Hoofdstuk 4 Controle
Hoofdstuk 4 Controle
Je leert hoe je het lasapparaat van controleren en onderhouden
Lesdoelen:
Voor het lassen
Controles op alles: wat kapot is vervang je
Controleer:
Stroombron
Koeling
Slangenpakket
Draadaanvoer
Maak lastoorts, contactbuis en gasmondstuk goed schoon
Stroombron
Geen metaaldeeltjes in stroombron = kortsluiting
= storing? Schakel elektriciteit eerst uit!
Storing door overbelasting? Zekering kapot.
Zoek eerst de oorzaak, dan pas zekering vervangen
Koeling
Elektrische onderdelen worden heet.
Luchtgekoeld middels ventilator
Zorg dat ventilator goed kan werken.
Kast stroombron goed dicht?
Watergekoeld? Dan kan het lasapparaat zichzelf uitschakelen met te weinig koelvloeistof.
Slangen en kabels
Slechte verbindingen zorgen voor verlies van spanning.
Controleer op scheuren en breuken kabels
Draadaanvoer
Storing merk je aan je lasboog: brandt onregelmatig. Noemen we het pompen van het draad.
Controleer de draadhaspel op beschadiging.
En check de rem!!
Lasapparaat
Aandrijf en drukrollen moeten passen bij diameter lasdraad en centrisch zijn.
Ingesleten rollen moet je vervangen.
Rollen moeten goed op lasdraad en elkaar drukken, anders slippen.
Controleer op ronde lasdraad
Geen scherpe knikken in slangenpakket, anders knikken in het draad.
Lasapparaat
Draadgeleider regelmatig schoonmaken
Draadgeleider en contactbuisje moet passen bij diameter lasdraad.
Te grote opening geen goede stroomoverdracht
Kan contactbuisje kapot gaan, dan vervangen.
Mondstuk:
Door spatten mondstuk vuil, dus regelmatig schoonmaken!
Dus...
Iedere keer check:
Aansluiting elektriciteitsnet goed?
Laskabelaansluiting goed?
Slangenpakket goed?
Kabel en klem werkstuk nog goed?
Schoonmaken van: toorts / contactbuisje / gasmondstuk