ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Examentraining
Erfelijkheid en kruisingen: zo pak je examenvragen aan
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Examentraining
Erfelijkheid en kruisingen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Eigen tekening
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan met een kruisingsschema en een stamboom de kans op een eigenschap bepalen.
Deze slide heeft geen instructies
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welk gen is dominant en wat is gegeven?
2. Schrijf: zet de genotypes van de ouders op papier.
3. Teken: maak het kruisingsschema of lees de stamboom.
4. Reken: tel de vakjes en geef de kans als breuk of procent.
Deze slide heeft geen instructies
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Vraagtype 1: chromosomen en geslacht
Een cel bestaat uit een celkern, chromosomen en genen.
Zoek in de vraag welke geslachtscellen samensmelten.
Een eicel heeft een X. Een zaadcel heeft een X of een Y.
Voorbeeld: X + X geeft een meisje, X + Y geeft een jongen.
Deze slide heeft geen instructies
Zet op volgorde, van groot naar klein
Cel, celkern, chromosoom, gen. Verwachte fout: het gen voor het chromosoom zetten.
Een zaadcel met een Y smelt samen met een eicel. Wat wordt het kind?
Een meisje, met chromosomen XX
Een jongen, met chromosomen XY
Een jongen, met chromosomen YY
Een meisje, met chromosomen XY
De eicel levert een X, de zaadcel een Y: XY is een jongen. Verwachte fout: denken dat de eicel een Y kan hebben.
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Vraagtype 2: kruisen en kans
Schrijf eerst de genotypes van de ouders op.
Schrijf dan de geslachtscellen van elke ouder op.
Vul het schema in: elk vakje is even waarschijnlijk.
Voorbeeld: Zz x Zz geeft ZZ, Zz, Zz en zz.
Deze slide heeft geen instructies
Kk x kk, K is dominant. Kans op kk, in %?
Kk geeft K en k, kk geeft alleen k. De nakomelingen zijn Kk, Kk, kk en kk: 2 van de 4 is kk, dus 50%. Verwachte fout: 25% antwoorden, uit gewoonte van Kk x Kk.
Kruising AA x Aa. Welk genotype past bij het vraagteken?
Aa
AA
aa
A
Boven staat A van de ouder AA, links staat a van de ouder Aa. Samen geeft dat Aa. Verwachte fout: AA kiezen, omdat in de rij erboven AA staat. Image credit: Eigen tekening
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Vraagtype 3: een stamboom lezen
Gekleurd is wel de aandoening, open is niet.
Bij een dominante aandoening heeft iedereen zonder de aandoening aa.
Kijk naar de kinderen van een persoon: wat hebben de kinderen gekregen?
Een kind zonder de aandoening heeft van elke ouder een a gekregen.
Deze slide heeft geen instructies
De aandoening is dominant. Welk genotype heeft persoon 4?
AA
Aa
aa
Dat is niet te zien
Persoon 4 heeft de aandoening niet. Bij een dominante aandoening kan dat alleen met aa. Verwachte fout: Aa kiezen, want dan zou persoon 4 de aandoening hebben. Image credit: Eigen tekening
De aandoening is dominant. Welk genotype heeft persoon 1?
AA
Aa
aa
Dat is niet te zien
Persoon 1 heeft de aandoening, dus minstens een A. Kind 4 is aa en kreeg dus een a van persoon 1. Zo is persoon 1 Aa. Verwachte fout: AA kiezen, omdat persoon 1 de aandoening heeft. Image credit: Eigen tekening
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Vraagtype 4: intermediair en onderzoek
Bij intermediaire erfelijkheid is geen gen dominant.
RW heeft dus een tussenvorm, zoals roze.
Genetisch advies past bij een kinderwens met een erfelijke aandoening in de familie.
Prenataal onderzoek gebeurt vóór de geboorte.
Deze slide heeft geen instructies
RW x RW (twee roze bloemen). Welke kleuren hebben de nakomelingen?
Alleen roze
Alleen rood en wit
Roze en wit
Rood, roze en wit
RW x RW geeft RR (rood), RW (roze), RW (roze) en WW (wit). Verwachte fout: alleen roze kiezen, omdat de ouders roze zijn.
Een stel met kinderwens heeft een erfelijke aandoening in de familie. Wat helpt?
Een vlokkentest doen voor de zwangerschap
Een echo laten maken voor de zwangerschap
Wachten tot het kind geboren is
Genetisch advies vragen bij een arts
Bij een kinderwens met een erfelijke aandoening in de familie past genetisch advies. Vlokkentest en echo zijn onderzoeken tijdens de zwangerschap. Verwachte fout: een van die onderzoeken kiezen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Chromosomen en geslacht
Kruisen en kans
Een stamboom lezen
Intermediair en onderzoek
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld op het bord.
ERFELIJKHEID · KRUISINGEN
Tips voor op het examen
Schrijf bij een kruising altijd eerst de genotypes van de ouders op.
Teken het schema: tel de vakjes die je zoekt en deel door vier.
Dominante aandoening: iedereen zonder de aandoening is aa. Recessieve aandoening: gezonde ouders met een kind met de aandoening zijn Aa.
Een zaadcel bepaalt het geslacht: X geeft een meisje, Y een jongen.
Deze slide heeft geen instructies