F3. Monetair beleid en de centrale bank

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De centrale bank heeft als taken om het betalingsverkeer goed 
te laten verlopen en ervoor te zorgen dat de prijzen zich 
evenwichtig ontwikkelen. Gestreefd wordt naar een 
inflatiepercentage van 2%.


Sinds de invoering van de euro heeft de ECB (Europese Centrale Bank) deze laatste taak overgenomen van de DNB (De Nederlandsche Bank).

Prijsstabiliteit:
De belangrijkste taak van de centrale bank is om er voor te zorgen dat de prijzen zich gelijkmatig ontwikkelen. Streefpercentage is 2%.
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolWOvwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De centrale bank heeft als taken om het betalingsverkeer goed 
te laten verlopen en ervoor te zorgen dat de prijzen zich 
evenwichtig ontwikkelen. Gestreefd wordt naar een 
inflatiepercentage van 2%.


Sinds de invoering van de euro heeft de ECB (Europese Centrale Bank) deze laatste taak overgenomen van de DNB (De Nederlandsche Bank).

Prijsstabiliteit:
De belangrijkste taak van de centrale bank is om er voor te zorgen dat de prijzen zich gelijkmatig ontwikkelen. Streefpercentage is 2%.

Slide 1 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Het beleid waarmee de ECB prijsstabiliteit probeert te bereiken, 
wordt het monetair beleid genoemd.

Bij dit monetair beleid let de centrale bank met name op de 
grootte van de geldhoeveelheid en de hoogte van de rentestand.

Naast het reguleren van prijsstabiliteit heeft een centrale bank
soms ook de taak om de economische groei te stimuleren. Dan 
is er sprake van een zogenaamd duaal mandaat. De ECB let 
alleen op de inflatie en heeft dus geen duaal mandaat.

Monetair beleid:
De centrale bank let met name op de grootte van de geldhoeveelheid en de hoogte van de rentestand.
Duaal mandaat:
Naast het reguleren van prijsstabiliteit heeft een centrale bank soms ook de taak om de economische groei te stimuleren.

Slide 2 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De maatschappelijke geldhoeveelheid is het geld in handen van
publiek en kent als maatstaf de M1. Met publiek wordt
bedoeld: de consumenten, de ondernemingen (behalve
de geldscheppende banken) én de overheid.





Maatschappelijke geldhoeveelheid:
Het totaal van het chartale en girale geld in handen van het publiek.
 

Slide 3 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Telkens als iemand geld leent bij een bank, of opneemt van zijn 
spaarrekening, komt er meer geld in handen van het publiek. 
De maatschappelijke geldhoeveelheid neemt dan toe. 

Dit heet kredietverlening en gaat via banken.

Kredietverlening
De bank verplicht zich om geld op de rekening courant van de klant bij te schrijven. De klant verplicht zich het geld terug te betalen.

Slide 4 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Kredietverlening leidt tot geldschepping.

Telkens als iemand geld leent bij een bank, komt er meer geld 
in handen van het publiek. De maatschappelijke geldhoeveelheid 
neemt dan toe.
Geldschepping: 
Het vergroten van de maatschappelijke geldhoeveelheid.

Slide 5 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Kredietverlening leidt tot geldschepping.

Telkens als iemand geld leent bij een bank, komt er meer geld
in handen van het publiek. De maatschappelijke geldhoeveelheid
neemt dan toe.

Telkens als iemand een banklening aflost, komt er minder geld
in handen van het publiek. De maatschappelijke geldhoeveelheid 
neemt dan af.

Geldschepping: 
Het vergroten van de maatschappelijke geldhoeveelheid.

Geldvernietiging: 
Het verkleinen van de maatschappelijke geldhoeveelheid.


Slide 6 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De ECB kan sturen met de rente. Dit doen ze door aanpassing
van de refirente. Wanneer banken geld nodig hebben voor
kredietverlening aan consumenten dan lenen die dat bij de ECB
en betalen daarover de refirente.

Rente ↑ → Lenen duurder → minder lenen → bestedingen ↓ 
              → (bestedings)inflatie ↓
Rente ↑ → Sparen levert meer op → meer sparen → bestedingen ↓ 
              → (bestedings)inflatie ↓

De Centrale Bank bereikt de aangekondigde rente door interventies op de geldmarkt.
Refirente:
De rente die de ECB de banken in rekening brengt als deze bij de ECB lenen.

Slide 7 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De situatie, waarbij de centrale bank met het verlagen van de 
rente een grens bereikt heeft omdat deze in de buurt van 0% 
komt, wordt de effectieve ondergrens aan de nominale rente 
(zero lower bound) genoemd. 

Consumenten ervaren bij een rente lager dan 0% een prikkel
om geld contant aan te houden. 

In een geldeconomie kan de rente op spaargeld en overheidsobligaties iets negatief worden want het aanhouden van veel kasgeld is onpraktisch en kostbaar.

Effectieve ondergrens nominale  rente:
Een situatie waarbij de centrale bank de rente niet verder kan verlagen om de  economie te stimuleren.

Slide 8 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Een video met uitleg van het monetair beleid is te vinden op

https://www.youtube.com/watch?v=XYvIx3f4ZEc

Slide 9 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De taak van toezicht heeft de ECB om een bankrun te voorkomen. Een bankrun kan ontstaan doordat de langlopende bezittingen van een bank niet op korte termijn kunnen worden verkocht om aan de kortlopende verplichtingen te voldoen. De ECB past de volgende middelen toe:
  1. Invoering depositogarantiestelsel. Dit regelt dat spaartegoeden van klanten tot € 100.000  beschermt zijn tegen faillissement van een bank.
  2. Optreden als lener-in-laatste-instantie aan banken. Banken in een slechte liquiditeitspositie kunnen voor noodliquiditeitssteun in aanmerking komen. De ECB eist dan wel zekerheden en vraagt een hogere rente.



Slide 10 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Wisselkoersen die door vraag en aanbod bepaald worden, noem
je flexibele (zwevende) wisselkoersen. Door marktwerking kan 
de wisselkoers stijgen (appreciatie) of dalen (depreciatie). 

De marktwerking zorgt ervoor dat ontstane overschotten of 
tekorten op de betalingsbalans verminderen.

Flexibele wisselkoers:
Wisselkoers die wordt bepaald door vraag en aanbod.  

Appreciatie:
Stijging van wisselkoers door marktwerking.

Depreciatie:
Daling van wisselkoers door marktwerking.

Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Een flexibele wisselkoers zorgt voor onzekerheid over 
opbrengsten bij internationale handel. Soms hanteren landen 
daarom een vaste wisselkoers.

De overheid van een land besluit dan om de wisselkoers niet
door de markt te laten bepalen maar stelt zelf een koers vast, dit noem je een vaste wisselkoers.
Vaste wisselkoers:
Landen spreken een vaste wisselkoers af.

Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Als de koers van een munt te hoog of te laag staat volgens een 
centrale bank dan kan deze hierop ingrijpen. We spreken dan 
over een interventie:
1. Directe interventie of valuta-interventie.
    De centrale bank gaat zelf valuta kopen of verkopen op de 
    valutamarkt. Deze vraag of dit aanbod leidt tot een koersverandering.
2. Indirecte interventie of rente-interventie.
    De centrale bank kan de rente verhogen. De vraag naar de munt stijgt
    waardoor de koers van die munt stijgt.

Interventie:
De centrale bank van een land grijpt in om ervoor te zorgen dat de koers op peil blijft.

Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De hoeveelheid geld die, een land binnenkomt en de hoeveelheid
geld die een land uit gaat, verschilt per periode. 
De deviezenvoorraad of valutareserve is de voorraad vreemde
valuta die een land in bezit heeft. Deze is dus aan voortdurende
verandering onderhevig.

Deviezenvoorraad of valutareserve:
Voorraad vreemde valuta die een land in bezit heeft.

Slide 14 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De prijs van een munt die op de valutamarkt tot stand komt, 
is de wisselkoers van een valuta. Je kunt de prijs van een
valuta op twee manieren noteren:

1. De directe notering waarbij je de eigen valuta uitdrukt in vreemde valuta, 
    bijvoorbeeld € 1= $ 1,08.
2. De indirecte notering is de notering waarbij je de vreemde valuta uitdrukt in eigen valuta,      bijvoorbeeld £ 1 = € 0,89.


Wisselkoers:
Waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt.

Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank

Slide 16 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Voorbeeld
Stel dat een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans van de VS ontstaan is omdat Amerikaanse bedrijven veel meer uit de eurolanden importeren dan zij naar de eurolanden exporteren. Om de import te kunnen betalen hebben de Amerikaanse bedrijven euro’s nodig. Op de valutamarkt zullen ze euro’s vragen in ruil voor dollars. De Amerikaanse export naar de eurolanden zorgt voor vraag naar dollars en aanbod van euro’s door eurolanden. Door het tekort op de betalingsbalans van de VS zal de vraag naar dollars kleiner zijn dan het aanbod. De koers van de dollar ten opzichte van de euro zal dalen.

Slide 17 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

F3. Monetair beleid en de centrale bank

Slide 18 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Inflatie kan een effect hebben op de wisselkoers. Stel dat een land een hogere inflatie heeft dan haar buurland dan daalt de concurrentiepositie. De export gaat dalen, de import stijgen, waardoor een lagere wisselkoers. Omgekeerd kan een dalende wisselkoers leiden tot inflatie.

Slide 19 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Verband tussen nominale rente in een land en de wisselkoers.

De centrale bank van een land (of unie van landen) kan de nominale rente verhogen.  Hierdoor wordt het voor beleggers uit andere landen aantrekkelijker om in dat land te beleggen. Om te kunnen beleggen hebben die valuta nodig. De vraag naar die munteenheid stijgt waardoor de koers van die munt stijgt.

Slide 20 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank









https://www.youtube.com/watch?v=4NRbUThoYA0
Monetair trilemma:
Het realiseren van een vrij kapitaalverkeer, een vaste wisselkoers, en onafhankelijk
monetair beleid gericht op de inflatie, kan niet gelijktijdig
plaatsvinden.

Slide 21 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Landen kunnen op verschillende vormen samenwerken op economisch gebied. De belangrijkste zijn:
  1. Vrijhandelszone. Een markt waar dezelfde regels gelden voor handelsverkeer.
  2. Douane-unie. Een vrijhandelszone plus een uniforme handelspolitiek.
  3. Economische unie. Een douane-unie vrijhandelszone plus gemeenschappelijk economisch beleid.
  4. Monetaire unie. Een economische unie plus een gemeenschappelijke geldeenheid.


Slide 22 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
In het Verdrag van Maastricht (1992) werd door een groot aantal 
Europese landen afspraken gemaakt voor een Europese 
Monetaire Unie (EMU). De munten van de afzonderlijke lidstaten 
werden vervangen door een gemeenschappelijke munt: de euro.

EMU:
Europese Monetaire Unie. Landen van deze unie hebben de euro als gemeenschappelijke munt

Slide 23 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
De voordelen van de euro voor de deelnemende landen zijn:
  • Geen onderlinge koersschommelingen meer tussen de oude valuta zodat er grotere    financiële stabiliteit van het eurogebied is.
  • Grotere, meer transparante markt wat concurrentievoordelen oplevert.
  • Lagere transactiekosten.

De nadelen van de euro voor de deelnemende landen zijn:
  • Geen mogelijkheid om je munt te devalueren (goedkoper te maken zodat je meer kan exporteren) in slechte economische tijden.
  • Verlies van monetaire autonomie. Rentebeleid wordt bepaald door de ECB.

Slide 24 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

F3. Monetair beleid en de centrale bank
Hoe groot moet een muntunie zijn om goed te functioneren en 
aan welke voorwaarden moet die voldoen? Dit is de vraag die 
je beantwoord als je analyseert of er sprake is van een
optimaal valutagebied.

Randvoorwaarden voor een optimaal valutagebied:
  • Een hoge mate van arbeidsmobiliteit tussen landen en binnen sectoren is noodzakelijk.
  • Lonen en prijzen moeten flexibel zijn.
  • De economisch structuur van landen moet niet te eenzijdig zijn.
  • Tekorten op de begroting mogen niet teveel afwijken.
Optimaal valutagebied:
Optimale grootte van muntunie waarbij de aanpassing van de economie aan 
onevenwichtigheden optimaal is. 

Slide 25 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.