H12 Kracht en beweging

H12: Kracht en beweging
1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaskNatuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 54 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

H12: Kracht en beweging

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.1 Kracht op voertuigen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.1 kracht op voertuigen
12.1.1 Je kunt de aandrijfkrachten en tegenwerkende krachten op een bewegend voorwerp benoemen.
12.1.2 Je kunt de nettokracht berekenen die op een voorwerp werkt.
12.1.3 Je kunt de nettokracht samenstellen van krachten die langs een lijn werken.


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandrijfkracht
De kracht waardoor een voertuig beweegt noem je de aandrijfkracht of stuwkracht.
Dit is een meewerkende kracht.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tegenwerkende kracht
  • Tegenwerkende krachten zijn krachten die er voor zorgen dat het voorwerp wordt tegengehouden. 

  • De tegenwerkende krachten werken altijd in de tegengestelde richting van de beweging.

  • Voorbeelden van tegenwerkende krachten zijn:
luchtweerstand, wrijving, rolwrijving (wrijving met wielen), remkracht.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

aandrijfkrachten - wrijvingskrachten =
Nettokracht


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.2: Snelheid

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• Voertuigen bewegen door de aandrijfkracht (of stuwkracht).
• De beweging van een voertuig wordt langzamer door tegenwerkende krachten.
• Tegenwerkende krachten op voertuigen zijn:
– remkracht
– luchtwrijving
– rolwrijving
• De nettokracht is het totaal van alle krachten.
• Krachten kun je berekenen:
– Krachten die in dezelfde richting werken, tel je bij elkaar op.
– Krachten die in tegengestelde richting werken, trek je van elkaar af.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.2: Snelheid
12.2.1 Je kunt de afstand berekenen die een bewegend voorwerp aflegt in een bepaalde tijd.
12.2.2 Je kunt de tijd berekenen die een bewegend voorwerp over een bepaalde afstand doet.
12.2.3 Je kunt de gemiddelde snelheid van een voorwerp berekenen.
12.2.4 Je kunt de snelheid in m/s en in km/h naar elkaar omrekenen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• Voertuigen bewegen door de aandrijfkracht (of stuwkracht).
• De beweging van een voertuig wordt langzamer door tegenwerkende krachten.
• Tegenwerkende krachten op voertuigen zijn:
– remkracht
– luchtwrijving
– rolwrijving
• De nettokracht is het totaal van alle krachten.
• Krachten kun je berekenen:
– Krachten die in dezelfde richting werken, tel je bij elkaar op.
– Krachten die in tegengestelde richting werken, trek je van elkaar af.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De gemiddelde snelheid (1)
Afstand
meter
m
Tijd
seconde
s(sec)
Snelheid
meter per seconde
m/s
gemiddelde snelheid= afstand/tijd

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De gemiddelde snelheid (2)
Afstand
Kilometer
km
Tijd
uren
h
Snelheid
Kilometer per uur
km/h
gemiddelde snelheid= afstand/tijd

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijd berekenen
Wanneer je de afstand en snelheid weet kan je ook de tijd berekenen.
De formule is dan als volgt.

tijd= afstand / snelheid

tijd in uur of seconden
afstand in meter of kilometer
Snelheid in m/s of km/h

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afstand berekenen
Als je de gemiddelde snelheid en tijd weet kan je ook de afstand berekenen die je aflegt.
Dit doe je door:
Afstand = gemiddelde snelheid x tijd 

Afstand in meter of kilometer
Gemiddelde snelheid in m/s of km/h
Tijd in seconde of uur

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Snelheid omrekenen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken
Lees en maak alle opgaven van H12.2
Klaar ? Kijk de opgaven digitaal na.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• Als je de snelheid en de tijd weet, kun je de afstand uitrekenen:
afstand = snelheid × tijd
• Als je de afstand en de snelheid weet, kun je de tijd uitrekenen:
tijd = afstand : snelheid
• In het verkeer reken je met de gemiddelde snelheid:
gemiddelde snelheid = afstand : tijd
• De eenheden van snelheid zijn:
– kilometer per uur (km/h)
– meter per seconde (m/s)
• Snelheid kun je omrekenen.
– Van m/s naar km/h vermenigvuldigen met 3,6.
– Van km/h naar m/s delen door 3,6.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.3: Soorten beweging

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• Als je de snelheid en de tijd weet, kun je de afstand uitrekenen:
afstand = snelheid × tijd
• Als je de afstand en de snelheid weet, kun je de tijd uitrekenen:
tijd = afstand : snelheid
• In het verkeer reken je met de gemiddelde snelheid:
gemiddelde snelheid = afstand : tijd
• De eenheden van snelheid zijn:
– kilometer per uur (km/h)
– meter per seconde (m/s)
• Snelheid kun je omrekenen.
– Van m/s naar km/h vermenigvuldigen met 3,6.
– Van km/h naar m/s delen door 3,6.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.3: Soorten bewegingen
12.3.1 Je kunt een afstand-tijddiagram aflezen.
12.3.2 Je kunt een afstand-tijddiagram tekenen.
12.3.3 Je kunt soorten beweging herkennen in een afstand-tijddiagram.
12.3.4 Je kunt een snelheid-tijddiagram aflezen.
12.3.5 Je kunt een snelheid-tijddiagram tekenen.
12.3.6 Je kunt soorten beweging herkennen in een snelheid-tijddiagram.
12.3.7 Je kunt de soort beweging van een voertuig herkennen als je de nettokracht weet.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afstand,tijd-diagram

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afstand-tijd diagram
     Versnelling                               Constante snelheid                             Vertraging

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Snelheid,tijd-diagram

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Soorten bewegingen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nettokracht
=> Nettokracht werkt in de bewegingsrichting


=> Nettokracht is 0 N


=> Nettokracht werkt tegen de bewegingsrichting in

Slide 25 - Tekstslide

Nu worden de drie soorten beweging gekoppeld aan het nieuwe begrip 'nettokracht'. Belangrijk inzicht moment.
Krachten en beweging
Wanneer de krachten gelijk zijn veranderd de snelheid niet
Je hebt een Netto kracht van 0 Newton

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Resultaat van netto kracht
Netto kracht in de richting van beweging --> versnelling

Netto kracht tegen de richting van beweging --> vertraging

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• Van een beweging kun je een afstand-tijddiagram tekenen.
• Op de horizontale as staat de tijd, op de verticale as de afstand.
• Aan de vorm van de grafiek kun je de soort beweging herkennen in het afstand-tijddiagram:
– Bij een versnelde beweging is de grafiek een stijgende lijn die steeds steiler gaat lopen.
– Bij een beweging met constante snelheid is de grafiek een stijgende rechte lijn.
– Bij een vertraagde beweging is de grafiek een stijgende lijn die steeds minder steil gaat lopen.
– Als een voorwerp niet beweegt, is de grafiek een horizontale lijn.
• Kenmerken van het snelheid-tijddiagram:
Versnelde beweging:
– Het snelheid-tijddiagram is een stijgende lijn.
Beweging met constante snelheid:
– Het snelheid-tijddiagram is een horizontale lijn.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
Vertraagde beweging:
– Het snelheid-tijddiagram is een dalende lijn.
Stilstaan:
– Het snelheid-tijddiagram is een horizontale lijn op de x-as.
• Kenmerken van de nettokracht
Versnelde beweging:
– De nettokracht werkt in de rijrichting.
Beweging met constante snelheid:
– De nettokracht is 0 N.
Vertraagde beweging:
– De nettokracht werkt tegen de rijrichting in.
Stilstaan:
– De nettokracht is 0 N.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.4: stopafstand

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• Van een beweging kun je een afstand-tijddiagram tekenen.
• Op de horizontale as staat de tijd, op de verticale as de afstand.
• Aan de vorm van de grafiek kun je de soort beweging herkennen in het afstand-tijddiagram:
– Bij een versnelde beweging is de grafiek een stijgende lijn die steeds steiler gaat lopen.
– Bij een beweging met constante snelheid is de grafiek een stijgende rechte lijn.
– Bij een vertraagde beweging is de grafiek een stijgende lijn die steeds minder steil gaat lopen.
– Als een voorwerp niet beweegt, is de grafiek een horizontale lijn.
• Kenmerken van het snelheid-tijddiagram:
Versnelde beweging:
– Het snelheid-tijddiagram is een stijgende lijn.
Beweging met constante snelheid:
– Het snelheid-tijddiagram is een horizontale lijn.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
Vertraagde beweging:
– Het snelheid-tijddiagram is een dalende lijn.
Stilstaan:
– Het snelheid-tijddiagram is een horizontale lijn op de x-as.
• Kenmerken van de nettokracht
Versnelde beweging:
– De nettokracht werkt in de rijrichting.
Beweging met constante snelheid:
– De nettokracht is 0 N.
Vertraagde beweging:
– De nettokracht werkt tegen de rijrichting in.
Stilstaan:
– De nettokracht is 0 N.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.4: Stopafstand
12.4.1 Je kunt de remweg uit een grafiek aflezen.
12.4.2 Je kunt omstandigheden benoemen die de remweg beïnvloeden.
12.4.3 Je kunt omstandigheden benoemen die de reactietijd beïnvloeden.
12.4.4 Je kunt de reactie-afstand van een rijdend voertuig berekenen.
12.4.5 Je kunt de stopafstand uit de reactie-afstand en de remweg berekenen.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stopafstand = Remweg + Reactieafstand

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Remweg
Afstand tijdens het remmen.
Snelheid: hoe sneller hoe langer de remweg
Remkracht: hoe krachtiger je remt hoe korter de remweg
Invloeden:
Soort wegdek en toestand
Nat wegdek langere remweg. 
Glad asfalt langer dan grind.
Bandenprofiel
patroon en diepte van de groeven op de band. Winter/zomerbanden.
Gewicht van het voertuig
Hoe zwaarder hoe langer de remweg. 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reactietijd
reactietijd = tijd die het kost om te reageren
reactieafstand = de afstand die je aflegt voordat je reageert

Invloeden om reactietijd:
  • medicijenen
  • alcohol
  • drugs
  • vermoeidheid
  • afleiding

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reactie afstand
  • Reactie afstand = snelheid x reactietijd

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• De remweg is de afstand die nodig is om af te remmen.
• De remweg hangt af van:
– de snelheid
– de massa
– de remkracht
– het profiel van de banden
– het wegdek
• De reactietijd is de tijd tussen het moment dat je iets ziet en het moment dat je reageert.
• De gemiddelde reactietijd in het verkeer is 1 s.
• De reactie-afstand is de afgelegde weg tijdens de reactietijd:
reactie-afstand = snelheid × reactietijd
• De stopafstand is de reactie-afstand plus de remweg:
stopafstand = reactie-afstand + remweg

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.5: Veiligheid in het verkeer

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• De remweg is de afstand die nodig is om af te remmen.
• De remweg hangt af van:
– de snelheid
– de massa
– de remkracht
– het profiel van de banden
– het wegdek
• De reactietijd is de tijd tussen het moment dat je iets ziet en het moment dat je reageert.
• De gemiddelde reactietijd in het verkeer is 1 s.
• De reactie-afstand is de afgelegde weg tijdens de reactietijd:
reactie-afstand = snelheid × reactietijd
• De stopafstand is de reactie-afstand plus de remweg:
stopafstand = reactie-afstand + remweg

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12.5: Veiligheid in het vekeer
12.5.1 Je kunt uitleggen waarom er veiligheidsmaatregelen zijn in voertuigen.
12.5.2 Je kunt maatregelen beschrijven die ervoor zorgen dat de inzittenden van voertuigen minder snel afremmen na een botsing.
12.5.3 Je kunt maatregelen beschrijven die inzittenden van voertuigen direct beschermen tegen verwondingen.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• De remweg is de afstand die nodig is om af te remmen.
• De remweg hangt af van:
– de snelheid
– de massa
– de remkracht
– het profiel van de banden
– het wegdek
• De reactietijd is de tijd tussen het moment dat je iets ziet en het moment dat je reageert.
• De gemiddelde reactietijd in het verkeer is 1 s.
• De reactie-afstand is de afgelegde weg tijdens de reactietijd:
reactie-afstand = snelheid × reactietijd
• De stopafstand is de reactie-afstand plus de remweg:
stopafstand = reactie-afstand + remweg

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen
Veiligheidsmaatregelen in de auto hebben als doel de stopafstand te vergroten en op die manier de kracht op het lichaam te verkleinen

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen in een auto

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

of geen kreukelzone

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen;
- Valhelm
- Autogordel
- Airbag
- Hoofdsteun
- Kreukelzone

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen;
- Valhelm
- Autogordel
- Airbag
- Hoofdsteun
- Kreukelzone

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen;
- Valhelm
- Autogordel
- Airbag
- Hoofdsteun
- Kreukelzone

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen;
- Valhelm
- Autogordel
- Airbag
- Hoofdsteun
- Kreukelzone

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen;
- Valhelm
- Autogordel
- Airbag
- Hoofdsteun
- Kreukelzone

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kooi-constructie
in de auto wordt een kooiconstructie gemaakt.

de kooiconstructie voorkomt het indeuken bij botsingen onder de 50 km/h

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Onthoud
• In het verkeer zijn er verschillende veiligheidsmaatregelen.
• De veiligheidsmaatregelen beschermen de inzittenden bij een botsing door:
– de tijd totdat een voertuig stilstaat na een botsing langer te maken;
– te beschermen tegen directe verwondingen.
• Er zijn veiligheidsmaatregelen voor auto’s, motoren en scooters:
– veilige snelheid (auto, motor, scooter)
– kreukelzone (auto)
– veiligheidsgordel (auto)
– hoofdsteun (auto)
– kooiconstructie (auto)
– airbag (auto)
– helm (motor, scooter)

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies