VAKTHEORIE · VARIATIE
EXAMENTRAINING
Variatie en improvisatie: zo pak je examenvragen aan
VAKTHEORIE · VARIATIE
EXAMENTRAINING
Variatie en improvisatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Dirk Neven / Wikimedia Commons, publiek domein
♪ VAKTHEORIE · VARIATIE
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan examenvragen over variatie en improvisatie beantwoorden en de aard van een variatie beschrijven.
Deze slide heeft geen instructies
♪ VAKTHEORIE · VARIATIE
ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN
1. Lees: welk gegeven wordt gevarieerd: thema, bas of akkoordenschema?
2. Luister of kijk: zet het begin naast de variatie. Wat blijft gelijk?
3. Beschrijf: noem alles wat verandert, ook als het er twee zijn.
4. Benoem: gebruik het juiste begrip, zoals omkering, kreeft of ritmische variatie.
Deze slide heeft geen instructies
♪ VAKTHEORIE · VARIATIE
VRAAGTYPE 1: DE AARD VAN DE VARIATIE BESCHRIJVEN
Je beschrijft wat er verandert: tonen, ritme, toonsoort of akkoorden.
Bij een partituur let je op voortekens, notenwaarden en extra noten.
Veranderen er twee dingen, dan noem je ze allebei.
A2: processen interpreteren en de aard van de variatie analyseren.
Wat is er veranderd in de variatie?
Mineur, en er zijn extra tonen bij
Alleen mineur, de tonen zijn gelijk
Alleen het ritme is anders
De melodie staat ondersteboven
Drie mollen bij de sleutel én extra achtste noten: twee veranderingen. Wie alleen mineur kiest, ziet de extra noten niet. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Welke aanwijzing in de partituur wijst op een tonale variatie?
Een ander tempo bovenaan
Andere voortekens bij de sleutel
Meer noten per maat
Een andere dynamiek
Een andere toonsoort zie je aan de voortekens bij de sleutel. Meer noten per maat wijzen op een melodische of ritmische variatie.
Johann Sebastian Bach, schilderij van Haussmann
♪ VAKTHEORIE · VARIATIE
VRAAGTYPE 2: OMKERING EN KREEFT HERKENNEN
Bij omkering gaan de stappen de andere kant op, bij kreeft staan de noten van achter naar voren.
Zie je een motief en een variatie met dezelfde noten in omgekeerde volgorde, dan is het een kreeft.
Hoor je dat de tweede stem omlaag gaat als de eerste omhoog gaat, dan is het omkering.
A1/A2: kreeft en omkering herkennen in notenbeeld en op gehoor. Image credit: Elias Gottlob Haussmann / Wikimedia Commons, publiek domein
Welke techniek is hier gebruikt?
Omkering
Ritmische variatie
Tonale variatie
Kreeft
G D E C zijn dezelfde noten als C E D G, maar van achter naar voren. Wie omkering kiest, kijkt naar de richting en niet naar de volgorde. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Bach: Goldbergvariaties, variatie 15, Murray Perahia (kanaal: Murray Perahia - Topic). Wat leerlingen horen: twee stemmen die dezelfde melodie spelen. Gaat de eerste stem omhoog, dan gaat de tweede omlaag. Dat is omkering. Goede antwoord: omlaag.
Wat doet de tweede stem als de eerste stem omhoog gaat?
Hij gaat omlaag
Hij gaat ook omhoog
Hij speelt de noten achterstevoren
Hij blijft op dezelfde toon liggen
De tweede stem is de omkering van de eerste: elke stap gaat de andere kant op. Wie achterstevoren kiest, verwart omkering met kreeft.
Een dalende baslijn die drie keer klinkt
♪ VAKTHEORIE · VARIATIE
VRAAGTYPE 3: EEN OSTINATE BAS EN EEN SCHEMA VOLGEN
Bij een ostinate bas volg je het baspatroon en luister je wat erboven verandert.
Bij een bluesschema luister je naar de twaalf maten die steeds terugkeren.
Benoem eerst het gegeven dat gelijk blijft.
A1/A2: variaties op een akkoordenschema en een ostinate bas volgen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Miles Davis: Freddie Freeloader, album Kind of Blue, 1959 (kanaal: MilesDavisVEVO). Wat leerlingen horen: een jazznummer op het twaalfmatige bluesschema. De akkoorden keren steeds terug, de solisten improviseren erboven. Goede antwoord: het bluesschema.
Op welk akkoordenschema is dit nummer gebouwd?
Een ostinate bas
Een thema met variaties
Het bluesschema
Een kreeft
Het nummer volgt twaalf maten die steeds terugkeren. De afleiders zijn andere begrippen uit dit onderwerp, geen akkoordenschema's.
Wat is de beste omschrijving van dit baspatroon?
Een stijgende ostinate bas van vier tonen
Een bluesschema van vier maten
Een dalende ostinate bas van vier tonen
Een kreeft van vier tonen
A G F E daalt stapsgewijs en klinkt drie keer. Wie stijgend kiest, leest de noten van links naar rechts verkeerd. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Een saxofonist improviseert tijdens een concert, 2010
♪ VAKTHEORIE · VARIATIE
VRAAGTYPE 4: IMPROVISATIE EN VARIATIE ONDERSCHEIDEN
Variatie kan uitgeschreven zijn, improvisatie wordt ter plekke bedacht.
Bij twee uitvoeringen van hetzelfde nummer blijven het thema en het schema gelijk.
De solo's verschillen: die zijn nieuw bedacht.
A2: uitvoeringen vergelijken en beoordelen. Image credit: Dirk Neven / Wikimedia Commons, publiek domein
Twee opnamen van hetzelfde jazznummer hebben verschillende solo's. Wat blijft gelijk?
Het thema en het akkoordenschema
De solo's
Elke noot van de solo's
Het aantal solisten
Thema en schema zijn de afspraak. Wie de solo's kiest, vergeet dat die telkens nieuw zijn.
Waaraan hoor je improvisatie?
Een goed antwoord: de solo klinkt telkens anders, is niet uitgeschreven en bouwt op een schema of thema. Verwachte fout: alleen noemen dat het mooi klinkt.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
De aard van de variatie beschrijven
Omkering en kreeft herkennen
Een ostinate bas en schema volgen
Improvisatie en variatie onderscheiden
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst.
♪ VAKTHEORIE · VARIATIE
TIPS VOOR OP HET EXAMEN
Noem wat gelijk blijft en wat verandert, allebei.
Veranderen er twee dingen, noem ze dan allebei.
Bij een partituur: kijk eerst naar voortekens en notenwaarden.
Luister het fragment altijd twee keer voor je kiest.
Deze slide heeft geen instructies