cross

VWO-paragraaf 4.4

Voor je kunt nakijken
Vragen die bij paragraaf 3 veel fout gemaakt zijn
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Voor je kunt nakijken
Vragen die bij paragraaf 3 veel fout gemaakt zijn

Slide 1 - Tekstslide

Tot een Natuurlijk Persoon behoort....
Antwoord
een eenmanszaak en een VOF

Slide 2 - Tekstslide

Begin van het jaar waren er 1.834.657 ondernemingen. Dit is 12% meer als het jaar ervoor. 
Vorig jaar waren er....
Dit jaar 12% meer als vorig jaar, dus de 1.834.657 is 112%
Je moet 100% uitrekenen
Antwoord
1.638.086,61

Slide 3 - Tekstslide

Bij een eenmanszaak betaal je over de winst vennootschapsbelasting
Eenmanszaak
Is een natuurlijk persoon
Antwoord
Een natuurlijk persoon betaalt inkomstenbelasting.
Alleen de NV en BV betalen vennootschapsbelasting.

Slide 4 - Tekstslide

Een marktaandeel wordt bepaald door het aantal stuks ten opzichte van de totale omzet te berekenen.
Marktaandeel
Het aandeel van een product in de totale markt van dat product. Dit kan gemeten worden in afzet of omzet.
Antwoord
Onjuist, je zou het aantal stuks van iets (een enkel product) ten opzichte van alle stuks/producten kunnen doen.

Slide 5 - Tekstslide

Bij een SWOT analyseer je de sterktes en zwaktes van eenproduct.
SWOT
Sterkte-zwakteanalyse. Een model dat intern de sterktes en zwaktes in de omgeving en de kansen en bedreigingen analyseert.
Antwoord
Onjuist, dit hoef je niet te weten voor de toets hoor.....
Sorry!

Slide 6 - Tekstslide

Samsung heeft 40% marktaandeel in Europa. Een jaar eerder was dat nog 33,9%. Bereken de procentuele stijging van het marktaandeel.
Procentuele stijging
Nieuw - oud / oud keer 100
Antwoord
40-33,9 / 33,9 x100 = 17,99 dus 18%

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 42
Schoonmaker: uitvoerend. Hij krijgt opdrachten over het werk dat hij moet doen.
Voorman in de bouw: leidinggevend. Hij bepaalt wie opdrachten uitvoert en geeft de opdrachten door aan de groep mensen die hij leiding geeft.
Voetbalcoach: leidinggevend. Hij bepaalt volgens welk systeem er gevoetbald wordt.
Medewerker helpdesk: uitvoerend. Hij voert de opgedragen werkzaamheden uit.
Afdelingschef: leidinggevens. Hij verdeelt de werkzaamheden over de medewerkers van de afdeling.
Elektricien: uitvoerend. Hij voert de gekregen opdrachten uit.
Brandweercommandant: leidinggevend. Hij zorgt voor een verdeling van de taken voor de brandweerlieden.

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 43
a Eigen antwoord, bijvoorbeeld: een electricien hoort van de ene leidinggevende dat hij naar een klant moet en van de andere leidinggevende dat hij naar een andere klus moet.
b Eigen antwoord.

Opdracht 44
Leiding geven en uitvoerend werken kan, bijvoorbeeld een eigenaar van een kledingzaak die zelf ook kleding verkoopt of een meewerkend voorman in de bouw.

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 45
a Leidinggevend: directeur, hoofd administratie, hoofd verkoop en hoofd productie.
b Uitvoerend: medewerkers inkoopadministratie, medewerkers verkoopadministratie, verkoper, productiemedewerkers en magazijnmedewerkers.
c De hoofden van de verschillende afdelingen (administratie, verkoop en productie).

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 46
a




b Aan vijf afdelingen.
c Dan kan het gebeuren dat de opdrachten die ze krijgen tegenstrijdig zijn.
d Eenheid van bevel. De vakkenvullers  krijgen van twee verschillende mensen opdrachten. Mogelijk zijn deze niet aan elkaar gelijk.
e Eigen antwoord. Bijvoorbeeld de hoofdcaisssiére.

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 47
a  B
b De staffunctie is een ondersteunende functie en is niet direct betrokken bij de kerndoelen van de onderneming.
c De verkoper is direct betrokken bij het hoofddoel van de onderneming, namelijk het verkopen van het product of dienst.

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 48





Opdracht 49
a de P-indeling
b Op deze wijze wordt inzichtelijk welke producten een onderneming aanbiedt. 
c De doelstelling van deze organisatie is om mensen (met beperkte kosten) van een woning en service te voorzien.

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 50
a Eigen antwoord
b Eigen antwoord, bijvoorbeeld: 
- F-indeling, waarbij de verschillende afdelingen de functies zijn.
- G-indeling, naar de plaatsen of postcodes waar de leerlingen wonen.
c Nee, een andere indeling zegt niets over de lessen die aan de leerlingen (=klanten) gegeven worden.

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 51
Marketingmanager bij Nike: onderzoeken wat de klanten willen; staffunctie.
Hoofd burgerzaken gemeente: geeft leiding aan de afdeling burgerzaken; lijnfunctionaris.
Medewerker juridische zaken Ministerie: voert juridische werkzaamheden uit: lijnfunctionaris.
Websitebouwer: websites bouwen; staffunctionaris

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht 52
a G-indeling, het wordt per land ingedeeld.
b Bijvoorbeeld voor consumenten en levering aan bedrijven.
c Eigen antwoord, bijvoorbeeld: in een indeling in brood en banket, groenten, fruit en houdbaar, zuivel en overige producten. Elke afdeling heeft specifieke eisen, waar dan op gestuurd kan worden.

Slide 16 - Tekstslide