17/3 Vervoer A1

Planning 
  • woorden bij vervoer herhalen
  • teksten lezen bij 'de reis'
  • vragen maken
  • Diglin



1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Planning 
  • woorden bij vervoer herhalen
  • teksten lezen bij 'de reis'
  • vragen maken
  • Diglin



Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

soorten vervoer

Slide 6 - Tekstslide

bus

Slide 7 - Tekstslide

vliegtuig

Slide 8 - Tekstslide

tram

Slide 9 - Tekstslide

taxi

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

werkwoord reizen
ik reis
jij reist/reis jij?
hij reist, zij reist
wij reizen/jullie reizen/zij reizen.

Maak zelf zinnen: Gebruik de woorden trein, bus, boot, vliegtuig, taxi.
Voorbeeld: Zij reist met de bus naar de stad.

Slide 12 - Tekstslide