Workshop 2 leren leren 2026

1 / 65
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOBeroepsopleidingStudiejaar 3

In deze les zitten 65 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zag jouw week eruit?

Slide 2 - Tekstslide

Hoe zat het met de prive werk school balans alles gelukt. Nogmaals herhalen van de studiebelasting uren. Had je een vast moment, even kijken hoe ze erbij zitten en welke vragen. 

Slide 3 - Tekstslide

Even checken of het huiswerk gelukt is. 
wie ben jij?

Slide 4 - Tekstslide

Rondje collage. Willekeurige beschrijven de collage van degene die hem wil delen. Wat zien we. Vraag studenten naar *Heeft deze persoon veel structuur nodig? *Wat is belangrijk voor deze persoon? * zie je dezelfde interesses? * wat roept vragen op? 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Heb je ook het gevoel? Wat vorige week? Schrijf wat er verteld is op het bord of laat invullen hierna, je wil naar de piramide van Bales toe. 
5% van wat de leerkracht vertelt blijft hangen. Halen we dat of niet? 
wat weet ik nog van vorige week

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Vorige week besproken (vergeten ze vaak)

Slide 9 - Tekstslide

Vorige week besproken (vergeten ze vaak) bespreek nogmaals het hekje!
noteer de tip!

Slide 10 - Tekstslide

Om zaken minder te vergeten, is het handig om de tips die we geven om die te noteren. Dus niet letterlijk wat we zeggen, maar de tips, zoek die tips ook later uit. Even een kort moment na de lesdag of in de pauze. dan ben je al bezig met de kracht van herhaling. Tips of zaken opschrijven en er niks mee doen, heeft geen zin. Meest effectief is schrijven, tekenen.

Slide 11 - Tekstslide

Verschil tussen piramide, wat spreekt je meer aan de rust of denk je ook in kleuren. Kijk je naar beelden of lees je liever. Bespreek de piramide naar de behoefte van de meeste studenten. 

Slide 12 - Tekstslide

Benadruk, dat we graag een discussie aangaan (50%) en willen dat je het zelf doet (75%) 

Slide 13 - Tekstslide

Interessanter is hoe snel je iets vergeet, ga terug naar het moment wat je net hebt getest. Benoem na een uur en na 6 dagen. Zeg dat je ook dat kan beinvloeden. 

Slide 14 - Tekstslide

Daarom belangrijk, wanneer je een werkproces kiest past het bij jouw situatie, volg je les, verdiep je en neem wat je leert, hoort, ziet mee in de les en in de praktijk, zoek voorbeelden en beschrijf die. 
we gaan met de volgende vraag aan de slag

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Introductie leervragen hoe maak ik die.  Deze vraag is gegeven. Op welke wijze kan ik nu gaan ontdekken of bewijzen dat ik kennis heb over de werking van de hersenen en zo dus effectiever kan leren.

Slide 17 - Tekstslide

Test, eerst moeten we globaal weten hoe hersenen werken. Dit door eerst te verwonderen, waarom gebeurt dit. Vanuit deze oefening kan je aan de slag met hoe werken de hersenen. Deze oefening prikkelt om te zien dat iets niet gaan in verband met twee hersenhelften. 
hoe komt dit tot stand?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Normaal zou je dit misschien moeten kennen? Maar heeft dit zin? Wat moet je weten en waarom is het belangrijk? Als voorbeeld wel de hersenstam hier benoemen als belangrijkste onderdeel, kleine hersen functie benoemen en grote hersenen. 

Slide 20 - Tekstslide

wijs ze naar de mogelijkheid van anatomie online, om kennis te testen, maar toepassen niet mogelijk. 

Slide 21 - Tekstslide

ik loop dit samen door. hersenen> zenuwstelsel (inzicht in orgaanstelsels) 

Slide 22 - Tekstslide

Benoemen van de Latijnse taal en de nut en noodzaak, 

Slide 23 - Tekstslide

Waarom dit interessant is. Meeste mensen kennen dit niet. Ik verzin een verhaaltje stom om dit te kunnen onthouden. Wat de functie is en waarom belangrijk. Je kent misschien zelf de TV tas van aardrijkskunde als leerstrategie. Het Ezelsbruggetje duidelijk maken. De kern: een goed ezelsbruggetje maakt informatie betekenisvoller, beeldender, persoonlijker en makkelijker oproepbaar. Hoe maak je een goed ezelsbruggetje?

Een goed ezelsbruggetje heeft meestal deze eigenschappen:

Het is concreet.
“Een rode fiets met bananen aan het stuur” blijft beter hangen dan “iets met fruit en vervoer”.

Het is beeldend.
Hoe makkelijker je het kunt visualiseren, hoe sterker het vaak werkt.

Het is opvallend of absurd.
Een vreemd, grappig of overdreven beeld valt meer op. Bijvoorbeeld: een reusachtige koe die door een klaslokaal danst.

Het sluit aan bij wat je al weet.
Persoonlijke associaties werken vaak beter dan algemene. Wat voor de één logisch is, werkt voor de ander niet.

Het bevat de juiste retrieval cue.
Dat is belangrijk: het ezelsbruggetje moet je niet alleen aan iets grappigs laten denken, maar aan het juiste antwoord. Een slecht ezelsbruggetje is leuk, maar leidt je niet terug naar de informatie.

Het is kort genoeg.
Als je meer moeite moet doen om het ezelsbruggetje te onthouden dan de oorspronkelijke informatie, is het waarschijnlijk niet handig.

Verschillende soorten ezelsbruggetjes

Er zijn grofweg een paar bekende vormen:

Afkortingen:
Bijvoorbeeld de beginletters van een reeks gebruiken.

Acrostichons:
Een zin maken waarbij de eerste letters ergens voor staan.

Rijm en ritme:
Rijm werkt goed omdat klank en ritme extra houvast geven.

Beeldassociaties:
Een mentaal plaatje maken waarin de betekenis verwerkt zit.

Keyword method:
Vooral bekend bij woordenschat leren: een nieuw woord koppelen aan een bekend klinkend woord plus een beeld.

Method of loci:
Informatie plaatsen op bekende plekken in een kamer, huis of route.

De praktische formule

Een bruikbare formule is:

Wat moet ik onthouden? → Waar lijkt het op? → Welk beeld kan ik ervan maken? → Hoe koppel ik dat beeld aan de betekenis? → Kan ik het morgen nog terughalen?

Bijvoorbeeld als je het woord “mitochondriën” moet onthouden als de energiecentrales van de cel:

“Mito” klinkt misschien als “motor”.
Je stelt je een cel voor met allemaal kleine motortjes erin die energie maken.
Dat beeld koppelt klank, betekenis en functie.

Belangrijke nuance

Ezelsbruggetjes zijn vooral goed voor feiten, volgordes, woorden, namen, begrippen en lijsten. Ze zijn minder geschikt als enige methode voor diep begrip. Voor echt begrip moet je het combineren met uitleggen, toepassen en jezelf testen. Dat past bij retrieval practice: actief ophalen versterkt het geheugen.

Slide 24 - Video

Het bekijken van een filmpje ook een manier om je stof eigen te maken. Bewust voor dit filmpje gekozen= herkenbaar, vlot, kort. Let op halverwege myelineschede verwijzen naar ziektebeeld MS

Slide 25 - Tekstslide

Een stuk tekst uit een boek of website lezen. 
welke manier van kennis verzamelen sprak jou aan?

Slide 26 - Woordweb

Ga de dialoog aan wat past bij jou? Is er een mix? en wanneer kies je voor die mix?

Slide 27 - Tekstslide

Terug naar het plaatje? Herhaling van de hersenstam en kleine hersenen. Maar wat willen we dan van de grote hersenen.

Slide 28 - Tekstslide

Is dit toepasbaarder in de praktijk? Zie je een zorgvrager waarbij dit gedeelte minder goed werkt? Laat hier ook coordinatie van de kleine hersenen weer zien. 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

De bloeding. Wat moet ik nu met dit gegeven? Wat betekent dit voor mij als professional, waar moet ik op letten. Hier verwijs ik altijd dat deze client niet naar een countryline dansclub moet of een koor voor ontspanning. Wil je moeilijk verstaanbaar gedrag, dan moet je dat doen. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Tess heeft maar 1 hersenhelft door epilepsie. Dus het is niet dat je niet kan functioneren als je er maar 1 hebt maar je moet alles aanleren, zeker als het de hersenhelft is die sterker ontwikkeld is. Iedereen heeft namelijk een voorkeur denken. 

Slide 33 - Tekstslide

Dit filmpje beschrijft de coma toestand, die aanzienlijk beter wordt wanneer je meerdere prikkels toedient. Leren doe je met je zintuigen, die hebben prikkels nodig. Denk aan geur,proeven, ruiken, horen en zien. 

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Om die hersenhelften te kunnen prikkelen kunnen we kijken welke gebieden we hebben. Links en rechterhelft, welke is sterker ontwikkeld bij jou. Ik ben absoluut een rechterhelft denker, maar ben ook docent Nederlands en rekenen. Dit is aangeleerd, Maar wil ik iets makkelijks of juist iets te moeilijks moet ik kleuren gebruiken, beleven (dus meerdere afbeeldingen) beelden, mij kunnen verbeelden, de wedstrijd vooruitspelen noem ik dat ook wel. 

Slide 36 - Tekstslide

Onderzoekje naar studenten. Waarschijnlijk komen er meer beelddenkers uit. Laat de studenten zien dat het gek is dat het onderwijs dan eigenlijk uit gaat van een mindere groep. 
timer
0:20

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze is lastig; is het de kleuren die je ziet of juist de woorden. 
timer
0:20

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:20

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:20

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:20

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Omdat je al eerder hebt aangegeven dat de meerderheid beeld is, ga je hier uitleg gegeven over dat we allemaal als beelddenker geboren worden. 

Slide 44 - Tekstslide

groep 2-3 zorgt voor een voorkeursmanier. Hier gaan we kinderen verdelen in categorie slak tot raket.
Leerproblemen zoals dyslexie en dyscalculie worden dan weggezet als een soort beperking, alleen vragen we in het dagelijks werk niet om altijd veel te lezen en te rekenen in het vak in de zorg. Vandaar de link naar IQ is dit nu van belang. Rekenen is iets wat we aan moeten leren maar niet van nature moeten kunnen. Ter info van de 400 studenten misschien 5 die het niet halen en daarvan 1 die het echt niet kan. De rest heeft niet geoefend of hulp gevraagd. Leg kort wat over rekenen uit. 

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Leg uit dat beelddenkers andere kwaliteiten hebben maar weinig hebben aan veel herhaling, veel opschrijven of lezen. Het plaatje maken in het hoofd, het verbinden aan het lange termijn geheugen (hebben we het volgende les over) is veel effectiever. 
wat heb jij onthouden?

Slide 47 - Open vraag

Nog eens terug? Wat heb je nu onthouden 5%?

Slide 48 - Tekstslide

je had de les kunnen samenvatten. Wie zou dit gedaan hebben?

Slide 49 - Tekstslide

Misschien iets korter met markeren. Wie?

Slide 50 - Tekstslide

Liever iemand in punten? 

Slide 51 - Tekstslide

Of een samenvatting met beelden. 
format workshop

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

spraakfunctie word
opname
instellingen let op taal en interpunctie

Slide 53 - Tekstslide

Omdat veel studenten heel kort reflecteren of kennis laten zien, maar wel heel snel zeggen dat weet ik al, maar het eerder in de typvaardigheid zit, geef de mogelijkheid tot inspreken of door inspreken en laten transcriberen. Les volgen even snel een kort verslagje. 
AI hulp

Slide 54 - Tekstslide

Gebruik chat op de juiste wijze. Ook deze kan spraak. Zorg dat je duidelijke prompt zet, bij het maken van een verslag geef dan ook altijd praktijkvoorbeelden. Dus wat is de theorie, wat zie je in de praktijk, wat heb je gedaan of zou je kunnen veranderen? Vraag ook altijd aan chat welke bronnen hij heeft gebruikt of nog beter zorg dat je de bron geeft die hij mag gebruiken. 

Slide 55 - Tekstslide

Weer een overzicht van het huiswerk, komt ook in de mail met de aanvulling van de vragen die er spelen. 
planning maken

Slide 56 - Tekstslide

Voor studenten die niet goed weten hoe ze dat moeten doen. 

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 65 - Tekstslide

Zoek je client, is in ouderenzorg beginssituatie bepalen.