Present Simple vs. Present Continuous

Present Simple en Present Continuous

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Present Simple en Present Continuous

Open met het verschil tussen 'gewoonte' en 'nu bezig'. Dat is de centrale lijn van de les.

Lesdoel

Ik kan uitleggen wanneer ik de present simple en de present continuous gebruik en ik kan beide tijden correct maken in verschillende soorten zinnen.

Deze slide heeft geen instructies

Present Simple: gebruik

De present simple gebruik je voor dingen die vaak, altijd of meestal gebeuren.


  • gewoontes: I walk to school.

  • feiten: Water boils at 100°C.

  • vaste situaties: She lives in Utrecht.

  • roosters of vaste tijden: The lesson starts at nine.

Benadruk signaalwoorden zoals always, often, usually, sometimes, never, every day.

Present Simple: vorm

Basisvorm:


  • I/you/we/they + werkwoord

  • he/she/it + werkwoord + s


Voorbeelden:

  • I play football.

  • They work hard.

  • He plays football.

  • She works hard.

Wijs op de extra -s bij he/she/it. Dat is vaak de grootste fout.

Present Simple: ontkennend en vragend

Met do / does maak je ontkennende en vragende zinnen.


  • ontkennend: I do not (don't) play.

  • ontkennend: He does not (doesn't) play.

  • vraag: Do you play?

  • vraag: Does she play?


Let op: na does komt het werkwoord zonder -s.

Laat leerlingen het verschil zien tussen 'She plays' en 'Does she play?'

Present Simple: voorbeelden

  • I get up at seven every day.

  • My brother likes pizza.

  • We do not watch TV in class.

  • Does your teacher speak English?

Koppel elk voorbeeld aan een functie: gewoonte, feit, ontkenning, vraag.

Welke zin staat in de present simple?

A

She plays tennis.

B

She is playing.

C

Is she playing?

D

She is not playing.

Controleert de vorm van de present simple. De afleiders komen uit de present continuous-vormen die net nog niet aan bod waren.

Vul de juiste vormen in

Tom walks to school every day. His sister doesn't like early mornings. Does their teacher speak English in class? They don't watch TV at school.

walks
doesn't like
Does
don't watch
is walking
doesn't likes
Do
aren't watching
walk
speaks

Alle zinnen sluiten aan op voorbeelden uit de slides: every day, does, don't en speak English. Let op: na does geen -s.

Present Continuous: gebruik

De present continuous gebruik je voor iets dat nu bezig is of tijdelijk is.


  • nu op dit moment: I am reading now.

  • tijdelijk: She is staying with her aunt this week.

  • verandering of ontwikkeling: The weather is getting colder.

Benadruk het woord 'nu' en tijdelijke situaties. Vergelijk kort met routines uit de present simple.

Present Continuous: vorm

Basisvorm:


  • I am + werkwoord + ing

  • you/we/they are + werkwoord + ing

  • he/she/it is + werkwoord + ing


Voorbeelden:

  • I am doing my homework.

  • They are playing outside.

  • He is watching TV.

Noem eventueel de korte vormen: I'm, you're, he's.

Present Continuous: ontkennend en vragend

Met am / is / are maak je ontkennende en vragende zinnen.


  • ontkennend: I am not sleeping.

  • ontkennend: They are not working.

  • vraag: Are you listening?

  • vraag: Is she coming?

Laat zien dat het hulpwerkwoord vooraan komt in de vraag.

Present Continuous: voorbeelden

  • I am wearing a blue shirt today.

  • We are learning English now.

  • He is not using his phone.

  • Are they waiting outside?

Leg uit dat 'today' en 'now' vaak goed passen bij de present continuous.

Welke zin is een goede vraag in de present continuous?

A

Do they waiting?

B

Are they waiting?

C

They are waiting?

D

Is they waiting?

Toetst de vraagvorm met are + onderwerp + werkwoord-ing.

Vul de juiste vormen in

I am writing an email at the moment. We are not sitting outside now. Is she coming this week? He is not using his phone now.

am writing
are not sitting
Is
is not using
write
do not sit
Does
not using
are writing
comes

Laat leerlingen letten op at the moment, now en this week. Dat zijn signalen voor present continuous.

De tijden naast elkaar

Present Continuous

  • nu bezig

  • tijdelijk

  • op dit moment

  • ontwikkeling


She is walking to school now.

Present Simple

  • gewoonte

  • vaak of altijd

  • feit

  • vaste situatie


She walks to school every day.

Dit is de kernvergelijking van de les. Gebruik de voorbeelden hardop naast elkaar.

Kies de juiste tijd

My father works in a hospital every day. Listen! The baby is crying now. We usually eat at six o'clock, but I am doing my English exercise at the moment.

works
is crying
eat
am doing
work
cries
are eating
do
is work
crying

Hier komen beide tijden samen. Bespreek steeds eerst de betekenis: gewoonte of nu bezig.

Kies de juiste vorm: 'Look! The dog ___ in the garden.'

A

run

B

is running

C

runs

D

running

Deze slide heeft geen instructies

Kies de juiste vorm: 'My brother usually ___ breakfast at 7 o’clock.'

A

is eating

B

eat

C

eats

D

eating

Deze slide heeft geen instructies

Kies de juiste vorm: 'We ___ a film at the moment.'

A

watches

B

watch

C

are watching

D

watching

Deze slide heeft geen instructies

Vul in: She ___ to school every day. (go)

Deze slide heeft geen instructies

Vul in: Look! They ___ football now. (play)

Deze slide heeft geen instructies

Vul in: I ___ my homework at the moment. (do)

Deze slide heeft geen instructies



Open your book on page 50 and do exercises 29, 30 and 31.

Finished? Study vocabulary on page 72.

Deze slide heeft geen instructies