Herhaling H19

Havo H18 

Oefenen
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolVoortgezet speciaal onderwijshavoLeerroute HLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Havo H18 

Oefenen

Slide 1 - Tekstslide

geldgever
geldnemer
geld
hypotheekgever
hypotheeknemer
hypotheekrecht

Slide 2 - Sleepvraag

Aandeel
Obligatie
Bewijs van mede-eigendom
Onderdeel EV
Onderdeel VV
Vast interest-percentage
Geen zeggenschap
Dividend
Tijdelijk vermogen
Vast vermogen
Aflossing

Slide 3 - Sleepvraag

Voor welk krediet kiest de ondernemer?
A
Leverancierskrediet
B
Rekening-courantkrediet

Slide 4 - Quizvraag

Welke twee soorten hypothecaire leningen waren er ook al weer?

Slide 5 - Open vraag

Verloop schuld
Verloop jaarlijkse uitgaven
Lineaire hypotheek

Slide 6 - Tekstslide

Verloop schuld
Verloop jaarlijkse uitgaven
Annuïteitenhypotheek

Slide 7 - Tekstslide

Wie is de crediteur bij leverancierskrediet
A
De leverancier
B
De afnemer

Slide 8 - Quizvraag

Een nadeel van een obligatielening (voor een bedrijf) is:
A
teveel mensen hebben zeggenschap
B
de interestkosten drukken de winst
C
het is een erg dure lening
D
Zowel antwoord A, B als C zijn goed.

Slide 9 - Quizvraag

Een verschil tussen aandelen en obligaties is:
A
Aandelen worden op de beurs verhandeld en obligaties niet
B
De koers van een obligatie staat vast
C
Aandelen moeten worden terugbetaald en obligaties niet
D
Een obligatiehouder heeft geen zeggenschap

Slide 10 - Quizvraag

Bedrijf Y heeft een rek. courant krediet tot maximaal €4000,- Het saldo is nu
-€500,- Hoeveel is de dispositieruimte?
A
€3500,-
B
€4000,-
C
-€4500
D
€4500,-

Slide 11 - Quizvraag

Waarom is rekening courantkrediet een duur krediet
A
Spaarders krijgen interestvergoeding
B
De bank wil geld verdienen
C
De bank maakt ook kosten
D
Antwoord A, B en C zijn goed

Slide 12 - Quizvraag

Klant moet binnen 4 weken betalen.
Bij betaling binnen 1 week 1% korting ("korting voor contante betaling")
Hoeveel rente betaalt de klant (op jaarbasis)?
A
17,5%
B
28%
C
15,3%
D
echt geen idee.....

Slide 13 - Quizvraag

Antwoord
Klant moet binnen 4 weken betalen.
Bij betaling binnen 1 week 1% korting ("korting voor contante betaling")
Hoeveel rente betaalt de klant (op jaarbasis)?


4 weken - 1 week = 3 weken
Dus 3 weken krediet kost de klant 1%
Eenvoudige manier: 1% / 3 weken x 52 weken = 17,3% per jaar.
Betere manier: uitgaan dat de oorspronkelijke prijs 99% is. Dan doe je extra:
100/99 x 17,3% = 17,5%

Slide 14 - Tekstslide