9.4 Ziek deel 2

Welkom 
Denk om…
Je jas uit, pet af.
Mobiel in de telefoontas (op stil)/tas/ kluisje.
Boek/divice (dicht). Tas op de grond.
Zitten op je eigen plek!

timer
5:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom 
Denk om…
Je jas uit, pet af.
Mobiel in de telefoontas (op stil)/tas/ kluisje.
Boek/divice (dicht). Tas op de grond.
Zitten op je eigen plek!

timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Planning 
  • planning
  • "Opfrissen" 9.4 en 9.4 afronden
  • vergeten/nog niet gemaakte opdrachten maken (zie studiewijzer)

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kan uitleggen op welke manier je besmet kan worden en weet welke rol bacteriën en virussen hierin spelen.
  • Je kan de werking van witte bloedcellen uitleggen.
  • Je kent de functie van koorts en kan uitleggen wat de oorzaak is van een hoge temperatuur.
  • Je kan uitleggen op welke twee manieren je immuun kan worden.
  • Je kan uitleggen wanneer orgaantransplantatie nodig is en welke gevaren hierbij op de loer liggen.

Slide 3 - Tekstslide

Hoe word je ziek?
Micro-organismen: ziekmakende bact., schimmels, virussen
Bacteriën - kunnen giftige stoffen afgeven en ontstekingen veroorzaken (bv longontsteking, ontstoken wondje)
Schimmels - kunnen ook giftige stoffen afgeven
Virussen - dringen cellen binnen. 
Daar vermeerderen ze zichzelf -> 
Cel vol met virus gaat stuk -> griep, Corona

Slide 4 - Tekstslide

Het corona virus 

Slide 5 - Tekstslide

Hoe verloopt een infectie? 

Slide 6 - Tekstslide

Diagnose
Vaststelling welke ziekte je hebt, naar aanleiding van omschrijving van klachten/symptomen. 
Prognose
Er wordt vertelt hoe de ziekte en het herstel zal verlopen. 

Slide 7 - Tekstslide

Hoe herkent je lichaam ziekteverwekkers?
Alle cellen hebben eiwitten op het celmembraan = antigenen

Je lichaam herkent welke van jou zijn (lichaamseigen) en welke dus niet (lichaamsvreemd). 

Slide 8 - Tekstslide

Je kunt uitleggen welke 2 typen witte bloedcellen er zijn en op welke manier zij ziekteverwekkers bestrijden.

Slide 9 - Tekstslide

Hoe bestrijden witte bloedcellen ziekteverwekkers? Type 1
Twee soorten witte bloedcellen:
Type 1 - neemt bacterien op en verteert ze (ook wel vreetcellen genoemd) -> afb. hiernaast 
Type 2 - maakt een stofje (=antistof) die aan de antigenen van de ziekteverwekker blijft plakken zodat hij onschadelijk wordt.

Slide 10 - Tekstslide

Zoveel soorten antigenen en antistoffen
Ieder soort bacterie of ziekteverwekker heeft een uniek type antigeen (herkenningseiwit).

Dat betekent dat voor ieder type antigeen een apart soort antistof gemaakt moet worden.

(sleutel-slot principe)

Slide 11 - Tekstslide

antigeen = gemeen
antistof = tof

ezelsbruggetje

Slide 12 - Tekstslide

Hoe bestrijden witte bloedcellen ziekteverwekkers? Type 2
  1. Er komen ziekteverwekkers in je lichaam.
  2. Witte bloedcel type 2 maakt een antistof (blauw) die precies past bij de antigenen (rood) van de ziekteverwekker.
  3. Deze witte bloedcellen type 2 gaan zich snel delen en samen heel veel antistof maken.
  4. De antistof koppelt aan de antigenen van de ziekteverwekker en schakelt hem uit.
  5. Witte bloedcel type 1 vreet de uitgeschakelde ziekteverwekker op.

Slide 13 - Tekstslide

Je kunt uitleggen hoe je immuun wordt.

Slide 14 - Tekstslide

Immuun -
actieve immunisatie
  • Ziekteverwekkers dood? -> meeste witte bloedcellen ook dood, blijven paar over:  de geheugencellen
  • 2e keer met dezelfde ziekteverwekker besmet? ->geheugencellen herkennen de antigenen -> maken enorm snel antistoffen -> voordat je ziek kan worden, ziekteverwekkers al dood.

  • kan ook met vaccin
    (verzwakt ziekteverwekker) 

Slide 15 - Tekstslide

Immuun -
passieve immunisatie
Seruminjectie - prik met antistoffen tegen ziekteverwekker. Snel immuun - korte tijd. 
Passieve immunisatie: niet zelf de antistoffen gemaakt. 

Slide 16 - Tekstslide

Orgaantransplantatie

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Orgaanafstoting 
Afweer: 
op cellen donororgaan zitten lichaamsvreemde antigenen -> ontvanger (witte bl.c) maakt antistoffen tegen antigenen -> cellen donororgaan vernietigd = orgaanafstoting

Slide 19 - Tekstslide

Afweerremmers: voorkomen dat witte bloedcellen minder/geen antistoffen maken tegen donororgaan.
Kans op afstoting kleiner als antigenen (eiwitten op cellen) van donor en ontvanger op elkaar lijken.

Donorregister
formulier waarop je aangeeft of je na je dood een orgaan wilt afstaan. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Tekstslide

Wanneer schakel je de afweer uit? 
Chronische ziekte: Ziekte die nooit meer over gaat
bv astma, suikerziekte, nierziekten
Orgaan steeds slechter werken? -> orgaantransplantatie
= orgaan van iemand anders. 
Donor = de 'weggever' 

Slide 23 - Tekstslide

Waarvoor krijg je koorts?

Tempratuur hoger dan 38 °C.
Je lichaam wordt geregeld door je Hypothalamus.

Slide 24 - Tekstslide

Hypothalamus
Als je ziek bent, maken de witte bloedcellen stofjes waardoor de hypothalamus je lichaamstempratuur verhoogt (koorts).
Voordeel koorts:
1) bloed stroomt sneller => afvalstoffen  vd ziekteverwekkers.
2) witte bl. cellen maken sneller => antistoffen
Nadeel (hoge) koorts:
A) enzymen gaan kapot

Slide 25 - Tekstslide