Quiz-NT2

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 1,5

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan?
In één zin!

Slide 2 - Open vraag

Welke zin is helemaal goed?


A
Ik heb heel hard geniesd.
B
Ik ben gisteren verhuist.
C
Ik heb een verhaal vertelt.
D
Ik heb ziek geweest.

Slide 3 - Quizvraag

Wat past in de zin?
Ik heb deze week .............. gelezen.
A
de mooie boek
B
het mooi boek
C
een mooie boek
D
een mooi boek

Slide 4 - Quizvraag

Hoe noem je een ander woord met (bijna) dezelfde betekenis?

A
gezegde
B
synoniem
C
alinea
D
afbeelding

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van twee synoniemen?
A
groot en groter
B
viool en trompet
C
stuk en kapot
D
dag en nacht

Slide 6 - Quizvraag

Welk woord is GOED geschreven?
A
interresant
B
portomonnee
C
encyclopedie
D
explozie

Slide 7 - Quizvraag

Welk woord is FOUT geschreven?
A
pyjama
B
interessant
C
agressief
D
burgermeester

Slide 8 - Quizvraag


Wat betekent overdreven?


A
Te weinig. Minder dan nodig is.
B
Te veel of te erg. Meer dan nodig is.
C
Iets dat op het water blijft drijven.
D
Heel voorzichtig en precies.

Slide 9 - Quizvraag


Wat betekent belemmeren?
A
verhinderen
B
zeuren
C
remmen
D
jaloers zijn

Slide 10 - Quizvraag


Morgen ... (presenteren) Remco de resultaten van zijn onderzoek


A
presenteert
B
presenteerd
C
presenteerdt
D
presenteer

Slide 11 - Quizvraag


(worden) ... je vader boos als je een onvoldoende haalt?



A
word
B
wordt

Slide 12 - Quizvraag


(beantwoorden)...je die vraag wel goed?
A
Beantwoort
B
beantwoor
C
beantwoord
D
beantwoordt

Slide 13 - Quizvraag


Zo trots als een ....
A
hond
B
kat
C
pauw
D
kip

Slide 14 - Quizvraag


Naast zijn ........ lopen
A
laarzen
B
schoenen
C
sloffen
D
fiets

Slide 15 - Quizvraag


Wat betekent 'Aan de slag gaan'

A
linksaf slaan
B
een andere richting nemen
C
het werk afmaken
D
met het werk beginnen

Slide 16 - Quizvraag

Die vrouw komt niet in
aanmerking ....... hulp
A
van
B
voor
C
om
D
over

Slide 17 - Quizvraag


Heb jij interesse ...... die nieuwe fiets?
A
voor
B
op
C
aan
D
in

Slide 18 - Quizvraag


Hij moest erg lachen .... die grappige filmpjes
A
over
B
met
C
om
D
tegen

Slide 19 - Quizvraag


Wat is fout?
A
de paard
B
de fles
C
de ring
D
de kast

Slide 20 - Quizvraag


Wat is fout?
A
het glas
B
het pak
C
het konijn
D
het vogel

Slide 21 - Quizvraag


Wat is fout?
A
het programma
B
het dier
C
het afspraak
D
het bureau

Slide 22 - Quizvraag


wat is fout?
A
programma's
B
televisie's
C
winkels
D
mango's

Slide 23 - Quizvraag


wat is fout?
A
dagen
B
weken
C
maanden
D
jaaren

Slide 24 - Quizvraag


wat is fout?
A
cadeaus
B
douches
C
theoriën
D
sauzen

Slide 25 - Quizvraag

Dit gebruik je om het eten lekker te maken


A
Raspen
B
Kruiden
C
Deegroller
D
Kookboek

Slide 26 - Quizvraag

Een broek om in te zwemmen is een...

Slide 27 - Open vraag

Welk woord zoeken we?

tomaat-bloemkool-boontjes
A
Fruit
B
Siroop
C
Groente
D
Uit eten

Slide 28 - Quizvraag

Welk woord zoeken we?

bord-beker-kommetje
A
Servies
B
Bestek
C
Afwassen
D
Proeven

Slide 29 - Quizvraag

Welk woord zoeken we?
Hiermee kan je je fietsband oppompen

Slide 30 - Open vraag

Welk woord is FOUT geschreven?
A
Kookboek
B
Eettafel
C
Leeslamp
D
Werkschift

Slide 31 - Quizvraag

Maak van de zin een vraagzin:

Bart doet poeslief.

Slide 32 - Open vraag

Maak de rij af:

lief-liever-.......
A
liefst
B
liefste
C
lieverst

Slide 33 - Quizvraag

De prinses woont in een?
A
villa
B
paleis
C
grot
D
huis

Slide 34 - Quizvraag

Welk woord zoeken we?

Het goud zit in de .....?
A
kluis
B
bank
C
schatkist
D
school

Slide 35 - Quizvraag

Welk woord is FOUT geschreven?
A
spijt
B
allebei
C
klijn
D
meisje

Slide 36 - Quizvraag

Welk woord zoeken we?
Het schip ging heen en weer, ik word daardoor......?
A
heimwee
B
kanaal
C
drijfnat
D
zeeziek

Slide 37 - Quizvraag

Wat vind je nog moeilijk?

Slide 38 - Woordweb