PDO 4 april

PDO K 4-4-22
Woordenschat 
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
PedagogiekBasisschoolGroep 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

PDO K 4-4-22
Woordenschat 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mededelingen
Cursus Jonge kind assistenten:
2022
- Spel
- Ontwikkelingspsychologie
2022-2023
- Taal/ beginnende geletterdheid
- Rekenen
- Klassenmanagement/ executieve functies

  •  Werkplekbegeleider
  •  Klassenconsultatie
  •  Ontwikkelportfolio




Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TOS en woordenschat

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

TOS en woordenschat
  • Woorden onthouden en opslaan in het geheugen is moeilijker (10x)
  • De basiswoordenschat blijkt vaak (nog) niet of onvolledig verworven te zijn. 
  • De basiswoorden blijken minder gevuld te zijn, dat wil zeggen dat er minder kenmerken, betekenisaspecten aan gekoppeld zijn. Dus minder zintuiglijke, gevoelsmatige en handelingsassociaties. 
  • Meer moeite met het leren van werkwoorden
  • Semantisch netwerk is minder hecht en minder en zwakkere verbindingen tussen woorden
  • Woordvindingsproblemen (bij meer dan 20%)
  • Woorden minder stevig opgeslagen in mentale Lexicon
  • Problemen in fonologisch korte termijn geheugen
  • Leren minder incidenteel en impliciet woorden

Slide 4 - Tekstslide

Kinderen met TOS hebben vaak moeite met het op tijd ophalen van woorden uit het geheugen, ook wel woordvindingsmoeilijkheden genoemd. De woorden zijn niet zo stevig opgeslagen in het mentale lexicon en daardoor minder goed toegankelijk.

De meeste jonge kinderen leren als vanzelf de woorden van hun omgevingstaal. Het leren van woorden kan worden beschouwd als het resultaat van een voortdurend samenspel tussen omgeving en kind. Belangrijke voorwaarde is dat kinderen voldoende toegang hebben tot verbale en non-verbale informatie uit de omgeving. In principe is de omgeving vol van belangrijke aanknopingspunten voor woordleren, in elk geval als een kind opgroeit in een familie waar regelmatig met elkaar gesproken wordt. Hoe vaker en gevarieerder ouders met hun kind praten, hoe groter de woordenschat. Gedurende de eerste twee levensjaren worden kinderen steeds handiger in het gebruik van informatie uit de omgeving. Aanvankelijk leren kinderen woorden terloops, ofwel ‘impliciet’. Dat wil zeggen dat nieuwe woorden – bedoeld of onbedoeld – in een betekenisvolle context worden genoemd die voor het kind aanleiding is om het woord te leren. Later, vanaf een leeftijd van ongeveer twee jaar leren kinderen woorden steeds meer via situaties waarin iemand een woordbetekenis uitlegt: dan krijgt het woordleren een meer expliciet karakter.

Wat kun je van deze 3 vruchten zeggen?
A
Uit alledrie kan een nieuwe boom groeien
B
Alleen uit de appel en lijsterbes kan een nieuwe boom groeien
C
De kokosnoot hoort niet in dit rijtje thuis. Het is zoiets als een knol
D
alleen de appel kan door de mens gegeten worden

Slide 5 - Quizvraag

Diepere woordbetekenis is nodig. Kinderen moeten weten dat het alledrie vruchten zijn, waaruit een plant kan groeien. Ze moeten de abstracte woordbetekenis van groeien weten, (voortkomen uit) niet groter worden. Ze moeten de juiste betekenis toekennen aan het woord knol. Diepe woordbetekenis is van belang.
poes
boek
tapir
internet
chromosoom
obligatie

Slide 6 - Tekstslide

Laten we eens even stilstaan bij de kennis van afzonderlijke woorden. Neemt u om te beginnen eens uw eigen kennis van de volgende woorden onder de loep:
‘poes’, ‘tapir’, ‘obligatie’, ‘boek’, ‘internet’, ‘chromosoom’. Kent u alle woorden even goed? Waarschijnlijk niet. Bij het ene woord heeft u in de loop der tijd meer
betekenisaspecten verworven dan bij het andere. Nu is het in het dagelijks leven niet erg dat we woorden als ‘tapir’, ‘chromosoom’ en ‘obligatie’ minder goed
kennen. Maar in onderwijssituaties is dat anders. In veel lessen worden hoge eisen aan woordkennis gesteld. Het is lang niet voldoende als kinderen slechts ongeveer weten waar het over gaat in plaats van de oppervlakkige betekenistoekenning, is diepe woordkennis noodzakelijk
Het belang van goed woordenschatonderwijs!
Van invloed op luisteren, spreken, lezen, schrijven..
Belangrijke voorspeller voor het goed technisch en begrijpend lezen!
Communicatieve redzaamheid
Sociaal emotioneel welbevinden
Invloed op het leren op school

Slide 7 - Tekstslide

Een nieuw inzicht op het gebied van woordenschat is, dat woordenschat ook een rol speelt bij
het leren lezen. Als beginnende lezers woorden die ze moeten decoderen kennen, hebben ze
daarbij profijt van hun woordenschat. Onderzoek laat zien, dat beginnende lezers veel moeite
hebben met het lezen van woorden die niet tot hun woordenschat behoren.
Goed woordenschatonderwijs?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

HOE??
Expliciete instructie is van belang. Combinatie van expliciete en impliciete instructie!!
Aanbodfrequentie/herhaling en afwisseling
Actieve betrokkenheid van de kinderen
Aanbieden van woorden in netwerken
Rijke leeromgeving/contexten met veel concrete materialen/3 dimensionaal
Spel als didactisch middel!
Gebarenondersteuning
Viertakt van Verhallen!!!

Slide 9 - Tekstslide

Dus de kans dat woorden geleerd worden is het grootst, als je woorden uitlegt (expliciet) en de uitgelegde woorden veel gebruikt (impliciet). Bij jonge kinderen met een TOS is het raadzaam om goed in gaten te houden of de verbinding tussen expliciete en impliciete instructie voldoende vaak tot stand komt. Want zij hebben moeite met het koppelen en opslaan van woord en betekenis.

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbewerken
Anker:
Inleidend voorbeeldspel, prentenboek, excursie, experiment met materialen, iets spannends inzetten.
Via woordveld voorkennis inventariseren

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Semantiseren
Uitbreiden
Uitleggen
Uitproberen
Uitbeelden
Het woordweb: met lidwoord: de fiets en het zadel

Slide 13 - Tekstslide

• Kinderen kunnen een tekening of een knutselwerk maken bij de woorden, dit kan met hen afgesproken worden bij de aanbieding.
• Of er zijn vooraf plaatjes gemaakt van de themawoorden op kaartjes.
• Beide vormen kunnen naast elkaar bestaan; er zijn plaatjes aanwezig en/ of kinderen maken een tekening of knutselwerk.
• De leerkracht kan ook tijdens de aanbieding een tekening maken.
Kinderen kunnen betrokken worden bij het verzamelen van voorwerpen.
Dit verlevendigt het werken met het woordweb.
• De zelfstandige naamwoorden zijn voorzien van het lidwoord de of het.
Het lidwoord de wordt rood geschreven en het lidwoord het blauw.
• Eventueel kunnen kaartjes van de woorden gemaakt worden, waarmee activiteiten zoals memorie gedaan kunnen worden.

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Woordtrap (opeenvolging van ontwikkeling)
Woordparaplu 
(hiërarchische betekenisrelatie)
Mindmap/ Conceptmap

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Consolideren
Herhaling!!!
klas onderdompelen in het thema
Spelactiviteiten
Woorden terug laten komen in verschillende activiteiten

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Taalplan kleuters inventarisatie
Wat doen we al:
Rijke betekenisvolle contexten
Veel herhaling
Spelend leren
Themahoeken
Verteltafel
Expliciete aandacht
Viertakt verhallen wordt ingezet
gerichte selectie van woorden
Woordweb
Voorbeeldspel

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten
Meer samenwerking logo/ leerkracht
Functiewoorden worden te weinig toegevoegd: lidwoorden, voegwoorden, telwoorden, voornaamwoorden
Meer gebruik maken van woordtrap/ woordparaplu/ woordkast
Kinderen meer eigenaar maken van woordweb
Lidwoorden in woordweb in kleur!!
Klassenwoordenboek inzetten
Woorden integreren in hoeken/ verwerkt in handelingen
Welke routines zijn verplicht??
Woorden passende bij de ontwikkeling
Woordkaartjes niet verplicht/ mag




Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies