2.1 Waarmee betaal je?

Welkom, wat fijn dat jullie er zijn!

Bij binnenkomst:

Stap 1: Mobiel in de telefoontas
Stap 2: Eten/drinken weg & kauwgom/lolly uit.
Stap 3: Open je boek op blz. 42 en open je schrift voor een opdracht




timer
5:00
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom, wat fijn dat jullie er zijn!

Bij binnenkomst:

Stap 1: Mobiel in de telefoontas
Stap 2: Eten/drinken weg & kauwgom/lolly uit.
Stap 3: Open je boek op blz. 42 en open je schrift voor een opdracht




timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 2.1 - In deze les:
In deze les leer je:
  • Wat de geldfuncties zijn
  • Hoe je op verschillende manieren kunt betalen
  • Welke rol banken in het geldverkeer hebben

Slide 2 - Tekstslide

Rekenfuncties
Geld is een gemakkelijk ruilmiddel: je kunt het goed bewaren en het is op te delen in kleine bedragen.

Je gebruikt geld op drie manieren. Dat noem je geldfuncties. Je gebruikt geld:
als ruilmiddel: met geld kun je iets kopen.
als rekenmiddel: met geld stel je vast hoeveel iets waard is.
als spaarmiddel: met geld kun je sparen voor iets wat je later wilt kopen.


Slide 3 - Tekstslide

Vormen van geld
Geld is er in twee vormen:
Chartaal geld: 
Contant geld of cash is tastbaar: munten en bankbiljetten. Het contante geld dat bij personen, bedrijven en instellingen in gebruik is, heet officieel chartaal geld. Contant geld dat bij banken in de kluis ligt, telt niet mee.
Giraal geld:
Geld dat op bankrekeningen staat, is niet tastbaar. Het geld dat bij banken op betaalrekeningen staat, heet officieel giraal geld. Geld op spaarrekeningen telt niet mee.

Slide 4 - Tekstslide

Elektronisch betalen
Bij elektronisch betalen gaat het geld meteen van jouw bankrekening naar de bankrekening van de ander.
Elektronisch betalen kan op drie manieren:
  1. met internetbankieren
  2. bij een webwinkel. Je betaalt bijvoorbeeld via iDeal, PayPal, Afterpay, Klarna of   via een creditcard.
  3. bij een betaalautomaat met je pinpas en pincode of contactloos

Slide 5 - Tekstslide

Creditcard
Je kunt een creditcard krijgen als je 18 jaar of ouder bent.
Bij aankopen met een creditcard worden je betalingen meestal aan het eind van de maand van je rekening afgeschreven.

Soms mag je er langer over doen om het voorgeschoten bedrag aan de creditcardmaatschappij terug te betalen. Je betaalt dan wel rente over dat bedrag.

Slide 6 - Tekstslide

Banken
Banken hebben een belangrijke taak in het betalingsverkeer. Ze verbinden tussen:
Vraag naar geld en aanbod van geld.
Hoe beter het gaat met de economie, hoe meer geld er heen en weer stroomt.


Slide 7 - Tekstslide

Internetbankieren
Via internetbankieren heb je een overzicht van je betalingen en ontvangsten van je betaalrekening.
Het bedrag dat op je bankrekening staat, is je saldo.
  • Een creditsaldo is een positief saldo.
  • Een tekort heet debetsaldo, je saldo is negatief.

Slide 8 - Tekstslide

Rekeningafschrift

Slide 9 - Tekstslide

Rekeningafschrift voorbeeld

Slide 10 - Tekstslide

Samenvatting
paragraaf 2.1

Slide 11 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Stap 1: Maak opgave 1 t/m 12 van par. 2.1 vanaf blz. 42
Stap 2: Vraag om je woordspin van gisteren om die af te maken.
Stap 3: Maak de oefenopgaven van 2.1 op blz. 60.


Stap 1 is huiswerk 
voor de eerst volgende les

timer
5:00
timer
2:30

Slide 12 - Tekstslide