Een hoorcollege aan een technische universiteit in Helsinki
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Opleiding, verzekeren, krediet
Examenstof bedrijfseconomie vwo
Een hoorcollege aan een technische universiteit in Helsinki
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Opleiding, verzekeren, krediet
Examenstof bedrijfseconomie vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B1 11.1, 11.2.1-11.2.5. Image credit: Tungsten / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Wat ga je kunnen?
Ik kan geldkeuzes over opleiding, verzekeren en krediet analyseren en interest, aflossing en schuldrest berekenen.
Deze slide heeft geen instructies
Waaraan denk je bij lenen en verzekeren?
Verwachte woorden: premie, schade, lening, interest, hypotheek, auto, studieschuld, risico, aflossen. Gebruik ze als ingang: verzekeren draait om risico, lenen om geld nu en betalen later.
Een hoorcollege aan een technische universiteit in Helsinki
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Opleiding als investering
Een opleiding is een investeringsvraagstuk: kosten nu, baten later.
Kosten: collegegeld, boeken en de tijd die je niet aan werken besteedt.
Baten: bijvoorbeeld een hoger inkomen en meer kans op werk dat je past.
De baten zijn niet zeker: je weegt ze af tegen de kosten.
Syllabus 11.1: een opleiding is een investeringsvraagstuk. Op vwo-niveau analyseer je de afweging: kosten liggen vast en komen eerst, baten zijn onzeker en komen later. Veelgemaakte fout: alleen naar collegegeld kijken en de tijd en de onzekere baten vergeten. Vraag bij de foto: welke kosten en baten zie jij voor deze studie? Image credit: Tungsten / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Belang van een opleiding
Voor het individu: meer kans op werk, een hoger inkomen en werk dat bij je past.
Voor de samenleving: meer kennis en vaardigheden, die bedrijven en overheid nodig hebben.
Niet-financiële overwegingen tellen ook mee, zoals wat je leuk vindt of waar je later wilt wonen.
Een goed besluit weegt financiële en niet-financiële overwegingen samen.
Syllabus 11.1: (niet-)financiële overwegingen en het belang voor individu en samenleving. Laat leerlingen onderscheiden wat het individu wint en wat de samenleving wint. Veelgemaakte fout: het hogere salaris van de student als belang voor de samenleving noemen.
Een huis met schade door een gevallen boom, Kentucky (VS)
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Wel of niet verzekeren
Verzekeren: je betaalt premie en de verzekeraar vergoedt de schade die onder de polis valt.
Voordeel: een grote schade komt niet volledig voor jouw rekening.
Nadeel: je betaalt ook premie als er geen schade is, en niet elke schade is gedekt.
Past vooral bij een kleine kans op een grote schade die je zelf niet kunt dragen.
Syllabus 11.2.1: voor- en nadelen van zich wel of niet verzekeren. Niet verzekeren is risico zelf dragen: je bespaart de premie. Analyseer altijd kans en omvang van de schade en je eigen draagkracht. Veelgemaakte fout: denken dat je premie terugkrijgt als er geen schade is. Image credit: Liz Roll, FEMA / Wikimedia Commons, publiek domein
Een door brand beschadigd gebouw met een hijskraan ernaast (foto: Miroslav Bekchiv, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Twee soorten verzekering
Een levensverzekering keert een afgesproken bedrag uit, bijvoorbeeld bij overlijden.
Een schadeverzekering vergoedt schade aan bezit of schade die je aan een ander toebrengt.
Levensverzekering: het gaat om een persoon. Schadeverzekering: om bezit of aansprakelijkheid.
Bij beide betaal je premie.
Syllabus 11.2.2: de verschillen tussen een levensverzekering en een schadeverzekering noemen. Voorbeelden schadeverzekering: inboedel, auto, brand, aansprakelijkheid. Veelgemaakte fout: een uitkering bij overlijden en een vergoeding voor brandschade door elkaar halen. Image credit: Miroslav Bekchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Joris verzekert zijn huis niet en het brandt af. Wat is het gevolg?
De premie die hij bespaarde krijgt hij nu vergoed
De schade wordt altijd door de gemeente betaald
De volledige schade komt voor zijn eigen rekening
Hij betaalt alleen het deel boven zijn premie
Syllabus 11.2.1: niet verzekeren betekent risico zelf dragen. Joris heeft premie bespaard maar draagt de volledige schade. Verwachte fout: denken dat bespaarde premie verrekend wordt met de schade.
Waarom is een opleiding een investeringsvraagstuk?
Syllabus 11.1. Goed antwoord: je maakt nu kosten (collegegeld, tijd) voor baten die later komen en niet zeker zijn. Verwachte fout: alleen het salaris noemen.
Een woonhuis te koop aan de Koopmansgracht in Sneek, 1990
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Consumptief of hypothecair
Consumptief krediet: lenen voor spullen en gebruik, kleinere bedragen en kortere looptijd.
Hypothecair krediet (een hypothecaire lening): lenen voor een woning, groot bedrag, lange looptijd.
Bij hypothecair krediet is de woning het onderpand van de bank.
Consumptief krediet heeft meestal geen onderpand en daardoor vaak een hogere interest.
Syllabus 11.2.3: de verschillen tussen consumptief krediet en hypothecair krediet noemen. Kern: doel, bedrag, looptijd, onderpand. De berekening van hypotheekvormen (lineair en annuïteit) komt in een ander onderwerp aan bod. Veelgemaakte fout: hypothecair krediet alleen als de aankoop van een huis zien en het onderpand vergeten. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, CC0
Een autohandel met auto's te koop in Inverness (Schotland) (foto: Richard Dorrell, CC BY-SA 2.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Drie vormen van lenen
Persoonlijke lening: vast bedrag, vaste looptijd, je betaalt interest en lost af.
Koop op afbetaling: je koopt iets, betaalt in termijnen en bent meteen eigenaar.
Huurkoop: je betaalt in termijnen en wordt pas na de laatste termijn eigenaar.
Bij alle drie betaal je interest en los je het geleende bedrag af.
Syllabus 11.2.3 en begrippenlijst: persoonlijke lening, koop op afbetaling, huurkoop. Het verschil tussen koop op afbetaling en huurkoop zit in het moment van eigendom. Veelgemaakte fout: koop op afbetaling en huurkoop als hetzelfde zien. Image credit: Richard Dorrell / Geograph via Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Een waaier van credit cards op een tafel (foto: Yuri Samoilov, CC BY 2.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Private lease en credit card
Private lease: een vast bedrag per maand voor het gebruik van een auto; je wordt nooit eigenaar.
Credit card: je betaalt nu met geld dat je later terugbetaalt, tot een maximaal bedrag (limiet).
Spreid je de terugbetaling, dan betaal je interest over het bedrag dat nog openstaat.
Beide vormen horen bij consumptief krediet.
Syllabus begrippenlijst: private lease en credit card als vormen van consumptief krediet. Bij private lease koop je gebruik, geen eigendom. Wie de terugbetaling van een credit card spreidt, betaalt interest over het openstaande bedrag, niet over de hele limiet. Veelgemaakte fout: interest berekenen over de limiet. Image credit: Yuri Samoilov / Flickr via Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Een gesprek aan de balie van de Gemeentelijke Kredietbank, Haarlem 1990
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
BKR: registratie van krediet
Het BKR (Bureau Krediet Registratie) registreert kredieten en betalingsachterstanden.
Een kredietverstrekker kan zo zien welke schulden je al hebt en of je op tijd betaalt.
Een achterstand in de registratie maakt het lastiger om nieuw krediet te krijgen.
Zo beschermt het BKR de verstrekker en ook jou tegen te veel schulden.
Syllabus begrippenlijst: Bureau Krediet Registratie (BKR). Gebruik alleen de kern: registratie van kredieten en achterstanden, die kredietverstrekkers kunnen inzien. Veelgemaakte fout: denken dat het BKR zelf leningen verstrekt of schulden kwijtscheldt. Image credit: Poppe de Boer / Noord-Hollands Archief via Wikimedia Commons, CC0
Karim koopt een laptop op afbetaling en stopt na 6 van de 10 termijnen. Wat klopt?
De laptop is van hem, maar de schuld blijft
De laptop blijft van de winkel tot de laatste termijn
Hij is voor 6/10 deel eigenaar van de laptop
De schuld vervalt, want hij heeft de laptop al
Syllabus 11.2.3 en begrippenlijst. Bij koop op afbetaling ben je meteen eigenaar; de resterende termijnen blijf je schuldig. Verwachte fout: koop op afbetaling verwarren met huurkoop, waarbij je pas na de laatste termijn eigenaar wordt.
Vul in
Het BKR registreert kredieten en betalingsachterstanden, zodat een kredietverstrekker je betaalgedrag kan zien.
Begrippenlijst: Bureau Krediet Registratie. Goed: BKR, kredieten, kredietverstrekker. Verwachte fout: kredietlimiet of schuldrest invullen.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Gevolgen voor de kredietnemer
Je hebt een interestverplichting: per periode interest over het bedrag dat je nog schuldig bent.
Je hebt een aflossingsverplichting: per periode betaal je een deel van het geleende bedrag terug.
De schuldrest is het deel van de lening dat nog niet is afgelost.
Je betaalt in totaal meer terug dan je leent, en je bestedingsruimte (wat je maandelijks nog mag uitgeven) wordt kleiner.
Betaal je niet, dan kan een achterstand worden geregistreerd en wordt nieuw krediet lastiger.
Syllabus 11.2.4: de financiële gevolgen van krediet voor de kredietnemer noemen (interest- en aflossingsverplichtingen). Op vwo analyseer je de gevolgen: lagere bestedingsruimte nu, hogere totale kosten, risico bij achterstand. Veelgemaakte fout: interest en aflossing door elkaar halen: aflossing verkleint de schuld, interest is de prijs van het lenen.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Rekenen met krediet
interest per periode = schuldrest aan het begin van de periode × interestpercentage
schuldrest na de periode = schuldrest aan het begin min de aflossing van die periode
last per periode = interest + aflossing
Voorbeeld: € 12.000 tegen 5% per jaar, aflossing € 3.000 per jaar. Jaar 1: interest € 600, schuldrest daarna € 9.000, last € 3.600.
Let op: van 5% naar 6% is 1 procentpunt, maar een stijging van 20% van het percentage.
Syllabus 11.2.5: periodieke interestbedragen, aflossingsbedragen en schuldrest berekenen. Uitwerking: 12.000 × 0,05 = 600; 12.000 min 3.000 = 9.000; last 600 + 3.000 = 3.600. Jaar 2: 9.000 × 0,05 = 450. De aflossing per periode is in deze lessen steeds gegeven (lineair). Veelgemaakte fout: interest berekenen over de lening van het begin in plaats van over de schuldrest.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Interest over meer jaren
Bij gelijke aflossing daalt de schuldrest elk jaar met hetzelfde bedrag.
De interest daalt dan ook elk jaar met hetzelfde bedrag: aflossing × interestpercentage.
Voorbeeld: € 12.000, 5%, aflossing € 3.000 per jaar, 4 jaar. Interest: € 600, € 450, € 300, € 150.
Totale interest = € 600 + € 450 + € 300 + € 150 = € 1.500. De totale kosten van de lening zijn € 1.500.
Syllabus 11.2.5. De interestbedragen vormen een rekenkundige reeks: elk jaar € 150 minder (3.000 × 0,05 = 150). Totaal 600 + 450 + 300 + 150 = 1.500. Controle: 4 jaar, gemiddeld (600 + 150) / 2 = 375, keer 4 = 1.500. Veelgemaakte fout: de totale interest berekenen als 4 × 600.
Nadia lost haar lening elke maand met hetzelfde bedrag af. Wat gebeurt er met haar bestedingsruimte?
Die blijft elke maand precies even groot
Die wordt elke maand een beetje groter
Die wordt elke maand een beetje kleiner
Die wordt meteen weer zoals voor de lening
Syllabus 11.2.4. Bij een gelijke aflossing daalt de schuldrest, dus ook de interest en de last per maand. Daardoor houdt Nadia elke maand iets meer over. Verwachte fout: denken dat de last gelijk blijft, zoals bij een vast maandbedrag.
Lena leent € 8.000 tegen 5% per jaar en lost € 2.000 per jaar af. Hoeveel interest betaalt ze in jaar 2?
€ 400
€ 200
€ 100
€ 300
Syllabus 11.2.5. Schuldrest begin jaar 2 = 8.000 min 2.000 = 6.000. Interest = 6.000 × 0,05 = 300. Afleiders: 400 is jaar 1 (8.000 × 0,05), 200 is interest over de schuldrest einde jaar 2 (4.000), 100 is over 2.000.
Welk onderdeel vond je het lastigst?
Opleiding en verzekeren
Kredietvormen en BKR
Gevolgen van krediet
Rekenen met interest en schuldrest
Gebruik de uitslag om te bepalen welk onderdeel je nog eens bespreekt voordat de leerlingen de training maken.
Welke geldkeuze wil jij goed kunnen onderbouwen?
Reflectievraag, geen goed of fout. Laat leerlingen een eigen voorbeeld kiezen (opleiding, verzekering, lening) en een financieel en een niet-financieel argument noemen.
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Begrippen (1/2)
levensverzekering: Verzekering die een afgesproken bedrag uitkeert, bijvoorbeeld bij overlijden.
schadeverzekering: Verzekering die schade aan bezit of aan anderen vergoedt.
consumptief krediet: Lenen voor spullen en gebruik: kleinere bedragen, kortere looptijd, meestal geen onderpand.
hypothecaire lening: Hypothecair krediet: lenen voor een woning, met de woning als onderpand.
huurkoop: Betalen in termijnen; pas na de laatste termijn word je eigenaar.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · PERSOON · KREDIET
Begrippen (2/2)
private lease: Vast bedrag per maand voor het gebruik van een auto; je wordt nooit eigenaar.
credit card: Betalen met geld dat je later terugbetaalt, binnen een maximaal bedrag (limiet).
BKR: Bureau Krediet Registratie: registreert kredieten en betalingsachterstanden.
interest- en aflossingsverplichting: Wat je per periode aan interest en aan aflossing moet betalen.
schuldrest: Het deel van de lening dat je nog niet hebt afgelost.
Deze slide heeft geen instructies