T4 VLAKKE FIGUREN herhaling

HERHALING
vlakke figuren

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

HERHALING
vlakke figuren

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je leert hoeken uit te rekenen van platte figuren. 
  • Je leert de eigenschappen van bijzondere driehoeken. 
  • Je leert de eigenschappen van bijzondere vierhoeken. 

Slide 2 - Tekstslide

Voorkennis
Wat weet je al?

LOG IN

Slide 3 - Tekstslide

Weet je twee hoeken van een driehoek, dan kun je de derde hoek...
A
meten
B
berekenen
C
tekenen
D
schatten

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

Welke hoek wordt ook wel een rechte hoek genoemd?
A
180 graden
B
30 graden
C
90 graden
D
45 graden

Slide 6 - Quizvraag

Een symmetrie as deelt een figuur precies in tweeen
A
ja
B
nee

Slide 7 - Quizvraag

Een rechte hoek geef je aan met een .....
A
rondje
B
hoekje
C
pijl
D
twee strepen

Slide 8 - Quizvraag

Een rechthoek heeft twee paar evenwijdige lijnen.
Hoe zie je welke lijnen bij elkaar horen?
A
aantal pijltjes
B
aantal lijnen
C
niet
D
kleur

Slide 9 - Quizvraag

Een gelijkbenige driehoek heeft .........
gelijke benen
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Hoeveel graden is hoek D ?
A
90 graden
B
36 graden
C
60 graden
D
144 graden

Slide 12 - Quizvraag

Alle hoeken van een vierhoek zijn samen
A
180 graden
B
Altijd verschillend
C
540 graden
D
360 graden

Slide 13 - Quizvraag

In een vierhoek ABCD zijn de volgende hoeken bekend:

Hoe groot is hoek A?
B=75°,C=105°,D=100°
A
20 graden
B
100 graden
C
60 graden
D
80 graden

Slide 14 - Quizvraag


A
Rechthoekige gelijkbenige driehoek
B
Rechthoekige driehoek
C
Gelijkzijdige driehoek
D
Gelijkbenige driehoek

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide


A
Gelijkbenige driehoek
B
Rechtbenige driehoek
C
Gelijkzijdige driehoek
D
Rechthoekige driehoek

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

hoe heet deze driehoek?
A
gelijkzijdige driehoek
B
Gelijkbenige driehoek
C
rechthoekige driehoek
D
gewone driehoek

Slide 19 - Quizvraag

Welke driehoek heeft deze hoek?

A
gelijkbenige driehoek
B
gelijkzijdige driehoek
C
rechthoekige driehoek
D
ongelijkzijdige driehoek

Slide 20 - Quizvraag

Welke driehoek is een vergroting van driehoek ABC?
A
driehoek PQR
B
driehoek KLM
C
driehoek DEF

Slide 21 - Quizvraag

Hoe heet dit figuur:
A
Trapezium
B
Vlieger
C
Parallellogram
D
Vierhoek

Slide 22 - Quizvraag

Welk figuur is dit?
A
Vierhoek
B
ruit
C
paralellogram
D
vlieger

Slide 23 - Quizvraag

Een vierhoek heeft rechte hoeken.
A
juist
B
onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Welk vlakke figuur is dit?
A
trapezium
B
parallellogram
C
vlieger
D
vierhoek

Slide 25 - Quizvraag

Dit figuur heet...
A
een rechthoek
B
een parallellogram
C
een gelijkbenig trapezium
D
gewone vierhoek

Slide 26 - Quizvraag

Hiernaast zie je een vierhoek.
Hoeveel graden is hoek A?
A
285 graden
B
-105 graden
C
105 graden
D
75 graden

Slide 27 - Quizvraag

Als twee driehoeken gelijkvormig zijn, dan......................
Meerdere antwoorden zijn goed!

A
zijn alle hoeken even groot
B
zijn ze even groot
C
zijn alle drie zijden even lang
D
hebben vergelijkbare zijden dezelfde verhouding

Slide 28 - Quizvraag

Zet in de tabel de zijden die overeenkomstig zijn onder elkaar.
ABC
CDE
AB
BC
AC
CE
CD
DE

Slide 29 - Sleepvraag

Koppel het juiste aantal graden aan de hoeken
100 graden
20
graden
160
graden
80
graden

Slide 30 - Sleepvraag

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Hoeken
berekenen in
een driehoek

Slide 33 - Tekstslide

Hoeken in vlakke figuren

  • Overstaande hoeken zijn even groot.

  • Door schuifsymmetrie krijg je bij een figuur met 2 evenwijdige lijnen en daar snijdende lijnen doorheen F-hoeken en Z-hoeken.

Slide 34 - Tekstslide

Overstaande hoeken zijn even groot (hebben hetzelfde tekentje, hier een x en een o)

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

hoeken met x zijn even groot
hoeken met o zijn even groot
hoeken met x zijn even groot
hoeken met o zijn even groot
F- hoeken en Z- hoeken

Slide 37 - Tekstslide


Welke strategie pas je toe om LP1 te berekenen?
A
F-hoeken
B
Z-hoeken
C
Hoekensom driehoek
D
Gestrekte hoek

Slide 38 - Quizvraag

   regels voor hoeken                                       
  • De som van de 3 hoeken van een driehoek is 180°
  • De som van de 4 hoeken van een vierhoek is 360°
  • De basishoeken van een gelijkbenige driehoek    
       zijn gelijk aan elkaar 
  • alle hoeken van gelijkzijdige drIehoek zijn gelijk aan elkaar (en dus 360:3=60 graden)
  • Overstaande hoeken zijn gelijk aan elkaar
  • Een volle hoek is 360°
  • Een gestrekte hoek is 180°
  • Een rechte hoek is 90°
  • f/z hoeken
  • schuifsymmetrie
Denk eraan: gelijke tekentjes = gelijke hoeken of gelijke zijden of evenwijdig!

Slide 39 - Tekstslide

Bereken de onbekende hoeken.

Slide 40 - Tekstslide