In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
1.4 Mengsels
Slide 1 - Tekstslide
1.3
Je kunt beschrijven dat een zuivere stof uit één soort moleculen bestaat
Je kunt beschrijven dat een mengsel uit meerdere soorten moleculen bestaan
Je kunt uitleggen dat een zuivere stof tijdens zijn faseovergang niet van temperatuur verandert.
Je kunt uitleggen dat een mengsel tijdens zijn faseovergang van temperatuur verandert.
Je kunt verschillende zuivere stoffen en mengsels noemen.
Slide 2 - Tekstslide
Tot nu toe...
Scheikunde --> stoffen (stofeigenschappen)
Stoffen --> moleculen (bewegen, ruimte, aantrekkingskracht bij verschillende fasen)
Fasen --> faseovergangen
Stoffen --> zuiver of mengsel (grafiek van smeltproefje)
Er zijn verschillende soorten mengsels. Daar gaat paragraaf 1.4 over!
Slide 3 - Tekstslide
3 soorten mengsels
Een mengsel maak je door verschillende stoffen door elkaar te mengen. Cola is bv een mengsel. Er bestaan verschillende soorten mengsels. Je moet er drie kennen.
1. Oplossing
2. Suspensie
3. Emulsie
Slide 4 - Tekstslide
Oplossing
Een oplossing bestaat uit:
- oplosmiddel (bv water)
- opgeloste stof (bv suiker) (kan vaste stof zijn, maar ook vloeistof of gas)
Een oplossing is altijd helder. Je kan er doorheen kijken. De suiker zie je niet meer!
Slide 5 - Tekstslide
Oplosmiddel
Een oplosmiddel, vaak water, wordt gebruikt om andere stoffen in op te lossen. Lang niet alle stoffen zijn op te lossen in water waardoor je een ander oplosmiddel moet kiezen. Alcohol en terpentine zijn oplosmiddelen die vet kunnen oplossen.
Slide 6 - Tekstslide
Oplosmiddel
De stof waarin je de andere stof oplost heet een oplosmiddel.
Bijvoorbeeld:
water, wasbenzine, alcohol en aceton
Slide 7 - Tekstslide
Welke stof(fen) lost nog meer op in water?
Slide 8 - Open vraag
Dit is wat er gebeurd met de moleculen bij het oplossen van suiker in water. De molecule gaan door elkaar zitten.
Slide 9 - Tekstslide
Suspensie
Een suspensie bestaat uit:
- een vloeistof (bv water)
- een vaste stof die NIET oplost er in rondzweeft (bv zand)
De vaste stof lost NIET op in het water en zakt na een tijdje naar de bodem.
Dit heet bezinken
Slide 10 - Tekstslide
3.3 Bezinken en filtreren
Bezinken en afschenken
Bezinken: naar beneden zakken van een vaste stof in een suspensie.
Afschenken: afgieten van de vloeistof na bezinken.
Slide 11 - Tekstslide
Wat gebeurt hier?
Bezinken
Slide 12 - Tekstslide
Emulsie
Een emulsie bestaat uit:
- een vloeistof
- een andere vloeistof die NIET oplost
Bv olie en water
Na een tijdje ontmengen de vloeistoffen van elkaar.
Slide 13 - Tekstslide
Hoofdstuk 4. Mengen en scheiden
§4.3 Mengsels
Emulsie
Een emulsie is een troebel mengsel van vloeistoffen,
waarbij druppeltjes van de ene vloeistof zweven in de andere
Voorbeelden
Emulgator
Een emulgator zorgt ervoor dat de twee vloeistoffen wel mengen<div>Voorbeeld: Zeep en eigeel</div>