Assimilatie en dissimilatie (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Quiz

Terugblik: Assimilatie en dissimilatie

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met twaalf vragen over ATP, fotosynthese, voortgezette assimilatie, aerobe en anaerobe dissimilatie en reactievergelijkingen.

Onderdelen in deze les

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Quiz

Terugblik: Assimilatie en dissimilatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: MUuslimabonu / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wat gebeurt er met ATP als een cel energie gebruikt?

A

ADP wordt omgezet in ATP en fosfaat

B

ATP wordt omgezet in glucose

C

ATP wordt omgezet in zuurstof en water

D

ATP wordt omgezet in ADP en fosfaat

ATP geeft energie door een fosfaat af te staan. Verwachte fout: de richting omdraaien.

Vul in

In een bladgroenkorrel vindt fotosynthese plaats: de cel maakt daar glucose en zuurstof.

bladgroenkorrel
fotosynthese
celwand
dissimilatie

Fotosynthese gebeurt in cellen met bladgroenkorrels. Verwachte fout: dissimilatie noemen.

Welk organisme is heterotroof?

A

Een konijn

B

Een eik

C

Een grasplant

D

Een alg

Een konijn heeft organische stoffen uit voedsel nodig. Planten en algen maken zelf glucose. Verwachte fout: denken dat alle levende wezens zelf glucose maken.

Welke energieomzetting vindt plaats bij fotosynthese?

A

Chemische energie wordt lichtenergie

B

Warmte wordt chemische energie

C

Lichtenergie wordt chemische energie

D

Kinetische energie wordt chemische energie

Het licht wordt vastgelegd in glucose. Verwachte fout: de richting omdraaien.

Waar slaat een mens glucose als reservestof op?

A

Als zetmeel in lever en spieren

B

Als cellulose in de huid

C

Als glycogeen in lever en spieren

D

Als glycerol in het bloed

Dieren slaan glucose op als glycogeen. Verwachte fout: zetmeel kiezen, de reservestof van planten.

Waaruit bestaat een vet?

Antwoord: glycerol en vetzuren (drie vetzuren per glycerol). Verwachte fout: aminozuren noemen.

Uit welke bouwstenen is een eiwit opgebouwd?

A

Aminozuren

B

Vetzuren

C

Glucosemoleculen

D

Fosfaten

Eiwitten bestaan uit aminozuren. Verwachte fout: vetzuren of glucose kiezen.

Welk proces levert per glucosemolecuul de meeste energie?

A

Alcoholgisting

B

Melkzuurgisting

C

Fotosynthese

D

Aerobe dissimilatie

Verbranding met zuurstof levert veel energie, gisting weinig. Fotosynthese kost energie. Verwachte fout: fotosynthese kiezen.

Vul in

Bij anaerobe dissimilatie is geen zuurstof nodig, bij aerobe dissimilatie wel.

anaerobe
aerobe
assimilatie
fotosynthese

Aeroob is met zuurstof, anaeroob zonder. Verwachte fout: de twee omdraaien.

Vul in

Planten nemen nitraat op voor eiwitten en fosfaat voor onder meer DNA.

nitraat
fosfaat
glucose
cellulose

Nitraat levert stikstof, fosfaat levert fosfor. Verwachte fout: glucose noemen.

Welke bewering over een koe en een grasplant klopt?

A

Alleen de koe voert dissimilatie uit

B

Beide voeren dissimilatie uit

C

Alleen de grasplant voert dissimilatie uit

D

Geen van beide voert dissimilatie uit

Alle cellen breken glucose af voor energie, dus ook plantencellen. Verwachte fout: denken dat alleen dieren dissimilatie doen.

Waarom is fotosynthese ook voor dieren nodig?

Antwoord: fotosynthese levert glucose en zuurstof, de basis voor de voortgezette assimilatie en dissimilatie van dieren. Verwachte fout: alleen zuurstof noemen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Goed gedaan!

Je kunt nu stoffen opbouwen en afbreken in de cel herkennen en koppelen aan energie.

Deze slide heeft geen instructies