2.1 - Stoffen in huis

Nask H2 Stoffen
                         Ik kan 4 stofeigenschappen noemen die gebruikt worden om stoffen aan te herkennen en ik kan stoffen herkennen aan hun eigenschappen.
Ik kan uitleggen wanneer een stof gevaarlijk kan zijn.
Ik kan de betekenis van gevarensymbolen beschrijven. 
Vooruitblikken deze les en de hoofdstukken die volgen
Instructie deze les
Opdrachten / Cornell maken
Evalueren en vooruitkijken

Hoe ging het?
Wat heb je geleerd?
Was het moeilijk - makkelijk?
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Nask H2 Stoffen
                         Ik kan 4 stofeigenschappen noemen die gebruikt worden om stoffen aan te herkennen en ik kan stoffen herkennen aan hun eigenschappen.
Ik kan uitleggen wanneer een stof gevaarlijk kan zijn.
Ik kan de betekenis van gevarensymbolen beschrijven. 
Vooruitblikken deze les en de hoofdstukken die volgen
Instructie deze les
Opdrachten / Cornell maken
Evalueren en vooruitkijken

Hoe ging het?
Wat heb je geleerd?
Was het moeilijk - makkelijk?

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 2 Stoffen 
§ 2.1 Stoffen in huis
§ 2.2 zuivere stoffen en mengsels
§ 2.3 massa en volume
§ 2.4 dichtheid

Slide 2 - Tekstslide

2.1 Stoffen in huis

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet jij al van stoffen?

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik kan vier stofeigenschappen noemen, die gebruikt worden om stoffen te herkennen.
  • Ik kan stoffen herkennen aan hun stofeigenschappen.
  • Ik kan uitleggen in welke gevallen een stof gevaarlijk kan zijn.
  • Ik kan de betekenis van gevarensymbolen beschrijven

Slide 5 - Tekstslide

Stofeigenschappen
Eigenschappen waaraan je een stof kunt herkennen of waarmee je stoffen van elkaar kunt onderscheiden. Bijvoorbeeld:
  • Geur
  • Kleur
  • Smaak
  • Brandbaarheid

Slide 6 - Tekstslide

Stoffen en veiligheid
Mogelijke gevaren van een stof:
  • Als je de stof inademt
  • Als je de stof inslikt
  • Als je de stof op je kleren/huid of in je ogen krijgt
  • Wanneer de stof met vuur in aanraking komt
  • Wanneer de stof met een andere stof mengt

Slide 7 - Tekstslide

Gevaarsymbolen (blz 38)

Slide 8 - Tekstslide

H en P zinnen

H staat voor Hazard (gevaar)
P staat voor precautie (voorzorgmaatregelen) 

Slide 9 - Tekstslide

Aan het werk!
Lees h2.1 blz 36
Maak opdracht 1 t/m 7
Maak een Cornell samenvatting

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik kan vier stofeigenschappen noemen, die gebruikt worden om stoffen te herkennen.
  • Ik kan stoffen herkennen aan hun stofeigenschappen.
  • Ik kan uitleggen in welke gevallen een stof gevaarlijk kan zijn.
  • Ik kan de betekenis van gevarensymbolen beschrijven

Slide 11 - Tekstslide