WKMD 9/2 woordbetekenis raden Code+ + spreken

                                          Welkom!
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

                                          Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Tekstslide

Planning maandag 9 februari
  • voorlezen
  • uitleg woorden raden
  • werken in Code+ 
  • Lowan: werkblad Familie + kleuren
  • spreekoefeningen Code+
  • woorden oefenen met wisbordje

Slide 3 - Tekstslide


Voorstellen

  • Ik ben .................................
  • Ik kom uit .........................
  • Ik ben ........................jaar
  • Ik woon in ........................

Slide 4 - Tekstslide

voorlezen en vertellen. 
 voorlezen

Slide 5 - Tekstslide

 lesdoelen
  • IIk ken de woorden die bij familie horen (Team Lowan)
  • Ik weet hoe ik het beste de woorden bij het hoofdstuk kan leren.
  • Ik weet hoe ik de betekenis van een woord kan raden.

Slide 6 - Tekstslide

Team Lowan
  • werkbladen bij familie maken
  • woorden Familie herhalen
  • samen lezen
  • werkblad De kleuren (of Klare Taal) 

Slide 7 - Tekstslide

Woordenschat: onbekende woorden
Een onbekend (nieuw) woord, wat doe je?
Let op: Je mag geen Google Translate gebruiken. 
Wat ga je doen?

Slide 8 - Tekstslide

Je leest een onbekend woord. Wat doe je?
A
ik vraag het aan mijn docent.
B
Ik zoek het op in Google Translate of Chatgpt.
C
Ik kijk of ik een deel van het woord ken.
D
Ik lees door. Het woord is misschien niet belangrijk.

Slide 9 - Quizvraag

Je leest een onbekend woord. Wat doe je?
A
ik vraag het aan mijn buurman/buurvrouw.
B
Ik lees de zinnen eromheen.
C
Ik kijk of ik een deel van het woord ken.
D
Ik lees door. Het woord is misschien niet belangrijk.

Slide 10 - Quizvraag

Woordenschat
Op A1-niveau moet je ongeveer 1000 woorden kennen.
Tips om de betekenis van een onbekend woord te vinden:

  • Lijkt het woord op een woord uit een andere taal?
  • Kan je de betekenis van het woord uit de zinnen afleiden?
  • Ken je een deel van het woord? 
  • Staat er een plaatje/foto bij?

Slide 11 - Tekstslide

Raad de betekenis van het woord! 
Guess the meaning of the word!
kelimenin anlamını tahmin et!
вгадай значення слова
!خمن معنى الكلمة

Wat betekent het?

Slide 12 - Tekstslide

Steek je vinger op! 

Slide 13 - Tekstslide

pruik
De vrouw heeft geen haar meer. Zij heeft nu een pruik.

Slide 14 - Tekstslide

fruitschaal
Mijn moeder legt het fruit op de fruitschaal.

Slide 15 - Tekstslide

kattenvoer
Mijn kat vindt het kattenvoer niet lekker.

Slide 16 - Tekstslide

filmpas

Slide 17 - Tekstslide

schoolbus

Slide 18 - Tekstslide

ver
De school is aan de andere kant van de stad. Ik moet ver reizen. Dat duurt een uur.

Slide 19 - Tekstslide

onderstreep
Ik moet de woorden lezen. In de opdracht staat: onderstreep
de woorden die moeilijk zijn.

Slide 20 - Tekstslide

woordenlijst Code+ H2 + H4
  • woordenlijst H2 samen lezen. (+ presentatie woorden H2) Maak een zin met het woord.  Welk woord vind je moeilijk? Onderstreep dat woord. 
  • woordenlijst H4: Samen lezen. Welk woord vind je moeilijk? Onderstreep dat woord. 
  • spreekoefeningen Code+ met de docent

Slide 21 - Tekstslide

 lesdoelen behaald?
  • IIk ken de woorden die bij familie horen (Team Lowan)
  • Ik weet hoe ik het beste de woorden bij het hoofdstuk kan leren.
  • Ik weet hoe ik de betekenis van een woord kan raden.

Slide 22 - Tekstslide

Je leest een onbekend woord. Wat doe je?
A
ik vraag het aan mijn buurman/buurvrouw.
B
Ik lees de zinnen eromheen.
C
Ik kijk of ik een deel van het woord ken.
D
Ik lees door. Het woord is misschien niet belangrijk.

Slide 23 - Quizvraag

Fijne dag! Tot de volgende keer!

Slide 24 - Tekstslide