Klare Taal les 33: de spelling van het voltooid deelwoord

Titel van de les
Klare taal les 33: de spelling van het voltooid deelwoord
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Titel van de les
Klare taal les 33: de spelling van het voltooid deelwoord

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • NUMO: woensdag ben je klaar met 60 minuten. Ben je woensdag niet klaar dan maak je donderdag om 15.30 je NUMO in lokaal 003
  • Herhalen: Scheidbare werkwoorden
  • Klare Taal les 30: 
  • Woordenboek op tafel!

Slide 2 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
           Leerdoelen

  1. Je kunt een zin maken met een scheidbare werkwoord.
  2. Je kunt een zin maken met de voltooide tijd.


Slide 3 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Maak een zin. Denk om de leestekens!

de leerlingen - opruimen - aan het eind van de les


timer
0:30

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Voltooide tijd?
timer
0:30

Slide 5 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Klare Taal les 33
We gaan de spelling van het voltooid deelwoord leren.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb gewerkt- wij hebben gewoond
Wil je praten over vroeger? Dan gebruik je de voltooide tijd.

Vroeger heb ik in Turkije gewoond. ( wonen)
Gisteren heb ik patat gegeten. ( eten)
Tijdens de vorige les heb ik gerekend. ( rekenen)





Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een aantal voorbeelden:
Werken:
ik-vorm: werk
Staat de k in SoFTKeTCHuP?

Wonen
ik-vorm: woon
Staat de n in SoFTKeTCHuP?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je een t of een d?
  1. Kijk naar het hele werkwoord. Haal -en weg en dan heb je de ik-vorm.
  2. Kijk naar de laatste letter. Staat de laatste letter in de medeklinkers van SoFTKeTCHuP, dan krijgt de voltooide tijd een t. Staat de laatste letter daar niet in, dan krijgt de voltooide tijd een d. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je een t of een d?
  1. Kijk naar het hele werkwoord. Haal -en weg en dan heb je de ik-vorm.
  2. Kijk naar de laatste letter. Staat de laatste letter in de medeklinkers van SoFTKeTCHuP, dan krijgt de voltooide tijd een t. Staat de laatste letter daar niet in, dan krijgt de voltooide tijd een d. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooide tijd(regelmatig)
Ik woon in Den Haag.
Ik heb vroeger in Utrecht gewoond.
Jullie wonen in Den Haag.
Jullie hebben in Turkije gewoond.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooide tijd(regelmatig)
Ik woon in Den Haag.
Ik heb vroeger in Utrecht gewoond.
Jullie wonen in Den Haag.
Jullie hebben in Turkije gewoond.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooide tijd(regelmatig)
Ik maak mijn huiswerk.
Ik heb gisteren mijn huiswerk gemaakt.
Jullie maken je huiswerk.
Jullie hebben gisteren je huiswerk gemaakt.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooide tijd(regelmatig)
Ik maak mijn huiswerk.
Ik heb gisteren mijn huiswerk gemaakt.
Jullie maken je huiswerk.
Jullie hebben gisteren je huiswerk gemaakt.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooide tijd(regelmatig)
Ik maak mijn huiswerk.
Ik heb gisteren mijn huiswerk gemaakt.
Ik woon in Den Haag.
Ik heb vroeger in Utrecht gewoond.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Samen oefenen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

poetsen
luisteren
Voltooid deelwoord met <i>t</i><div><i>(SoFTKeTCHuP)</i></div>
Voltooid deelwoord met <i>d</i>
groeten
rennen
horen
vragen
wandelen
maken
fietsen
pakken
tekenen
leren

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik poets mijn tanden.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik poetste mijn tanden.
B
Ik heb mijn tanden gepoetsd.
C
Ik ben mijn tanden gepoetst.
D
Ik heb mijn tanden gepoetst.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik fiets
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik fietste.
B
Ik heb gefietst.
C
Ik ben gefietst.
D
Ik heb fietsen.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik studeer Nederlands.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik studeerte Nederlands.
B
Ik heb Nederlands gestudeert.
C
Ik studeerde Nederlands.
D
Ik heb Nederlands gestudeerd.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik maak mijn huiswerk.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik heb mijn huiswerk gemaakt.
B
Ik heb mijn huiswerk gemaakd.
C
Ik ben mijn huiswerk gemaakt.
D
Ik ben mijn huiswerk gemaakd.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik sport tijdens de sportles.
Wat is de voltooide tijd?
A
Ik heb gespord.
B
Ik ben gesport.
C
Ik heb gesport.
D
Ik ben gespord.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het voltooid deelwoord van luisteren?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het voltooid deelwoord van horen?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het voltooid deelwoord van ruilen?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb het blikje cola (openen).

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wij hebben met mevrouw
Olena (rekenen).

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in voltooide tijd.
Ik luister muziek.
Ik.......muziek............
timer
1:00

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de voltooide tijd.
Zij hoort de bel.
Zij........de bel............

timer
1:00

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de voltooide tijd.
Wij ruilen de broek.

timer
1:00

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in het perfectum.
Ik pak mijn boek.

timer
1:00

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de voltooide tijd.
Jullie fietsen naar school.

timer
1:00

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer hebben en wanneer zijn?
Hebben 
  • bij regelmatige werkwoorden (= meestal).
  • bij beweging zonder doel. Alleen actie:
  •            Ik heb een stukje gefietst.
Zijn 
  • bij vervoeging van de volgende werkwoorden:
  • beginnen         blijven         komen         gaan         worden         zijn
  • bij verandering van situatie:
  •           Hij is getrouwd.
  • bij beweging met een doel:
  •           Ik ben naar het station gefietst.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jullie (hebben / zijn)
naar Utrecht (fietsen).

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Herhalen.....voltooide tijd.
zetten
pakken
wandelen 
luisteren
wonen
gebruiken 
dansen
rennen
horen
voelen
praten

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voltooide tijd van werken
A
ik heb gewerkt
B
ik heb gewerkd
C
ik ben gewerkt
D
ik ben gewerkd

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

voltooide tijd van voelen
A
ik heb gevoelt
B
ik heb gevoeld
C
ik ben gevoelt
D
ik ben gevoeld

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

luisteren
A
ik heb geluistert
B
ik heb geluisterd
C
ik ben geluistert
D
ik ben geluisterd

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de voltooide tijd.
Ik dans op de muziek.

timer
1:00

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de voltooide tijd.
Meryem praat met Fanka.

timer
1:00

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de voltooide tijd.
De leerlingen horen de bel.

timer
1:00

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de voltooide tijd.
De kinderen spelen buiten.

timer
1:00

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

           Klare Taal Les 32 Voltooide tijd

Maak oefening 1 t/m 5 op blz.93

Klaar? Controleer je antwoorden met een andere leerling.

Niet in het boek schrijven!!
Laptop dicht en gebruik je woordenboek voor woorden 
die je niet begrijpt.
timer
10:00

Slide 43 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Nakijken

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voltooide tijd van werken
A
ik heb gewerkt
B
ik heb gewerkd
C
ik ben gewerkt
D
ik ben gewerkd

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

voltooide tijd van voelen
A
ik heb gevoelt
B
ik heb gevoeld
C
ik ben gevoelt
D
ik ben gevoeld

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

luisteren
A
ik heb geluistert
B
ik heb geluisterd
C
ik ben geluistert
D
ik ben geluisterd

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies