H1.3 Schuivende continenten

H1.3 Schuivende continenten
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H1.3 Schuivende continenten

Slide 1 - Tekstslide

Beeldfragmenten en vragen!
Het oog geeft aan dat er vragen bij een filmfragment worden gevraagd.
Vraag en antwoord!
Het vraagteken geeft antwoord op gestelde vragen uit de slides.
Interactieve kaarten en externe weblinks!
De punaise geeft aan dat er een link kan worden bekeken met daarin interactieve kaarten, statistiek of andere websites die relevant zijn voor het onderwerp van de slide.
Tips voor het maken van aantekeningen!
Rode woorden - begrippen die belangrijk zijn voor het SO
Blauwe woorden -begrippen en woorden zijn ter verduidelijking en belangrijk bij het beantwoorden van aardrijkskundige vragen

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kan uitleggen hoe ‘convectiestromen’ de lithosfeer laten bewegen;
  • Je kan ‘platentektoniek’ verklaren aan de hand van paleomagnetisme de drie soorten plaatbeweging (divergent, convergent, transform) uitleggen en verklaren; hun gevolgen beschrijven en verklaren;
  • Je kan het ontstaan van mid-oceanische ruggen, plooiingsgebergten, diepzeetroggen en breukgebergten verklaren;
  • Je kan de werking van een ‘hotspot’ uitleggen;
  • Je kan strato- en schildvulkanen herkennen en hun eigenschappen benoemen.

Slide 3 - Tekstslide

Opbouw van de aarde
Even terug naar de les van vorige week!

Slide 4 - Tekstslide

Convectiestromen?
Mantelconvectie is convectiestroming in vast gesteente in de aardmantel. Convectie treedt in de Aarde op twee plaatsen op: in de aardmantel en in de buitenkern. De convectie van vast materiaal in de aardmantel is een aandrijvend mechanisme van platentektoniek in de lithosfeer.

Slide 5 - Tekstslide

Hoe werkt convectie in de mantel?
Mantelconvectie vindt plaats op lange ("geologische") tijdschalen. Typische stroomsnelheden zijn enkele millimeters tot enkele centimeters per jaar. Het is in de mantel de belangrijkste wijze waarop de Aarde haar interne warmte verliest. Mantelgesteente staat bloot aan een naar boven gerichte warmtestroom vanuit de aardkern. Doordat gesteente onder de drukken en temperaturen die in de mantel heersen plastisch deformeert kan er in de mantel, in tegenstelling tot de korst, stroming van vast gesteente plaatsvinden.

Slide 6 - Tekstslide

Kenmerken
  • Heet taai vervormd mantel gesteente stijgt op
  • Snelheid enkele mm/cm p/j
  • Veroorzaakt beweging van de aardplaten  
  • Veroorzaakt 3 typen plaatbewegingen
Heet, taai en vervormd

Slide 7 - Tekstslide

Wet van superpositie

De wet van de superpositie is een basisbegrip uit de geologie. De lagen in de bodem zijn zo gerangschikt dat de oudste lagen onderop liggen, en de jongste lagen boven, tenzij een later proces deze volgorde heeft verstoord.
Opdracht 6a t/m d

Slide 8 - Tekstslide

Moeder magneet
Meer uitleg over het magnetisch veld van de aarde
Paleomagnetisme
Paleomagnetisme is in de geologie en geofysica de richting van het magnetisch veld in gesteenten. Gesteenten kunnen magnetisch zijn als ze magnetische mineralen bevatten. Magnetische mineralen in gesteenten nemen de richting aan van het aardmagnetisch veld ten tijde van hun vorming, waardoor de steen zelf ook (zwak) magnetisch wordt.
Opdracht 3a,b; 4a t/m e

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 1a t/m 2f

Slide 10 - Tekstslide

Mid-oceanische rug(MOR)


Een voorbeeld van een mid-oceanische rug is de Mid-Atlantische rug in de Atlantische Oceaan. De mid-oceanische ruggen spelen een belangrijke rol in het proces van platentektoniek. Bij de ruggen bewegen verschillende tektonische platen van elkaar af. Het gevolg is dat er een ruimte ontstaat tussen de platen, deze ruimte zal worden opgevuld door magma uit de asthenosfeer (de laag in de Aarde onder de lithosfeer). De magma zal aan het oppervlak stollen, waardoor hier nieuwe oceanische lithosfeer zal worden gevormd. Dit zorgt ervoor dat op mid-oceanische ruggen veel vulkanisme voorkomt.
Spreidingszone?
Omdat de platen uit elkaar blijven bewegen, zal het proces door blijven gaan, waarbij steeds nieuwe lithosfeer worden gevormd bij de oceaanruggen. Men noemt in de platentektoniek een mid-oceanische rug daarom een spreidingszone. Het proces waarbij op spreidingszones oceanische korst wordt gevormd wordt oceanische spreiding genoemd.
Opdracht 5a t/m e

Slide 11 - Tekstslide

Plooingsgebergte
Gebergte waarvan de gesteentelagen plooien vertonen. Deze plooiingen ontstonden meestal door de werking van endogene krachten. Bijv. botsingen van twee continententale schollen.

Slide 12 - Tekstslide

Diepzeetroggen
Diepzeetroggen zijn super diepe inzinkingen van de zeebodem. Troggen bevinden zich altijd langs plaatgrenzen. Er moet sprake zijn van een convergente beweging, waarbij twee platen naar elkaar toe bewegen. Hier zal dus één plaat onder de andere duiken en afsmelten, dit noem je subductie.

Slide 13 - Tekstslide

Breukgebergten
Breukgebergten ontstaan waar twee continentale platen uiteen drijven. Een
deel van het gebied langs de breuk komt omhoog (horst) of zakt weg (slenk).

Slide 14 - Tekstslide

Slab-pull en Ridge push

Slab pull = subductie, zware oceanische kortszakt onder de relatief(lichte) continentale korst. Ridge push ontstaat bij divergente platen lang MOR's

Slide 15 - Tekstslide

Samenvattend: de plaatbewegingen en gevolgen voor de lithosfeer
Opdracht H1.4: 1a t/m 3d

Slide 16 - Tekstslide

Vulkanische hotspots

Een hotspot is een plek op een planeet waar vulkanisme plaatsvindt dat niet gerelateerd is aan plaatbewegingen zoals die in de plaattektoniek gelden

Slide 17 - Tekstslide



Vulkanisme

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Schildvulkaan
Een schildvulkaan is een type vulkaan dat vlakke hellingen heeft. Schildvulkanen worden gevormd door uitbarstingen waarbij mafische (silica-arme) lava vrijkomt. Omdat mafische lava een kleinere viscositeit heeft (het stroomt makkelijk en is het minder explosief) dan felsische lava kan het snel over grote oppervlakten uitstromen en worden vulkanen met een kleine hellingshoek gevormd.

Slide 20 - Tekstslide

Strato-vulkaan
Een stratovulkaan is een hoge kegelvormige vulkaan die is opgebouwd uit lagen van gestolde lava en tefra. Stratovulkanen hebben relatief steile hellingen en worden gekenmerkt door regelmatig explosieve uitbarstingen. De samenstelling van lava's uit stratovulkanen is relatief felsisch (rijk aan SiO2) wat de lava viskeus maakt. Lavastromen reiken dan ook niet tot op grote afstand van de vulkaan. Pyroclastische stromen en asregens daarentegen wel.

Slide 21 - Tekstslide