V5_SK_Herhalen_Week 38?_Les1

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Opening les
  • Controle boeken en huiswerk
  • Weektaak
  • Leerdoelen
  • Keuze momenten
  • Aan opdrachten werken
  • Afsluiten les

Slide 2 - Tekstslide

Weektaak vorige week
- Bestuderen Hoofdstuk 3, Paragraaf 1 uit het boek VWO4 (blz 67&68).
- Maken opdracht 11, 12 en 13 uit het boek VWO4 (blz 69) of in de online omgeving


- Bestuderen Hoofdstuk 3, Paragraaf 2 (blz 71&72) en Paragraaf 3 uit het boek VWO4 (blz74&75)
- Maken opdracht 20 t/m 23 en 31 t/m 33 uit het boek VWO4 (blz 76) of in de online omgeving

- Bestuderen Hoofdstuk 3, Paragraaf 4 uit het boek VWO4 (blz 77t/m79)
- Maken opdracht 42, 43 en 46 uit het boek VWO4 (blz 79) of online

- Bestuderen Hoofdstuk 7, Voorkennis uit het boek (blz 8)
- Bestuderen Hoofdstuk 7, Paragraaf 1 uit het boek (blz 9&10)
- Maken opdracht 6 en 9 uit het boek (blz 8&10) of in de online omgeving.


Slide 3 - Tekstslide

Weektaak
- Bestuderen Hoofdstuk 7, Paragraaf 2 uit het boek (blz 11t/m13)
- Maken opdracht 16, 18, 27 en 30 uit het boek (blz 14&17) of in de online omgeving.

- Bestuderen Hoofdstuk 7, Paragraaf 4 uit het boek (blz 19)
- Maken opdracht 36 en 37 uit het boek (blz 20) of in de online omgeving

- Bestuderen Hoofdstuk 7, Paragraaf 5 uit het boek (blz 22t/m24)
- Maken opdracht 45 t/m 47 uit het boek (blz 24) of in de online omgeving.



Slide 4 - Tekstslide

Zuren en basen
Zuurgraad van een oplossing

Slide 5 - Tekstslide

Zuren en basen
Zure oplossingen hebben een pH kleiner dan 7

Slide 6 - Tekstslide

Zuren en basen
Basische oplossingen hebben een pH groter dan 7

Slide 7 - Tekstslide

Zuren en basen
Dus:
- Zure oplossingen hebben een pH kleiner dan 7.
- Basische oplossingen hebben een pH groter dan 7.
- Neutrale oplossingen hebben een pH gelijk aan 7

Slide 8 - Tekstslide

Indicatoren
Geven een indicatie van de zuurgraad van een oplossing

Zuurgraad drukken we uit in pH

Slide 9 - Tekstslide

Omslag-
traject

Hoe staat 
het in de
Binas?

Slide 10 - Tekstslide

Hoe herken je een zuur?
- Een zuur kan een proton H+ doneren


- Sterke zuren doneren alles, zoals zoutzuur (HCl)
- Zwakke zuren doneren een deel, zoals azijnzuur (CH3COOH)



HCl(g)+H2OH3O++Cl

Slide 11 - Tekstslide

Evenwicht
Sterke zuren : Aflopende reactie


Zwakke zuren: Evenwicht

HCl(g)+H2OH3O++Cl
CH3COOH(g)+H2OCH3COO+H3O+

Slide 12 - Tekstslide

Hoe herken je een zuur?
Kan een H+ afstaan...

Tabel 49
- Zwak of sterk

Slide 13 - Tekstslide

Notatie van de oplossing
Sterke zuren noteren met alles gedoneerd"
H3O+ (aq) + Cl- (aq)
Zwakke zuren, alsof nog heel weinig/niks is gedoneerd.
CH3COOH (aq)

Slide 14 - Tekstslide

Uitleg notatie zwakzuur
CH3COOH+H2OCH3COO+H3O+
Kc=[CH3COOH][H2O][CH3COO][H3O+]
Kc=[CH3COOH][CH3COO][H3O+]
Maar [H2O] stellen we op 1

Slide 15 - Tekstslide

Uitleg notatie zwakzuur




Aan welke kan ligt het evenwicht?
CH3COOH+H2OCH3COO+H3O+
Kc=Kz=[CH3COOH][CH3COO][H3O+]=1,7105

Slide 16 - Tekstslide

Hoe herken je een zuur of een base?
- Een zuur kan een proton H+ doneren


- Een base kan een proton accepteren
HCl(g)+H2OH3O++Cl
NH3(g)+H2ONH4++OH

Slide 17 - Tekstslide

Evenwicht
Sterke basen: Aflopende reactie


Zwakke basen: Evenwicht

S2(g)+H2OHS+OH
NH3(g)+H2ONH4++OH

Slide 18 - Tekstslide

Hoe herken je een zuur of een base?
Tabel 49
- Zuur of base
- Zwak of sterk

Slide 19 - Tekstslide

Hoe herken je een zuur of een base?
Tabel 49
- Zuur of base
- Zwak of sterk

Slide 20 - Tekstslide

Organiseer de volgende basen van zwak naar sterk
Zwak
Zwakker
Gemiddeld
Sterk
Sterkst
ClO4-
H2PO4-
CH3COO-
NH3
CH3CH2O-

Slide 21 - Sleepvraag

Opstellen zuur-base reactie
Een zuur-base is een reactie tussen een zuur en een base.

Tabel 49

Slide 22 - Tekstslide

Opstellen zuur-base reactie
Stap 1: Wat zijn de zuren en wat zijn de basen en welke deeltjes kunnen als beide reageren? (tabel 49)
Stap 2: Welk zuur staat het hoogste in de zuur kolom in tabel 49?
Stap 3: Welke base staat het laagste in de base kolom in tabel 49?
Stap 4: Stel de zuur-base reactie op.

Slide 23 - Tekstslide

De reactie tussen azijnzuur en ammoniak
Stap 1: Wat zijn de zuren en wat zijn de basen en welke deeltjes kunnen als beide reageren? (tabel 49)

Zuur: CH3COOH
Base: NH3

Slide 24 - Tekstslide

De reactie tussen azijnzuur en ammoniak
Stap 2: Welk zuur staat het hoogste in de zuur kolom in tabel 49?
Stap 3: Welke base staat het laagste in de base kolom in tabel 49?

Hoogste zuur: CH3COOH
Laagste base: NH3

Het hoogste zuur moet boven de laagste base staan

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

De reactie tussen azijnzuur en ammoniak
Stap 4: Stel de zuur-base reactie op.

CH3COOH+NH3CH3COO+NH4+

Slide 27 - Tekstslide

Opdracht
Stel de zuur-base reactie op tussen waterstoffluoride en natirumcyanide.

Slide 28 - Tekstslide

Belangrijke stoffen
Zoutzuur (waterstofchloride)
- Gebruikt om oplossingen "aan te zuren"
Ammonia (oplossing van ammoniak)
- Belangrijke ontvetter van oppervlakten
Natronloog (oplossing van natriumhydroxide)
- Gebruikt om oplossingen basisch te maken

Slide 29 - Tekstslide

Weektaak
- Bestuderen Hoofdstuk 7, Paragraaf 2 uit het boek (blz 11t/m13)
- Maken opdracht 16, 18, 27 en 30 uit het boek (blz 14&17) of in de online omgeving.

- Bestuderen Hoofdstuk 7, Paragraaf 4 uit het boek (blz 19)
- Maken opdracht 36 en 37 uit het boek (blz 20) of in de online omgeving

- Bestuderen Hoofdstuk 7, Paragraaf 5 uit het boek (blz 22t/m24)
- Maken opdracht 45 t/m 47 uit het boek (blz 24) of in de online omgeving.



Slide 30 - Tekstslide