Les 4: Organellen versie2 (ABS)

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 41 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Mededeling over lesstoffen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thema 1 Inleiding in de biologie
1.4 Organellen (celorganellen)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom extra inzet voor 1.4 en 1.5?
Veel begrippen en vrij abstract hoofdstuk


- herkennen en beschrijven van celorganellen (veel begrippen)
- snappen wat eiwitten zijn en hoe eiwitsynthese gaat
-  en dan gaan we kort specifiek in cytoskelet en bouw van celmembraan

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
- Je kunt een cel beschrijven als zelfstandig functionerende biologische eenheid (R)

- Je kunt eiwitsynthese uitleggen en daarbij de betrokken cel organellen noemen (T)
 
- Je kunt de bouw en functie van het cytoskelet en het celmembraan beschrijven (T)



Slide 6 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Lees 1.4 blz 35 t/m 45. Wie heeft gelezen?
   Ja


                                Nee 

Slide 7 - Tekstslide

Niet gelezen? dan graag in deze les lezen en maken opgaven 57 t/m 62.
Veel begrippen
      Begrip
Waar in de cel ligt het?
Wat is de functie?
chromosomen
erfelijke eigenschappen
kern
kernporie
ribosomen
endoplasmatisch reticulum
golgisysteem
exocytose
endocytose
lysosomen
enzymen
mitochondriën
cytoskelet
ATP (adenosinetrifosfaat)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veel begrippen
      Begrip
Waar in de cel ligt het?
Wat is de functie?
chromosomen
In de kern. bestaan uit eiwit moleculen met DNA moleculen eromheen gewikkeld
bevat erfelijke eigenschappen. 
erfelijke eigenschappen
In de kern
bevat informatie over de bouw van eiwitten
kern
NVT
bevat chromosomen
kernporie
op de kernmembraan
transport van stoffen tussen kern en cytoplamse
ribosomen
cytoplasma. kleine bolvormige organennellen. In het ER maar ook los in de cytoplasma
maken van eiwitten uit erfelijk info
endoplasmatisch reticulum (ER)
cytoplasma
verpakken van eiwitten --> golgisysteem
golgisysteem
cytoplasma
vouwt de eiwit in definitieve vorm
exocytose
gebeurt cytoplasma en buitenomgeving van de cel
blaasje met stof versmelt met de celmembraan: eiwit inhoud van de blaasje komt zo naar buiten
endocytose
gebeurt cytoplasma en buitenomgeving van de cel
cel neemt stoffen op van buitenaf
lysosomen
enzymen
mitochondriën
cytoskelet

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veel begrippen
      Begrip
Waar in de cel ligt het?
Wat is de functie?
lysosomen
cytoplasma. blaasjes die in de cel blijven
breken stoffen af
enzymen
kunnen overal zijn. binnen en buiten de cel
zijn soort eiwitten die reacties versnellen. Afbreken of omzetten
mitochondriën
in de cytoplasma
Levert energie door omzetting ATP in ADP + P
cytoskelet
Eiwitvezels, vaak in de cytoplasma
geeft vorm aan de cel
ATP
molecuul vooral in de mitochondrien
geeft energie af als afgebroken in de mitochondrien

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk celorganel herken je?
1) Bekijk BiNas 79 B en C. Is dit een plantaardig cel of dierlijk cel?
                    waardoor herken je het?

2) Welke nummers herken op de 
afbeelding hiernaast herken je? schrijf 
op in je schrijft

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BiNas
Voor vorige les: allemaal celorganellen
79 B plantaardige cel
79 C dierlijke cel.

Voor deze les
79D figuur rechtsonder
Eiwitsynthese.  werkvorm en uitlegt komt zo.



Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je eet patat en je spijsvertering gaat aan
Voorbeeld Zetmeelvertering of suikerziekte (diabetes 1)?

Wat gebeuren er op:

organisme niveau?

orgaan niveau?

weefsel niveau?

cel niveau? 

Molecuul niveau?

Slide 13 - Tekstslide

Bij diabetes 1: insuline zorgt ervoor dat bloedglucose daalt. glucose wordt omgezet in glycogeen in de spieren. Bij diabetes 1 is aanmaak insuline eiwit lukt niet meer of wordt onvoldoende aangemaakt.

Bij zetmeelvertering wordt de grote molecuul zetmeel afgebroken door de enzym amylase. Enzymen zijn soort eiwitten.
Waarom zoveel organellen?
Een cel moet allerlei taken tegelijk uitvoeren (stoffen maken, afvoeren, energie opwekken, vorm behouden, erfelijke info beschermen).  
Taakverdeling nodig, net als afdelingen in een bedrijf.
Een belangrijk proces in een cel is EIWITSYNTHESE.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf de namen van 1,2 en 3 op je wisbord.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
- Je kunt een cel beschrijven als zelfstandig functionerende biologische eenheid (R)
(je moet de celorganellen kunnen benoemen samen met hun kenmerken en functies)
- Je kunt eiwitsynthese uitleggen en daarbij de de betrokken cel organellen noemen (T) 
- Je kunt de bouw en functie van het cytoskelet en het celmembraan beschrijven (T)



Slide 16 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Voorbeelden waarbij eiwit synthese nodig is
Insuline — hormoon, komt terug bij hormoonstelsel/diabetes
Hemoglobine — zit in rode bloedcellen, vervoert zuurstof (bloed/transport)
Antistoffen (antilichamen) — bij het immuunsysteem
Enzymen in het algemeen, bijv. amylase (spijsvertering, speeksel) en pepsine (maag)
Keratine — bouwt haar en nagels op 
Collageen — bindweefsel, huid, pezen (soms bekend van cosmetica-reclames)
Actine en myosine — spiereiwitten, als spierweefsel al behandeld is
Cytoskelet - netwerk van eiwit vezels 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht eiwitsynthese
Voor je ligt een werkvel. 
Opdracht 1. knip eerst de celorganellen en plak deze op de juiste volgorde in de cel.
Opdracht 2. Zet de eiwitsynthese stappen in de juiste volgorde door ze te nummeren
Opdracht 3. Koppel de uitspraken in opdracht 2 met de stappen in de afbeelding
Klaar? begin dan aan de vragen in opdracht 4.
timer
5:00

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

uitwerking opdracht 1 en 2
Stap …5A.. sommige eiwitten worden door lysosomen afgebroken dor enzymen
Stap …3.. endosomen met het eiwit gaan zich verplaatsen
Stap …1.. De kern bevat de erfelijke informatie, het recept voor het eiwit. Dit recept wordt uitgelezen en de kernmembraan uitgestuurd
Stap …4.. Het golgisysteem vouwt de eiwitten in haar definitieve vorm en scheidt deze af
Stap …2.. De ribosomen maken het eiwit. Dit is nog niet de definitieve vorm van het eiwit.
Stap …5B.. het eiwit in haar definitieve vorm wordt de cel uitgescheiden. Exocytose 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

exocytose
Gaat met blaasjes via het celmembraan.

Blaasje met eiwit verlaat het golgi-systeem en versmelt met de celmembraan.


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
- Je kunt een cel beschrijven als zelfstandig functionerende biologische eenheid (R)

- Je kunt eiwitsynthese uitleggen en daarbij de de betrokken cel organellen noemen (T)

- Je kunt de bouw en functie van het cytoskelet en het celmembraan beschrijven (T)



Slide 21 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
membraaneiwitten 
 BiNas 67G3 laat een molecuulsturtuur zien van een celmembraan. Zie je die in de afbeelding terug?

Bespreek met je buurman/buurvrouw. Waar mag die paarse eiwit hydrofoob zijn en waar hydrofiel?




Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Cytoskelet: netwerk van eiwitvezels die de cel haar vorm geeft

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk EERST de opgaven 57 t/m 74 in je boek (blz 38, 43-45)
Lees de opgaven door en bedenk wat je moet weten om die vragen te beantwoorden.
Schrijf op en benoem aan de docent wat je nog niet weet
timer
3:00

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen samen nakijken nakijken

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Hebben we de leerdoelen bereikt?
- Je kunt een cel beschrijven als zelfstandig functionerende biologische eenheid (R)

- Je kunt eiwitsynthese uitleggen en daarbij de de betrokken cel organellen noemen (T)

- Je kunt de bouw en functie van het cytoskelet en het celmembraan beschrijven (T)



Slide 27 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Afsluiting en huiswerk
Maak nu de opgaven 57 t/m 66 (kennisvragen).
+ inzichtvragen 67, 69, 70, 73 en 74
Lees 1.5 blz 47 t/m 56 aandachtig door


Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zo'n membraaneiwit dient ook voor eiwittransport. Maar dan gecontroleerd.
Wat kan je bedenken

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Celorganellen
  • Celkern
  • Ribosomen
  • Endoplasmatisch reticulum
  • Golgisysteem
  • Lysosoom
  • mitochondrien (hier niet afgebeeld)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definities en functies (celkern)
Celkern
Omgeven door een kernmembraan. Er bevindt zich kernplasma waarin chromosomen in zitten. Deze bestaan uit DNA moleculen. Het DNA bevat informatie over de bouw van eiwitten.
Eiwitten bepalen de erfelijke eigenschappen van een organisme (bouw van eicel, kleur ogen en bloedgroep)

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definities en functies (ribosomen)
Ribosomen
Zijn kleine bolvormige organellen die eiwitten maken met behulp informatie in de DNA. Ribosomen maken eiwitten samen met andere organellen --> eiwitsynthese.
Ribosomen zitten op het ruwe endoplasmatisch reticulum (5) en cytoplasma. zie donkere bolletjes. 



Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definities en functies ER (ruw en glad)
Endoplasmatisch reticulum (ruw en glad).
Ruw endoplasmatisch reticulum (RER) bevat ribosomen.
De RER heeft ook een transportfunctie, namelijk eiwitten vervoeren naar het golgisysteem.


Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definities en functies ER (ruw en glad)
Het glad endoplasmatisch reticulum (GER) bevat geen ribosomen. GER speelt een rol bij de stofwisseling van de cel, zoals productie van vetten en afbreken van gifstoffen.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definities en functies Golgisysteem
Golgisysteem gaat de 3D gevormde eiwit afmaken. Het eiwit krijgt haar definitieve vorm. 
Daarna wordt het eiwit verder afgesnoerd in een blaasje


Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definities en functies Lysosomen
Lysosomen in de cytoplasma bevatten enzymen die stoffen (en ook eiwitten) afbreken. Dit is een sooret verteringsmechanisme in de cel


Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definities en functies mitochondriën

Mitochondriën zijn energiecentrales in de celcytoplasma. Zij maken enerrgie van ATP, een energierijke molecuul.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cytoskelet
BiNAs pagina's 67G3

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

           Begrippen
           uit deze les
  • kernplasma, chromosomen, nucleolus, kernporie, endoplasmatisch reticulum, ribosomen, golgisysteem, exocytose, secretie, lysosoom, mitochondriën, ATP (adenosinetrifosfaat), cytoskelet, motoreiwitten, microtubili, Microfilamenten, fosfolipiden, hydrofiel, hydrofoob, cholesterol

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies