3.5 Omgaan met feedback

3.5 Omgaan met feedback
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
LOBMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

3.5 Omgaan met feedback

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wie heeft er ooit feedback gekregen op school, werk of sport? Hoe voelde dat?

Slide 3 - Open vraag

Feedback is informatie die je helpt te begrijpen wat je goed doet en wat je beter kunt doen. Het is een kans om te groeien, vaak niet iets persoonlijks.

Slide 4 - Tekstslide

  • Feedback is bedoeld om je te helpen /verbeteren 
  • Feedback kan positief of verbeterpuntgericht zijn
  • Het is normaal om je soms defensief te voelen bij kritiek, maar het gaat om hoe je ermee omgaat. 

Slide 5 - Tekstslide

Direct vs Indirect
Direct: Iemand zegt precies wat je goed of fout doet. Feedback wat je onmiddellijk ontvangt.

Indirect: Iemand geeft hints of suggesties. Ongevraagde of subtiele terugkoppeling die je ontvangt via observaties en/of gedrag.

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld
Directe feedback: een leraar die direct een fout gelezen woord voorzegt of een docent die direct complimenten geeft voor een juiste uitvoering.

Indirecte feedback: ''vind je zelf dat dit onderdeel duidelijk genoeg is voor iemand die het onderwerp nog niet kent''

Slide 7 - Tekstslide

Constructief vs Destructief
Constructief: Helpt je vooruit, Is opbouwend en op respectvolle manier

Destructief: Is kritiek die niet helpt, maar schaadt 

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld
Constructief: Je had een duidelijk introductie, maar ik zag dat je veel van je kaartje las. Wat mij hielp bij mijn presentatie was om alleen kernwoorden op het kaartje te zetten, dan voel je je vrijer om de rest uit je hoofd te vertellen.

Destructief: Je presentatie was verschrikkelijk, je weet duidelijk niet waar je het over hebt. 

Slide 9 - Tekstslide

Feedback ontvangen
Er zijn 10 regels van het ontvangen van feedback! 
1. Vraag actief en regelmatig om feedback om gericht te groeien:
Helpt problemen te voorkomen voordat ze groter worden. Het kan helpen beter om te gaan met kritiek. Zo laat je zien dat je op je doel afgaat. 

2. Laat zien dat je openstaat voor feedback: 
kijk naar je zelf, geef eventuele foute of dingen die je anders had kunnen doen aan. Stukje zelfbewustzijn. 

Slide 10 - Tekstslide

3. luister actief naar feedback die je ontvangt:
Focus op wat er gezegd word, ga geen andere dingen doen. benoem '' oke, ik snap wat je bedoelt'' of ''hm, snap het niet helemaal''

4. vraag door:
Zorgt voor verduidelijking, zo kan je ook kijken of je het echt begrijpt. 

5. Toon dankbaarheid voor de feedback:
Het kan soms slikken zijn, maar om jezelf te ontwikkelen is het waardevol om niet gelijk in de verdediging te schieten. 
''goed dat je dit benoemt. Ik ha erover nadenken en zal er zeker aandacht aan besteden''

Slide 11 - Tekstslide

6. Neem de tijd voor zelfreflectie
Het is niet alleen belangrijk om te horen wat anderen te zeggen hebben; het is minstens zo essentieel om de tijd te nemen om de informatie echt te laten bezinken.

Neem dan de tijd om na te denken:
  • Erken dat er ruimte is voor groei in presentatievaardigheden.
  • Identificeer specifiek waarom de feedback is gegeven, zoals de snelheid van je presentatie.
  • Stel concrete doelen op, zodat je gericht kunt werken aan verbetering. Bedenk hoe je interactie, vragen stellen, of visuals kunt gebruiken om je boodschap duidelijker over te brengen.
  • Accepteer de feedback. Realiseer je dat het aanpakken van feedback je niet alleen verbetert, maar ook je zelfvertrouwen vergroot.

Slide 12 - Tekstslide

7. Scheid de boodschap van de boodschapper
Je neemt waarschijnlijk liever iets aan van je beste vriend dan van je collega waarmee je moeilijk kunt opschieten.

8. Vermijd defensieve reacties
''Ja, maar...!'' of ''Oke, dat is jouw mening!'' of '' Ik hoor het u zeggen''

9. Zie feedback als een kans om te groeien
Feedback is nooit bedoeld als een persoonlijke aanval; integendeel, het is een groeikans die je niet mag missen. Laat kritiek jou daarom niet in het verkeerde keelgat schieten, maar doe er iets mee.

Slide 13 - Tekstslide

10. Pas de constructieve feedback daadwerkelijk toe
Kom in actie en laat zien dat je echt hebt geluisterd naar de feedback 

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht
Maak de opdracht die op Its learning staat. 

Slide 15 - Tekstslide

Leren leren

Slide 16 - Tekstslide

“Wat denk je bij het woord ‘feedback’? Vind je het prettig of vervelend?”
A
Prettig
B
Vervelend

Slide 17 - Quizvraag


“Feedback is geen kritiek, maar een kans om te leren. Het helpt je zien wat goed gaat én wat beter kan. In de praktijk, op stage en op school krijg je regelmatig feedback. Hoe beter je ermee omgaat, hoe sneller je groeit.”

Slide 18 - Tekstslide

2 soorten feedback
  • Positieve feedback
  • Opbouwende feedback  

Slide 19 - Tekstslide

Positieve feedback
  • Je hebt duidelijk gecommuniceerd tijdens je stage
  • Je bleef rustig in een lastige situatie 

Slide 20 - Tekstslide

Opbouwende feedback
  • Je mag steviger optreden in het contact met burgers

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht
1. Welke feedback kreeg jij laatst op school of stage?
(Voorbeeld: Je was te stil tijdens de les, je verslag was rommelig, je was juist goed in samenwerken)
2. Was het positief of opbouwend?
3. Wat kun je ermee? Wat zou je vanaf nu anders willen doen?

Slide 22 - Tekstslide