Variatie en improvisatie (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · VARIATIE

QUIZ

Terugblik: Variatie en improvisatie

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van negen vragen, waarvan drie luistervragen, over de aard van de variatie, omkering en kreeft, ostinate bas, bluesschema en improvisatie.

Onderdelen in deze les

VAKTHEORIE · VARIATIE

QUIZ

Terugblik: Variatie en improvisatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Dirk Neven / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Bach: Het Muzikalisch Offer, canon cancrizans, BWV 1079 (kanaal: Netherlands Bach Society). Wat leerlingen horen: twee stemmen die tegelijk beginnen. De ene speelt het motief van voor naar achter, de andere van achter naar voren: kreeft. Goede antwoord: de tweede stem speelt de melodie van achter naar voren.

De tweede stem is de eerste in kreeft. Wat betekent dat?

A

De tweede stem speelt de melodie ondersteboven

B

De tweede stem speelt de melodie een octaaf lager

C

De tweede stem speelt een ostinate bas

D

De tweede stem speelt de melodie van achter naar voren

Kreeft: de noten in omgekeerde volgorde. Wie ondersteboven kiest, verwart kreeft met omkering.

Video: Brahms: Variaties op een thema van Haydn, variatie 4 (Andante con moto), Karajan (kanaal: Herbert von Karajan - Topic). Wat leerlingen horen: dezelfde melodie als in het thema, maar nu in mineur en zangerig gespeeld. Tonale variatie, met herkenbare melodie. Goede antwoord: in mineur, met herkenbare melodie.

Het thema klonk in majeur. Hoe klinkt het in deze variatie?

A

In majeur, maar veel langzamer

B

In mineur, met herkenbare melodie

C

Achterstevoren gespeeld

D

Als een ostinate bas

Variatie 4 is een tonale variatie: mineur, melodie herkenbaar.

Video: Brahms: Variaties op een thema van Haydn, finale (Andante), Karajan (kanaal: Herbert von Karajan - Topic). Wat leerlingen horen: het finale begint met het basthema in de lage instrumenten. Daarna klinkt hetzelfde basthema steeds opnieuw terwijl de bovenstemmen telkens iets nieuws spelen. Goede antwoord: de bovenstemmen variëren terwijl het basthema terugkeert.

Het fragment begint met een basthema. Wat gebeurt er in de bovenstemmen?

A

Ze spelen steeds hetzelfde patroon

B

Ze spelen het basthema achterstevoren

C

Ze variëren terwijl het basthema terugkeert

D

Ze zwijgen tot het einde

Het basthema klinkt steeds opnieuw, erboven is steeds iets nieuws: variatie op een ostinate bas.

Vul in

Bij omkering gaat elke stap de andere kant op, bij kreeft klinkt de melodie van achter naar voren.

omkering
kreeft
themavariatie
ostinate bas

Omkering: richting van de stappen. Kreeft: volgorde van de noten.

Wat bedenkt de solist zelf bij een bluesschema?

A

De melodie boven de akkoorden

B

Het aantal maten van het schema

C

De akkoorden in elke maat

D

De maatsoort van het hele nummer

Het schema is afgesproken, de solist improviseert de melodie.

Noem twee soorten variatie op een thema.

Twee van: melodische, ritmische, tonale of harmonische variatie. Verwachte fout: omkering noemen, dat is een techniek.

Een menuet speelt zijn tweede helft achterstevoren. Welke techniek is dat?

A

Omkering

B

Kreeft

C

Ritmische variatie

D

Tonale variatie

Achterstevoren: kreeft. Wie omkering kiest, verwart volgorde met richting.

Welke variatie verandert de melodie niet, maar wel de akkoorden eronder?

A

Ritmische variatie

B

Melodische variatie

C

Omkering

D

Harmonische variatie

Melodie gelijk, akkoorden anders: harmonische variatie.

Welke uitspraak over variatie en improvisatie klopt?

A

Improvisatie wordt bedacht, variatie kan opgeschreven zijn

B

Variatie wordt altijd ter plekke bedacht

C

Improvisatie heeft altijd een thema in mineur

D

Variatie komt alleen voor in jazz

Een thema met variaties kan volledig in de partituur staan.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

GOED GEDAAN!

Je kunt nu de aard van een variatie beschrijven, omkering en kreeft herkennen en improvisatie onderscheiden.

Deze slide heeft geen instructies