8.3 + 8.4 - Hoe boekt een land vooruitgang + Hoe dragen we ons steentje bij?

Ontwikkelingslanden
Inkomen per hoofd van bevolking
Ontwikkelingslanden hebben een laag inkomen per hoofd van de bevolking

Inkomen per hoofd van de bevolking = nationaal inkomen : aantal inwoners.
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Ontwikkelingslanden
Inkomen per hoofd van bevolking
Ontwikkelingslanden hebben een laag inkomen per hoofd van de bevolking

Inkomen per hoofd van de bevolking = nationaal inkomen : aantal inwoners.

Slide 1 - Tekstslide

Soorten ontwikkelingshulp
Bilaterale hulp = Hulp die rechtstreeks tussen twee landen gaat 
  • Bijvoorbeeld Nederland geeft geld aan Ghana om het onderwijs te verbeteren.
Gebonden hulp = Hulp waaraan voorwaarden zijn verbonden
  • Bijvoorbeeld dat het in Nederland moet worden aangeschaft bij een bedrijf.
Ongebonden hulp = Is hulp zonder voorwaarden
  • Nederland geeft een miljoen aan de VN tegen armoede. 



Slide 2 - Tekstslide

Paragraaf 8.2
Startopdracht:  Boek open op bladzijde 239

Slide 3 - Tekstslide

Ontwikkelingslanden
Kenmerken
  • Laag inkomen per hoofd van de bevolking
  • Ongelijke inkomensverdeling
  • Economisch erg afhankelijk van 1 sector (vaak agrarische)
  • Veel werkloosheid
  • Ondervoeding
  • Snelle bevolkingsgroei
  • Analfabetisme

Slide 4 - Tekstslide

Ontwikkelingslanden
monocultuur
  • Ontwikkelingslanden zijn vaak afhankelijk van maar één of enkele landbouwproducten.
  • Koffiebonen zijn minder waard dan koffie die klaar is voor consumptie. --> lage toegevoegde waarde --> lage exportinkomsten

Slide 5 - Tekstslide

Oorzaken onderontwikkeling
  • Een gebrek aan goed onderwijs.
  • Slechte infrastructuur.
  • De protectiemaatregelen die rijke westerse landen nemen.
  • De conflicten tussen bevolkingsgroepen in sommige ontwikkelingslanden
  • Het feit dat sommige ontwikkelingslanden een corrupte regering hebben.
  • Natuurrampen

Slide 6 - Tekstslide

Ruilvoet
Verhouding tussen de prijs van exportproducten en de prijs van importproducten


 

Bij ontwikkelingslanden is ruilvoet vaak slecht --> exportproduct goedkoop, import product duur.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Paragraaf 8.2
Maken opgave 1 t/m 10
Blz. 238 t/m 241

Slide 10 - Tekstslide

Paragraaf 8.3
Boek, schrift, pen  en rekenmachine op tafel

Slide 11 - Tekstslide

Programma
  • herhaling paragraaf 2 
  • Uitleg paragraaf 8.3
  • opgaven maken 
  • bespreken opgaven

Slide 12 - Tekstslide

Paragraaf 2
KENMERKEN ONTWIKKELINGSLAND
  • werkloosheid
  • ondervoeding
  • snelle bevolkingsgroei
  • analfabetisme
  • weinig technische ontwikkeling
  • monocultuur

Slide 13 - Tekstslide

oorzaken:
  • slecht onderwijs
  • slechte infrastructuur
  • te snelle bevolkingsgroei
  • schulden
  • protectiemaatregelen van rijke landen
  • natuurrampen
  • corrupte regeringen


Slide 14 - Tekstslide

Wat moet ik kennen en kunnen?
  • Verschillende vormen van ontwikkelingshulp kunnen benoemen en voorbeelden kunnen noemen. 
  • Uit kunnen leggen hoe een buffervoorraad werkt.
  • Weten wat een microkrediet is en hoe dit werkt.
  • Weten wat Fairtrade is en hoe dit werkt.
  • Weten wat NL doet aan ontwikkelingshulp.

Slide 15 - Tekstslide

Soorten ontwikkelingshulp
Noodhulp = hulp die gericht is op het verlenen van basisbehoeften 
  • Vaak n.a.v. oorlogen, natuurrampen.
  • Voorbeeld: Eten, drinken, medicijnen, tenten en kleding

Structurele hulp = hulp om de oorzaken van armoede te bestrijden.
  • Voorbeeld: Scholing, gezondheidszorg, infrastructuur, werk


Slide 16 - Tekstslide

Buffervoorraad/ grondstoffenfonds
  • Wereldmarktprijs = een prijs voor grondstoffen die over de hele wereld hetzelfde is. Bv. Voor koffie, suiker, olie en katoen.
  • Van sommige producten (koffie bijvoorbeeld) wordt er meer gemaakt dan dat er verkocht wordt
  • Er is dus meer aanbod dan vraag en dus krijgt de boer een lage prijs voor zijn producten.



Slide 17 - Tekstslide

Buffervoorraad/ grondstoffenfonds
Als de prijs te laag wordt kunnen alle koffieboeren samen een buffervoorraad aan leggen.

  • Een deel van de productie wordt dan opgeslagen --> 
  • Minder aanbod op de wereldmarkt -->
  • De prijs van koffie gaat weer stijgen


Slide 18 - Tekstslide

Buffervoorraad/ grondstoffenfonds
Wat gebeurt er met de opgeslagen koffie?
  • Als er een keer een slechte oogst is geweest, kan dit deel op de markt worden gebracht
  • Doel buffervoorraad = zorgen voor stabiele prijzen voor boeren



Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Wat doet NL aan ontwikkelingshulp?
  • De Nederlandse overheid stelt jaarlijks een bedrag beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking.
  • Daarnaast wordt er jaarlijks geld gereserveerd voor noodhulp aan slachtoffers van oorlogsgeweld en natuurrampen.



Slide 22 - Tekstslide

Aan het werk!

Maak de opgaven van paragraaf 8.3

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Wat moet ik kennen en kunnen?
  • Verschillende vormen van ontwikkelingshulp kunnen benoemen en voorbeelden kunnen noemen. 
  • Uit kunnen leggen hoe een buffervoorraad werkt.
  • Weten wat een microkrediet is en hoe dit werkt.
  • Weten wat Fairtrade is en hoe dit werkt.
  • Weten wat NL doet aan ontwikkelingshulp.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Slide 27 - Video

Wat doet NL aan ontwikkelingshulp?
  • De doelstelling van de Verenigde Naties (VN) is dat landen ten minste 0,7% van hun nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking besteden.
  • De overheid geeft subsidies aan Nederlandse bedrijven die in ontwikkelingslanden investeren in fabrieken of andere bedrijven.



Slide 28 - Tekstslide