Een hoorcollege aan een technische universiteit in Helsinki
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Examentraining
Opleiding, verzekeren, krediet: zo pak je examenvragen aan
Een hoorcollege aan een technische universiteit in Helsinki
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Examentraining
Opleiding, verzekeren, krediet: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Tungsten / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een casus een verzekering of kredietvorm beoordelen en interest, aflossing en schuldrest berekenen.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie verzekert of leent wat, en welke bedragen en percentages staan erbij?
2. Kies: welk begrip hoort erbij: soort verzekering, kredietvorm of berekening?
3. Reken: werk per jaar: schuldrest, interest, aflossing, last.
4. Controleer: klopt de uitkomst bij een schatting, en beantwoordt ze de vraag?
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Vraagtype 1: verzekeren analyseren
Je krijgt een casus en weegt kans en omvang van de schade tegen de premie.
Let op: kun je de schade zelf dragen, en gaat het om een persoon of om bezit?
Voorbeeld: een kleine kans op een zeer grote schade pleit voor verzekeren.
Deze slide heeft geen instructies
Bram fietst veel. De kans dat hij een ander schade toebrengt is klein, de schade kan enorm zijn. Waarom past een aansprakelijkheidsverzekering?
Kleine kans op een schade die hij niet kan dragen
De premie komt terug als er geen schade is
Met een verzekering is de kans op schade kleiner
Een verzekering vergoedt elke schade die hij maakt
Syllabus 11.2.1. Verzekeren past bij een kleine kans op een grote schade die je zelf niet kunt dragen. Verwachte fout: denken dat de verzekering de kans op schade verkleint, dat premie terugkomt of dat elke schade gedekt is.
Polis A keert € 150.000 uit aan Noras kinderen als zij overlijdt. Polis B vergoedt de reparatie van haar auto na een aanrijding. Wat klopt?
A is een schadeverzekering, B een levensverzekering
A is een levensverzekering, B een schadeverzekering
Beide polissen zijn schadeverzekeringen
Beide polissen zijn levensverzekeringen
Syllabus 11.2.2. A gaat om een persoon en een uitkering bij overlijden: levensverzekering. B vergoedt schade aan bezit: schadeverzekering. Verwachte fout: de uitkering van een grote som voor een schadeverzekering aanzien.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Vraagtype 2: kredietvorm beoordelen
Je krijgt een casus en noemt de kredietvorm of de gevolgen ervan.
Let op: eigendom, onderpand, bedrag, looptijd en BKR-registratie.
Voorbeeld: een vast maandbedrag voor het gebruik van een auto is private lease.
Deze slide heeft geen instructies
Kees betaalt elke maand een vast bedrag voor een auto en levert hem na vier jaar weer in. Welke vorm?
Huurkoop
Koop op afbetaling
Persoonlijke lening
Private lease
Syllabus begrippenlijst: private lease. Vast bedrag voor gebruik, geen eigendom. Verwachte fout: huurkoop kiezen, waarbij je na de laatste termijn juist eigenaar wordt.
Zara heeft een geregistreerde achterstand bij het BKR en vraagt een nieuwe persoonlijke lening aan. Wat kan de bank doen?
De registratie inzien en de aanvraag afwijzen
De achterstand van Zara overnemen
De registratie verwijderen en toch lenen
De lening alleen als hypotheek verstrekken
Syllabus begrippenlijst: BKR. Een kredietverstrekker kan de registratie inzien en dat meewegen, ook door af te wijzen. Verwachte fout: denken dat het BKR schulden overneemt of dat de bank de registratie kan wissen.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Vraagtype 3: berekenen met krediet
Je rekent per jaar: interest over de schuldrest, dan aflossing, dan last.
Let op: de interest gaat over de schuldrest aan het begin van het jaar.
Bij een credit card gaat de interest over het openstaande bedrag, niet over de limiet.
Deze slide heeft geen instructies
Jorik leent € 15.000 tegen 4% per jaar en lost € 3.000 per jaar af. Hoe groot is zijn totale last in jaar 3?
€ 3.600
€ 3.480
€ 3.360
€ 3.240
Syllabus 11.2.5. Schuldrest begin jaar 3 = 15.000 min 2 × 3.000 = 9.000. Interest = 9.000 × 0,04 = 360. Last = 360 + 3.000 = 3.360. Afleiders: 3.600 is jaar 1 (600 + 3.000), 3.480 is interest over 12.000, 3.240 is interest over 6.000.
Dewi geeft met haar credit card (limiet € 2.000) € 640 uit en betaalt € 400 terug. De interest is 1% per maand over het openstaande bedrag. Hoeveel interest betaalt ze?
€ 6,40
€ 4,00
€ 2,40
€ 20,00
Syllabus begrippenlijst: credit card. Openstaand bedrag = 640 min 400 = 240. Interest = 240 × 0,01 = 2,40. Afleiders: 6,40 is over 640, 4,00 over 400, 20,00 over de limiet van 2.000.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Vraagtype 4: een advies onderbouwen
Je vergelijkt twee opties op totale kosten en geeft een onderbouwd advies.
Tel interest en andere kosten bij elkaar op voor de hele looptijd.
Een lager percentage is niet altijd goedkoper: kijk naar het totaal.
Deze slide heeft geen instructies
Optie A: € 6.000 tegen 5%, aflossing € 2.000 per jaar. Optie B: € 6.000 tegen 4%, aflossing € 2.000 per jaar, plus € 150 afsluitkosten. Welke is goedkoper?
Optie A, € 30 goedkoper
Optie B, € 30 goedkoper
Optie B, € 120 goedkoper
Optie A, € 150 goedkoper
Syllabus 11.2.5. A: interest 300 + 200 + 100 = 600. B: interest 240 + 160 + 80 = 480, plus 150 = 630. A is 30 goedkoper. Afleiders: B zonder afsluitkosten lijkt 120 goedkoper, en wie alleen naar het percentage kijkt kiest B.
Lars leent € 4.000 tegen 6% en lost € 1.000 per jaar af. Hij zegt: mijn totale interest is dus € 960. Wat klopt?
Ja, de totale interest is € 960
Nee, de totale interest is € 240
Nee, de totale interest is € 400
Nee, de totale interest is € 600
Syllabus 11.2.5. Interest: 4.000 × 0,06 = 240; 3.000 × 0,06 = 180; 2.000 × 0,06 = 120; 1.000 × 0,06 = 60. Totaal 600. Lars rekent 4 × 240 = 960 en vergeet dat de schuldrest daalt. Afleider 240 is alleen de interest van jaar 1, 400 is 10% van de lening.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Verzekeren analyseren
Kredietvorm beoordelen
Berekenen met krediet
Een advies onderbouwen
Bespreek het gekozen vraagtype kort na met een nieuwe casus.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Tips voor op het examen
Reken interest altijd over de schuldrest aan het begin van de periode, niet over het oorspronkelijke bedrag.
Schrijf bij een rekenvraag je tussenstappen op: schuldrest, interest, aflossing, last.
Maak bij een advies een keuze en onderbouw die met een bedrag en een niet-financiële overweging.
Procent en procentpunt zijn niet hetzelfde: noem bij een verandering van een percentage welke je bedoelt.
Deze slide heeft geen instructies