TaalCompleet Thema 1 Verhuizen - 1.3

TaalCompleet Thema 1 Verhuizen - les 1.3 en 1.4

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsISK

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

TaalCompleet Thema 1 Verhuizen - les 1.3 en 1.4

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?

Les 1: Nederlands

Dictee woordenschat

TaalCompleet 1.3: Dit is, dat is, dit zijn en dat zijn

TaalCompleet 1.4: Tekst lezen 'Huiswerk maken'


Les 2: Mentoruur

Loopbaanoriëntatie- en begeleiding les 1

Ontwikkelplan invullen


Deze slide heeft geen instructies

Na deze les:


  • kan ik iemand voorstellen met dit is, dat is, dit zijn en dat zijn.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe stel je iemand voor?

Voorstellen: iets of iemand laten zien of noemen

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je dit?


Dit gebruik je voor iets of iemand dichtbij.


Voorbeelden:

  • Dit is onze zoon.

  • Dit is mijn tas.

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je dat?


Dat gebruik je voor iets of iemand verder weg.


Voorbeelden:

  • Dat is onze zoon.

  • Dat is mijn fiets.

Deze slide heeft geen instructies

Dit en dat: het verschil

Kijk eerst naar de afstand.


  • dit = dichtbij

  • dat = ver weg


Je gebruikt dit en dat bij enkelvoud en bij meervoud.





Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Enkelvoud: is

Bij één persoon of één ding gebruik je is.

  • Dit is Samira.

  • Dat is mijn boek.

Noem expliciet de term enkelvoud, maar ondersteun steeds met concrete voorbeelden.

Meervoud: zijn


Als iets dichtbij is en het is meervoud, dan gebruik je:

Dit zijn leerlingen uit mijn klas.



Als iets ver weg is en het is meervoud, dan gebruik je:

Dat zijn mijn sleutels.


Verbind hier beide keuzes: dichtbij + meer dan één.

Aan de slag


Maak opdracht 22 en 23 op blz. 13 en 14.


Als je klaar bent, dan lees je tekst 26 op blz. 14 en de tips op blz. 15.




15

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk voor morgen

1.3 Boekopdrachten en computeropdracht



Deze slide heeft geen instructies