Getallen en cijfers in het Nederlands
Getallen en cijfers in het Nederlands
Open met herkenbare voorbeelden: een prijs, een telefoonnummer en een tijd op een klok. Zo wordt meteen duidelijk dat getallen overal in het dagelijks leven voorkomen.
Lesdoel
Ik kan getallen en cijfers in het Nederlands correct uitspreken en herkennen in alledaagse situaties.
Deze slide heeft geen instructies
Zeg de getallen nog eens hardop:
0-1-2-3-4-5-6-7-8-9-10
Gebruik dit als korte activering. Verwachte reacties: losse getallen, leeftijden, prijzen, tijden of telefooncijfers.
De getallen 0–10
0 nul
1 één
2 twee
3 drie
4 vier
5 vijf
6 zes
7 zeven
8 acht
9 negen
10 tien
Wijs extra op één, twee en vijf: deze woorden geven vaak uitspraakproblemen. Laat het accent op één kort horen.
Cijfers en getallen
Cijfers zijn de tekens: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
Houd het onderscheid eenvoudig: cijfers zijn symbolen, getallen zijn de hoeveelheden of nummers die we ermee weergeven.
De getallen 11–20, Lees de getallen
11 elf
12 twaalf
13 dertien
14 veertien
15 vijftien
16 zestien
17 zeventien
18 achttien
19 negentien
20 twintig
Laat zien dat 11 en 12 apart zijn, maar dat 13–19 vaak eindigen op -tien. Bij 20 verandert het patroon naar tientallen.
Spreek de getallen hardop uit
12
18
16
11
19
20
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden, dingen
de appel- de appels
het glas- de glazen
de banaan- de bananen
het boek- de boeken
Deze slide heeft geen instructies
Getallen in woorden
Lees de getallen in de zinnen:
Ik heb 3 appels.
Ik heb 5 glazen limonade.
Ik eet 2 bananen.
Ik lees 8 boeken.
Benadruk dat NT2-leerders vaak het cijfer wel herkennen, maar het gesproken woord nog niet snel koppelen.
Wat is het?
dit zijn drie appels
dit zijn drie glazen limonade
dit zijn twee bananen
dit zijn vier boeken
Deze slide heeft geen instructies
Wat is het?
dit is een glas limonade
dit zijn drie boeken
dit zijn twee koppen koffie
dit zijn vijf bananen
Deze slide heeft geen instructies
Wat is het?
dit zijn twee koppen koffie
dit zijn tien koppen koffie
dit zijn vier koppen koffie
dit is een kop koffie
Deze slide heeft geen instructies
Wat is het?
dit zijn acht bananen
dit zijn vier bananen
dit zijn twee bananen
dit is een banaan
Deze slide heeft geen instructies
Samengestelde getallen
In het Nederlands zeg je vaak eerst het kleine deel en dan het tiental:
21 = eenentwintig
34 = vierendertig
58 = achtenvijftig
Je hoort vaak en in het midden.
Dit is een belangrijk verschil met veel andere talen. Noem het rustig expliciet: 21 is niet twintig-een, maar een-en-twintig.
Hoe bouw je 21–99 op?
eerst het getal van 1–9
dan en
daarna het tiental
Voorbeelden:
26 = zesentwintig
47 = zevenenveertig
Zevenenveertig heeft twee e-klanken rond en. Laat leerlingen goed horen waar de woorddelen samenkomen.
Spreek de getallen uit
25
38
47
92
64
39
Deze slide heeft geen instructies
Honderd en duizend
100 = honderd
200 = tweehonderd
300 = driehonderd
1000 = duizend
2000 = tweeduizend
Grote getallen bestaan uit bekende delen
Leg uit dat leerlingen niet elk groot getal als nieuw woord hoeven leren; ze combineren delen die ze al kennen.
Voorbeelden met 100 en 1000
105 = honderdvijf
120 = honderdtwintig
245 = tweehonderdvijfenveertig
1005 = duizendvijf
2024 = tweeduizendvierentwintig
Blijf bij de opbouw: honderd + vijf, tweehonderd + vijfenveertig. Zo zien leerlingen structuur in plaats van losse moeilijke woorden.
Hoe zeg je 34 in het Nederlands?
dertigvier
vierendertig
drieënveertig
veertigdrie
Test de regel: eerst het kleine deel, dan en, daarna het tiental. Let op: een fout gespelde afleider is bewust verwarrend voor leerlingen die te snel kijken.
Hoe zeg je 81 in het Nederlands?
tachtig één
eenenachtig
achteneen
eenentachtig
Deze slide heeft geen instructies
Wat is juist?
drieëndertig
35
23
34
33
Deze slide heeft geen instructies
Wat is juist?
65
vijfenzestig
vierenzestig
zesenvijftig
achtenzestig
Deze slide heeft geen instructies
Wat is juist?
negenentwintig
83
77
29
92
Deze slide heeft geen instructies
Uitspraak bij reeksen
Bij losse cijfers zeg je vaak elk cijfer apart
Dat gebeurt bij telefoonnummers en codes
Voorbeeld: 0612345678
Dan zeg je niet één groot getal
Geef mondeling een voorbeeld van een telefoonnummer als reeks losse cijfers. Dat verschil met gewone getallen is voor A2 erg belangrijk.
Grote getallen goed horen
Luister naar de delen van het woord:
driehonderd = 300
zeshonderd = 600
duizend = 1000
tweeduizend = 2000
Zo herken je sneller grote getallen.
Benadruk auditieve herkenning: hoor je honderd of duizend? Dat helpt bij formulieren, adressen en prijzen.
Nieuwe woorden, gegevens
de leeftijd- de leeftijden
het huisnummer- de huisnummers
de verjaardag- de verjaardagen
de geboortedatum- de geboortedatums
de postcode- de postcodes
Deze slide heeft geen instructies
Leeftijd en huisnummer
Leeftijd: Ik ben veertien jaar
Huisnummer: Ik woon op nummer acht
In zulke zinnen moet je het getal goed herkennen én zeggen
Koppel aan kennismaken: naam, leeftijd, adres. Dat zijn veelvoorkomende A2-situaties.
Zeg de zinnen hardop en vul de juiste woorden in
Ik ben ....jaar
Ik woon op nummer......
Mijn geboortedatum is........
Mijn verjaardag is op..........
Mijn postcode is........
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden
het telefoonnummer- de telefoonnummers
Deze slide heeft geen instructies
Telefoonnummers
Een telefoonnummer is meestal een reeks cijfers
Je zegt de cijfers één voor één
Voorbeeld: nul zes, één twee, drie vier...
Wijs op nul aan het begin van Nederlandse mobiele nummers. Dat is vaak nieuw voor leerders.
Lees het telefoonnummer
Mijn telefoonnummer is:
06- 2817364501
Mijn telefoonnummer is:
06- 1298347650
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden, geld
de winkel- de winkels
de prijs- de prijzen
de euro- de euro´s
Deze slide heeft geen instructies
Prijzen
In winkels hoor je veel getallen
€5 = vijf euro
€12 = twaalf euro
€21 = eenentwintig euro
Eventueel mondeling aanvullen met euro en cent, maar houd de slide eenvoudig en passend bij het leerdoel.
Lees de zinnen met de prijzen
De broek kost 20 euro.
De jas kost 60 euro.
De schoenen kosten 35 euro.
De sokken kosten 12 euro.
De trui kost 45 euro.
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden, kleren- kleding
de kleren
de kleding
de broek- de broeken
de trui- de truien
de jas- de jassen
de schoen- de schoenen
de sok- de sokken
Deze slide heeft geen instructies
Wat is het?
de schoenen
de jassen
de broeken
de sokken
Deze slide heeft geen instructies
Wat is het?
de truien
de broek
de broeken
de jassen
Deze slide heeft geen instructies
Wat is het?
de jas
de truien
de koffie
de trui
Deze slide heeft geen instructies
Sleepvraag
de broek
de trui
de jas
de sokken
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden, datums
de datum- de datums
de dag- de dagen
de week- de weken
de maand- de maanden
het jaar- de jaren
Deze slide heeft geen instructies
Data
Datums bevatten dag, maand en vaak een jaar
12 mei
3 november 2024
Je hoort en zegt dus kleine én grote getallen
Maak duidelijk dat jaren vaak grote getallen zijn, maar opgebouwd blijven uit bekende delen.
Nieuwe woorden, dagen van de week
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
zaterdag en zondag zijn het weekend
Deze slide heeft geen instructies
Welke dagen zijn het weekend?
maandag en dinsdag
zaterdag en zondag
vrijdag en zaterdag
zondag en maandag
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden
na (erna) after
voor (ervoor) before
Deze slide heeft geen instructies
Welke dag komt na maandag?
dinsdag
vrijdag
woensdag
zaterdag
Deze slide heeft geen instructies
Welke dag komt voor woensdag?
donderdag
dinsdag
zaterdag
vrijdag
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden, de maanden van het jaar
januari (01)
februari (02)
maart (03)
april (04)
mei (05)
juni (06)
juli (07)
augustus (08)
september (09)
oktober (10)
november (11)
december (12)
Deze slide heeft geen instructies
Wat is de datum?
03-08
vier augustus
acht augustus
drie augustus
acht september
Deze slide heeft geen instructies
Wanneer is Boris jarig?
eenentwintig augustus
eenendertig augustus
twaalf augustus
vijf oktober
Deze slide heeft geen instructies
Wanneer is het kerstmis? (Christmass)
vijfentwintig november
vijfentwintig juni
vijfentwintig december
vijfentwintig mei
Deze slide heeft geen instructies
Nieuwe woorden, klokkijken
het uur- de uren
het halve uur- de halve uren
het kwartier- de kwartieren
de tijd- de tijden
Deze slide heeft geen instructies
Tijd
Op een klok zie je ook getallen
8:00 = acht uur
10:15 en 12:30 zijn alledaagse tijden
Het is belangrijk dat je de getallen snel herkent
Blijf hier bij cijferherkenning en eenvoudige uitspraak. Ga niet diep in op kwart over/half als dat niet in deze les past.
Kijk naar de video over uren, halve uren en kwartieren
Deze slide heeft geen instructies
Tijd
Het is 1 uur
Het is 5 uur
Het is half 3
Het is half 8
Het is kwart over 4
Het is kwart over 9
Het is kwart voor 12
Het is kwart voor 7
Deze slide heeft geen instructies
Hoe laat is het?
Het is zeven uur
Het is negen uur
Het is elf uur
Het is zes uur
Deze slide heeft geen instructies
Hoe laat is het?
6: 30
half zeven
zeven uur
half tien
half acht
Deze slide heeft geen instructies
Hoe laat is het?
10:30
tien uur
half tien
half twaalf
half elf
Deze slide heeft geen instructies
Samenvatting
Cijfers zijn tekens, getallen zijn wat je leest of zegt
0–20 vormen de basis
Bij 21–99 hoor je vaak en
Grote getallen bouw je op met honderd en duizend
In het dagelijks leven hoor je getallen bij tijd, prijs, telefoon, datum en adres
Gebruik deze slide om het centrale idee af te ronden: getallen herkennen en correct uitspreken in echte situaties.