 t/m 5.


Slide 23 - Tekstslide

Afsluiten van de les
Zijn er nog vragen?
Bespreken lesdoelen:
  • Je kunt toelichten hoe de gezondheidsaspecten elkaar beïnvloeden.
  • Je kunt toelichten wat het verschil is tussen objectieve en subjectieve symptomen van ziekte.
  • Je kunt toelichten welke inwendige en uitwendige oorzaken ziekten kunnen hebben..
  • Je kunt toelichten wat verstaan wordt onder een infectie, besmetting, ontsteking, koorts, incubatietijd, weerstand, immuniteit en vaccinatie.
  • Je kunt toelichten hoe infectieziekten, zoals verkoudheid, griep, RS-virus, pseudokroep, COVID-19, koortslip, hepatitis, chlamydia, herpes genitalis, aids/hiv, darminfectie, schimmelinfectie, wratten en impetigo, ontstaan en verlopen.

Slide 24 - Tekstslide