PKPD antibiotica_CT Infectieziekten_AIOS Ziekenhuisfarmacie

PKPD van antibiotica


Welk doseerregime en spiegel wanneer en waarom?


Reinier van Hest

10 februari 2026

1 / 70
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeneeskundeWOStudiejaar 6

In deze les zitten 70 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

PKPD van antibiotica


Welk doseerregime en spiegel wanneer en waarom?


Reinier van Hest

10 februari 2026

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

PKPD vancomycine: effectiviteit
Targets:
  • AUC0-24 / MIC > 400 (=AUC0-24 > 400 bij MIC van 1 mg/l of kleiner)
  • Cmin als surrogaat voor AUC0-24: 10 - 20 mg/l

Slide 3 - Tekstslide

Poll: welk vancomcyine TDM target wordt in jouw opleidingsinstelling toegepast?

Slide 4 - Open vraag

PKPD vancomycine: effectiviteit
Targets:
  • AUC0-24 / MIC > 400 (= AUC0-24 van 400 bij MIC van 1 mg/l of kleiner)
  • Voorheen: Cmin als surrogaat voor AUC0-24: 10 - 20 mg/l
  • Tegenwoordig: berekenen AUC0-24 mbv 1 (Cmin) of 2 (Cmin+Cmax) monsters en Bayesiaans schatten of 1e orde PK formules
NVZA TDM monografie vancomycine 2021

Slide 5 - Tekstslide

PKPD vancomycine: effectiviteit
Targets (Rybak M. et al AmJHealthSystPharm2020):
  • AUC0-24 / MIC > 400 
  • Berekenen AUC0-24 mbv 1 (Cmin) of 2 (Cmin+Cmax) monsters en Bayesiaans schatten of 1e orde PK formules
  • Monster(s) af te nemen binnen 48 h na start; na 1e gift bij eGFR<50 ml/min
  • Target vooral gebaseerd op evidence mbt MRSA, evidence voor CNS en enterococcen beperkt
Katip et al. BrJClinPharmacol2025;91:1250; 
Harwood et al. PharmacolResPers 2025;13:e70180; NVZA TDM monografie vancomycine 2021

Slide 6 - Tekstslide

Een patiënt (m, 67 j, 73 kg, eGFR 90) met sepsis eci hijft een bacteremie met Staph. epidermidis. MIC is 2 mg/l.
Stelling: de dosis moet verhoogd worden richting een AUC van 800, bv dmv 17.5 mg/kg 4dd; risico op nefrotoxiciteit is er pas bij AUC’s groter dan 800
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

PKPD vancomycine: toxiciteit
  • Evidence grens mbt nefrotoxiciteit:
    Cmin: >15 mg/L1 a 20 mg/L2
    AUC0-24: >600 a 800 mg*h/L3,4
    Css: >30 mg/L5
  • IDSA, ASHP, NVZA richtlijnen: AUC0-24/MIC target: 400-6006,7
1. AAC2013 2. AmJHealthSystPharm2009 3. AAC2014 4. CID2020 5. AnnIntensiveCare2011 6. AmJHealthSystPharm2020 7. TDM-monografie.org/vancomycine

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Wat is in jouw instelling de huidige praktijk tav TDM van vancomycine qua te verzamelen spiegels en interpretatie daarvan?
A
Bayesiaans schatten AUC obv 1 (Cmin) of 2 spiegels (ook Cmax)
B
Schatten AUC obv 2 spiegels (Cmin+Cmax) en 1e orde PK formules
C
Interpretatie spiegel onder continu infuus (zonder PK model)
D
Interpretatie dalspiegel (zonder PK model)

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Conclusie meta-analyse(s)
  • "Compared to Cmin doing strategies, AUC0-24 guided dosing strategies is associated with a reduced incidence of AKI (...). The certainty remains low due to low quality of included studies"
  • Veel geïncludeerde studies gebruiken Cmin target 15-20 mg/L. Zou een Cmin target 10-15 mg/L een redelijk alternatief zijn voor AUC guided dosing?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Patiënt (v, 63 j, 79 kg, eGFR 86) moet naar huis met iv vancomycine. Dosis was op 3dd 1250 mg en wordt omgezet naar continue toediening van 3750 mg/24 h. De spiegel blijkt, 24 uur na omzetten, 24 mg/l.
Stelling: Dit is een adequate therapie voor deze patiënt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

PKPD Vancomycine: intermitterend vs continu
  • Target bij continu iv: Css= 17 - 25 mg/l
    Css = AUC0-24 / dosisinterval -> 400 / 24 =17 mg/l                    
                                                                        -> 600 / 24 = 25 mg/l

Slide 18 - Tekstslide

PKPD Vancomycine: intermitterend vs continu
  • Target bij continu iv: Css= 17 - 25 mg/l
    Css = AUC0-24 / dosisinterval -> 400 / 24 =17 mg/l
  • Geen verschil in effectiviteit (continu mogelijk minder nefrotoxisch)
  • Voordelen continu iv:
    - target wordt eerder bereikt
    - makkelijker voor thuistoediening
    - makkelijker voor TDM (81% van de Cmin bij intermitterend is >1 h voor een nieuwe gift afgenomen, 61% >2 h [Neely AAC2014])

Slide 19 - Tekstslide

Patiënt (m, 68 j, 73 kg, eGFR 41) start met iv vancomycine: 20 mg/kg/dag continu iv. De oplaaddosis is men vergeten. De dag na start is de spiegel 14.9 mg/L.
Wat wordt je doseringsadvies?
A
Dosering verlagen naar 15 mg/kg/dag
B
Dosering van 20 mg/kg/dag handhaven
C
Dosis verhogen naar 25 mg/kg/dag
D
Dosis verhogen naar 30 mg/kg/dag

Slide 20 - Quizvraag

Patiënt (m, 68 j, 73 kg, eGFR 41) start met iv vancomycine: 20 mg/kg/dag continu iv. De oplaaddosis is men vergeten.
Hoe is de Css en tijd tot Css (Tcss) anders dan bij goede nierfunctie?

Slide 21 - Open vraag

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Continue infusie vancomycine
Gebruik bij continue infusie het target Css= 17 - 25 mg/l ALLEEN als je zeker weet dat er steady-state is

Slide 24 - Tekstslide

Een volwassen patiënt wordt al 2 dagen ivm een luchtweginfectie behandeld met ceftazidim 2 gram 3dd. Sputumkweek positief voor Pseudomonas aeruginosa, gevoelig voor ceftazidim. De patiënt houdt koorts en leukocytose. Hij heeft een eGFR van 140 ml/min. Wat doe je?
A
Niets, het effect kan nog komen
B
Dosering verhogen naar 3 gram 3dd
C
Dosering aanpassen naar 6 gram continu iv
D
Adviseren te switchen naar meropenem

Slide 25 - Quizvraag

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Een volwassen patiënt wordt al 2 dagen ivm een luchtweginfectie behandeld met ceftazidim 2 gram 3dd. Sputumkweek positief voor Pseudomonas aeruginosa, gevoelig voor ceftazidim. De patiënt houdt koorts en leukocytose. eGFR = 140 ml/min. Hoe verandert Cmax, Cmin, AUC0-24 en T>MIC tov normale eGFR?

Slide 28 - Open vraag

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Dezelfde patiënt wordt nu al 3 dagen behandeld met ceftazidim 2 gram 3dd ivm een Pseudomonas aeruginosa pneumonie, gevoelig voor ceftazidim. De patiënt houdt koorts en leukocytose. De eGFR is genormaliseerd, maar de patiënt is nu sterk overvuld (sterk positieve vochtbalans). Er wordt geswitched naar continu iv. Wat wordt de dosering?
A
12 gram/dag
B
9 gram/dag
C
6 gram/dag
D
3 gram/dag

Slide 34 - Quizvraag

Dezelfde patiënt wordt nu al 3 dagen behandeld met ceftazidim 2 gram 3dd ivm een Pseudomonas aeruginosa pneumonie, gevoelig voor ceftazidim. De patiënt houdt koorts en leukocytose. De eGFR is genormaliseerd, maar de patiënt is nu sterk overvuld (sterk positieve vochtbalans). Er wordt geswitched naar continu iv. Hoe beïnvloedt de positieve vochtbalans de Css?
A
Neemt af
B
Neemt toe
C
Blijft gelijk

Slide 35 - Quizvraag

Dezelfde patiënt wordt nu al 3 dagen behandeld met ceftazidim 2 gram 3dd ivm een Pseudomonas aeruginosa pneumonie, gevoelig voor ceftazidim. De patiënt houdt koorts en leukocytose. De eGFR is genormaliseerd, maar de patiënt is nu sterk overvuld (sterk positieve vochtbalans). Er wordt geswitched naar continu iv. Wat verandert er wel?
A
De CL waardoor eerder op steady-state
B
De CL waardoor later op steady-state
C
De t1/2 waardoor eerder op steady-state
D
De t1/2 waardoor later op steady-state

Slide 36 - Quizvraag

Slide 37 - Tekstslide

Dezelfde patiënt wordt nu al 3 dagen behandeld met ceftazidim 2 gram 3dd ivm een Pseudomonas aeruginosa pneumonie, gevoelig voor ceftazidim. De patiënt houdt koorts en leukocytose. De eGFR is genormaliseerd, maar de patiënt is nu sterk overvuld (sterk positieve vochtbalans). Er wordt geswitched naar continu iv. Wat wordt de dosering?
A
9 gram/dag
B
2 gram oplaad + 9 gram/dag
C
6 gram/dag
D
1 gram oplaad + 6 gram/dag

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Tekstslide

Patiënt (v, 53 j, 80 kg, eGFR 73) krijgt 6dd 1 gram flucloxacilline ivm Staph aureus bacteremie. Patiënt heeft ook hartfalen en blijkt na een week flink overvuld. Nierfunctie is onveranderd.
Stelling: gezien de overvulling moet een dosisverhoging overwogen worden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 40 - Quizvraag

Patiënt (v, 53 j, 80 kg, eGFR 73) krijgt 6dd 1 gram flucloxacilline ivm Staph aureus bacteremie. Patiënt heeft ook hartfalen en blijkt na een week flink overvuld. Nierfunctie is onveranderd.
Stelling: gezien de overvulling moet een dosisverhoging overwogen worden -> ofte wel: hoe veranderen Cmax, Cmin, AUC0-24 en T>MIC?

Slide 41 - Open vraag

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Een patiënt start ivm verdenking sepsis (focus CVC) met ceftriaxon en gentamicine. Vochtbalans is sterk positief, kreatinine is in 24 h gestegen is van 82 naar 160 micromol/l. Wat betekent dit voor je doseringsadvies van gentamicine?
A
Dosis 5 ipv 7 mg/kg, interval verlengen
B
Dosis 7 mg/kg, interval verlengen
C
Dosis 5 ipv 7 mg/kg, interval 24 h
D
Dosis 7 mg/kg, interval 24 h

Slide 44 - Quizvraag

Slide 45 - Tekstslide

PKPD aminoglycosiden: effectiviteit
  • Meer "killing" in vitro bij hogere concentraties 
  • MIC van Gram negatieven voor genta/tobra: 0.1-2 mg/L
  • Target Cmax/MIC = 8-10, maar ook AUC0-24 > 80
  • Target Cmax = 15-20 mg/L of AUC0-24 > 80
  • Dosering gentamicine min 5 mg/kg 1dd tot max 7 mg/kg 1dd
Moore RD et al. J Infect Dis 1987;155:93; Moore RD et al. Am J Med 1984;4:657; Smith A et a. Lancet 2005;365:573, NVZA TDM monografie gentamicine 2025

Slide 46 - Tekstslide

Een patiënt start ivm verdenking sepsis (focus CVC) met ceftriaxon en gentamicine. Vochtbalans is sterk positief en het kreatinine is in 24 h gestegen van 82 naar 160 micromol/l. Arts wil starten met 7 mg/kg elke 24 h. Hoe veranderen Cmax, Cmin en AUC0-24 als gevolg van de positieve vochtbalans en het gestegen kreatinine?

Slide 47 - Open vraag

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Tekstslide

Slide 52 - Tekstslide

Vragen?

Slide 53 - Tekstslide

Slide 54 - Tekstslide

Een patiënt (m, 67 j, 73 kg, eGFR 90) moet ivm sepsis eci starten met vancomycine. Welke doseringsregime adviseer je?
A
2dd 1000 mg
B
3dd 1000 mg
C
Oplaad 30 mg/kg, daarna 2dd 17.5 mg/kg
D
Oplaad 20 mg/kg, daarna 35 mg/kg/24 h

Slide 55 - Quizvraag

Wat is jullie huidige praktijk: wie heeft wel eens een spiegel voor een beta-lactam laten bepalen?
A
Nooit
B
Alleen in IC-patiënten
C
Alleen in geselecteerde casus
D
Iets anders

Slide 56 - Quizvraag

Slide 57 - Tekstslide

Slide 58 - Tekstslide

Issues mbt TDM van beta-lactams tbv effectiviteit
  • Welk T>MIC target te gebruiken: 50% or 100%; 1xMIC or 4xMIC? 
       (hangt oa af van target populatie)
  • Meten van de totale of de ongebonden concentratie? fT>MIC
  • Welk monster te verzamelen?  
        Cmid bij target 50%(f)T>(4x)MIC
        Cmin bij 100%(f)T>(4x)MIC
        Css bij continue infusie
        Model based TDM?

Slide 59 - Tekstslide

Slide 60 - Tekstslide

Slide 61 - Tekstslide

Slide 62 - Tekstslide

Slide 63 - Tekstslide

Slide 64 - Tekstslide

Wat is jullie huidige praktijk tav het meten van spiegels om effectiviteit van gentamicine of tobramycine te monitoren?
A
Alle patiënten Cmax meting
B
Alleen geselecteerde casus Cmax bepaling
C
Alleen geselecteerde casus AUC bepaling
D
Geen spiegels tbv effect / iets anders

Slide 65 - Quizvraag

Slide 66 - Tekstslide

Slide 67 - Tekstslide

Slide 68 - Tekstslide

Slide 69 - Tekstslide

Slide 70 - Tekstslide