1.2 Kenmerk van een product

1.2 Kenmerk van een product
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

1.2 Kenmerk van een product

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vaak koop je dit?
Hoe lang denk je na over de koop?
Hoe duur is het product voor jou?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vaak koop je dit?
Hoe lang denk je na over de koop?
Hoe duur is het product voor jou?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vaak koop je dit?
Hoe lang denk je na over de koop?
Hoe duur is het product voor jou?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een elektronicawinkel heeft een afdeling met laptops, vaste computers en tablets.

Welk soort producten zijn laptops, vaste computers en tablets?
A
Complementair
B
Follow-up
C
Substitutie

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een kenmerk van convenience goods?
A
Ze worden vaak gekocht zonder veel nadenken en zijn gemakkelijk verkrijgbaar.
B
Het zijn producten waar je veel tijd en moeite voor neemt om de beste keuze te maken.
C
Het zijn producten die consumenten nog niet kennen en waar weinig vraag naar is.
D
Het zijn producten die vaak als aanvulling op een eerdere aankoop nodig zijn.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de volgende combinaties bevat alleen voorbeelden van substitutieartikelen?
A
Printer en cartridges, koffie en koffiemelk, sokken en schoenen
B
Elstar-appels en Braeburn-appels, braadpan en wok, rijst en aardappelen
C
Snoep bij de kassa, toiletpapier, wasmiddel
D
Paraplu bij plotselinge regen, uitvaartverzekering, testament

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belangrijkste verschil tussen shopping goods en unsought goods?
A
Shopping goods worden vaak spontaan gekocht, terwijl unsought goods meestal gepland worden aangeschaft.
B
Shopping goods zijn producten waarvoor consumenten bereid zijn moeite te doen, terwijl unsought goods vaak uitgesteld of vermeden worden.
C
Shopping goods zijn noodzakelijke producten voor dagelijks gebruik, terwijl unsought goods impulsaankopen zijn.
D
Shopping goods zijn altijd goedkoper dan unsought goods.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belangrijkste verschil tussen complementaire artikelen en follow-up artikelen?
A
Complementaire artikelen vullen elkaar aan, terwijl follow-up artikelen nodig zijn om een eerder gekocht product te laten functioneren.
B
Complementaire artikelen worden vaak ongepland gekocht, terwijl follow-up artikelen altijd impulsartikelen zijn.
C
Complementaire artikelen kunnen elkaar vervangen, terwijl follow-up artikelen juist bedoeld zijn als alternatief.
D
Complementaire artikelen zijn altijd duurder dan follow-up artikelen.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Als een product goedkoop is, maakt het voor een bedrijf niet zoveel uit.”

Slide 13 - Tekstslide

Let op, als het goedkope product moeilijk te verkrijgen is, zorgt dit wel voor problemen
“Als een bedrijf een week geen pennen heeft, is dat geen probleem.”

Slide 14 - Tekstslide

Dit verschilt bij het soort bedrijf dat je hebt.
“Als één onderdeel van een machine ontbreekt, kan een heel bedrijf stilvallen.”

Slide 15 - Tekstslide

Let op dit heeft vooral financiële impact
(Knelpunt)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je werkt als inkoopmanager bij een autobedrijf en je moet een langetermijncontract afsluiten voor de levering van een speciaal type lithium-ion batterij. Dit product wordt slechts door één leverancier geproduceerd en is essentieel voor de productie van elektrische auto’s. Onder welke categorie valt dit product?
A
Knelpunt product
B
Routine product
C
Hefboom product
D
Strategisch product

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een fabrikant van verpakte voedingsmiddelen koopt kartonnen verpakkingen in bij meerdere leveranciers. De verpakkingen hebben een grote invloed op de kostprijs van het eindproduct, maar zijn eenvoudig bij andere leveranciers te verkrijgen. Onder welke productcategorie vallen deze verpakkingen?
A
Knelpunt product
B
Routine product
C
Hefboom product
D
Strategische product

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderhandelingsstrategie past het beste bij hefboomproducten?
A
Langdurige samenwerking met één leverancier om leveringsrisico’s te beperken
B
Actief onderhandelen over prijs en kwaliteit, en gebruikmaken van concurrentie tussen leveranciers
C
Grote voorraden aanhouden om leveringsrisico’s te minimaliseren
D
Samenwerken met de leverancier aan productontwikkeling

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies