5.1 + 5.2 genotype en fenotype, chromosomen

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar en huiswerkcontrole
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is verboden
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, etui 
  • Ingelogd op LessonUp
  • Boek open blz. 100
  • Schrift open huiswerk zichtbaar
Huiswerk was: blz 100-111 lezen









timer
1:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Overzicht Periode 3
  • Thema: Erfelijkheid en evolutie. En ordening
  • Benodigde lesmaterialen: boek B en LessonUp
  • Opmerking: periode 3 toets is niet herkansbaar!
Week 12
Week 14
Week 15
Week 16
Week 17/18
Week 19
Week 20
Week 21
Week 22
Week 23 
Week 24
Toets bespreken
5.1 + 5.2
5.3 + 5.4
5.4
Meivakantie
Oefenvragen evolutie
5.5
5.6
Ordening LU
Ordening LU
extra les

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Erfelijkheid en evolutie
5.1 Genotype en fenotype en 5.2 chromosomen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
5.1 R: Je kunt omschrijven wat het genotype en het fenotype zijn.

5.1 T: Je kunt uitleggen dat cellen alleen de erfelijke informatie gebruiken die ze nodig hebben.

5.2 T: Je kunt uitleggen hoe elk van de ouders 50% van de chromosomen levert.

5.2 R: Je kunt aangeven dat bij mensen het geslacht wordt bepaald door de geslachtschromosomen.

5.2 T: Je kunt uitleggen hoe door geslachtelijke voortplanting variatie in genotypen ontstaat.


Slide 5 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Type oorlel = genetische eigenschap

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke variant heb jij? Links of rechts?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je fenotype wordt bepaald door je erfelijke eigenschappen (genotype) Waar ligt die erfelijke eigenschap opgeslagen?
genotype= erfelijke eigenschappen. 
fenotype = hoe je eruit ziet

Slide 8 - Tekstslide

in de celkern. Daar zitten chromosomen die genen bevatten.
Hoe ontstaan nieuwe cellen?
En welke twee type cellen zijn er? 

Slide 9 - Tekstslide


Door celdeling
lichaamscellen en geslachtscellen
Hoe ontstaan nieuwe cellen?
lichaamscellen
Geslachtcellen (eicel of zaadcel)

Slide 10 - Tekstslide

T: Je kunt uitleggen hoe elk van de ouders 50% van de chromosomen levert.
Fenotype en genotype 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak vragen 2 op blz 103 en plak je screenshot hier
timer
3:00

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Chromosomen: langgerekte dunne draden in de celkern die bestaan uit opgerold DNA
Geslachtschromosomen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Erfelijke informatie
In de celkern van lichaamscellen zitten 46 chromosomen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Erfelijke informatie
Chromosomen zijn lange dunne draden waarop erfelijke informatie staat.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maar waar in die chromosomen vindt je bijvoorbeeld je haarkeur? 
Daarvoor kijk je naar specifieke plekken van je DNA in die chromosomen
--> Genen 

Slide 16 - Tekstslide

MC1R
→ Ligt op chromosoom 16
Genen: een deel van een chromosoom dat de informatie bevat voor een eigenschap

Slide 17 - Tekstslide

Bloedgroep A, B, AB en O wordt bepaald door 1 gen.

Huidskleur wordt veroorzaakt door meerdere genen. aanmaak pigment of kleur van de huid.


Chromosomen paren 
Gen voor het maken van oorsmeer
Gen voor oogkleur
Gen voor bloedgroep

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Karyogram
lichaamscellen en chromosomen, en                  activiteit

Slide 19 - Tekstslide

op chromosoom 20 zit een gen die de haarzakjes (haren) beinvloeden.

op chromosoom 2 zit een gen die betrokken is bij gal functie.

Kijk naar de plaatje op slide 18. je ziet daar een chromosoom met een gen voor oorsmeer en een gen voor het oogkleur. Maakt een oogcel oorsmeer aan? Bespreek dit met je klasgenote. Vergelijk je antwoord met het antwoordmodel

Slide 20 - Open vraag

Een oogcel maakt de kleur (fenotype) aan die op de oogkleur gen aan informatie bevat. de oogkleur gen staat in die cel aan. Maar een oogcel maakt geen oorsmeer aan. Het gen voor oorsmeer staat in de oogcel dus niet aan. 
blz103 (5.1). Maak opgaven 4 en deel je antwoord hier

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

5.1 opgave 8 genen en deel je antwoord hier

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een fenotype?
A
Fenotype is een ander woord voor genotype
B
Fenotype is wat er in je celkern gebeurd
C
Fenotype is een eigenschap van een organisme
D
Fenotype is het hebben van een piercing

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is genotype?
A
Genotype is alle uiterlijke eigenschappen van een organisme
B
Genotype is alle erfelijke eigenschappen van een organisme.
C
Genotype is een deel van een chromosoom

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn chromosomen?
A
In deze chromosomen ligt je DNA of erfelijk materiaal opgeslagen, dat bepaalt hoe je eruitziet en hoe je lichaam werkt. Chromosomen zijn opgebouwd uit kleine stukjes DNA.
B
Dat zijn cellen in je lichaam.
C
Dat zijn moleculen. dat is een andere naam voor cellen in je lichaam.
D
Chromosomen is een ander woord voor organismen.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn genen?

A
Genen zijn informatie die iets zeggen over huidskleur of oogkleur
B
Genen zijn delen van een chromosoom die coderen voor een eigenschap, van ieder gen heb je twee allelen.
C
Genen zorgen voor je fenotype (hoe je er uit ziet)
D
A, B en C zijn allemaal goed

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
R: Je kunt omschrijven wat het genotype en het fenotype zijn.

T: Je kunt uitleggen dat cellen alleen de erfelijke informatie gebruiken die ze nodig hebben.

T: Je kunt uitleggen hoe elk van de ouders 50% van de chromosomen levert.

R: Je kunt aangeven dat bij mensen het geslacht wordt bepaald door de geslachtschromosomen.

T: Je kunt uitleggen hoe door geslachtelijke voortplanting variatie in genotypen ontstaat.


Slide 27 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
T: Je kunt uitleggen hoe door geslachtelijke voortplanting variatie in genotypen ontstaat.

Wat is variatie in genotype?
bij geslachtelijk voortplanting worden de chromosomen van de vader en van de moeder met elkaar gemengd. Leg uit hoe dit kan leiden tot variatie in genotype. 

Slide 28 - Tekstslide

Variatie in genotype = verschillen in het erfelijk materiaal (DNA) tussen individuen van dezelfde soort. jouw broertje ziet er anders uit dan jou.

Chromosomen van vader en moeder worden willekeurig verdeeld. Verschillende genotypen leiden tot verschillende fenotypen.


Check je begrip
5.1 lichaamscellen en het aantal chromosomen. Leerdoel:  Je kunt aangeven dat bij mensen het geslacht wordt bepaald door de geslachtschromosomen.
5.1 opgave 2 en 3 genotype en fenotype
5.1 opgave 4, 6 en 8 genen en hun activiteit
5.2 opgave 1: chromosomen in lichaamscellen en geslachtcellen. geslachtsbepaling
5.2 opgave 5 chromosomensamenstelling in verschillende typen cellen


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 30 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting
Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 31 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

           Begrippen
           uit deze les
5.1 genotype, fenotype, erfelijk, omgeving, leefstijl, lichaamscellen, celkern, celdeling, chromosomen, DNA, genen.

5.2 chromosomenparen, meiose, geslachtscellen, X-chromosoom, Y-chromosoom,


Homozygoot, heterozygoot, dominant, recessief,


Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genotype
fenotype
chromosomen
geslachtschromosomen
Genen
timer
2:30

Slide 33 - Open vraag

- Genotype: Alle erfelijke informatie voor al je erfelijke eigenschappen.
- Fenotype: de eigenschappen van een organisme.
- Chromosomen: Lange dunne draden waarop erfelijke informatie zit.
- Geslachtschromosomen:  de 23e chromosoompaar bij de mens is xx of xy
- Genen: een deel van een chromosoom dat de informatie bevat voor een eigenschap

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies