Bijles rekenen

Rekenen Nina
Les 2
Breuken


1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Rekenen Nina
Les 2
Breuken


Slide 1 - Tekstslide

Hoe gingen de opdrachten

Slide 2 - Open vraag

Gelijknamig krijgen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

1/2 + 1/3 = 

3/8 + 1/6 = 

4/5 + 1/8 =

3/4 + 7/20=
3/4 - 1/6 =

7/10 - 2/5 =

5/6 - 3/10 = 

13/18 - 2/9 =

Slide 5 - Tekstslide

1/2 + 1/3 = 3/6 + 2/6 = 5/6

3/8 + 1/6 = 9/24 + 4/24 = 13/24

4/5 + 1/8 = 32/40 + 5/40 = 37/40

3/4 + 7/20= 15/20 + 7/20 = 22/20 = 1 & 2/20 = 1 & 1/10
3/4 - 1/6 = 9/12 - 2/12 = 7/12

7/10 - 2/5 = 7/10 - 4/10 = 3/10

5/6 - 3/10 = 25/30 - 9/30 = 16/30 = 8/15 

13/18 - 2/9 = 13/18 - 4/18 = 9/18 = 1/2

Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 1
Bij een schoolreis naar een pretpark gaan 362 leerlingen mee. Er worden bussen gehuurd waar ongeveer 45 leerlingen per bus in passen.

Hoeveel bussen zijn er ongeveer nodig?

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 1 antwoord
Bij een schoolreis naar een pretpark gaan 362 leerlingen mee. Er worden bussen gehuurd waar ongeveer 45 leerlingen per bus in passen.

Hoeveel bussen zijn er ongeveer nodig?
360 : 40 = ongeveer 9

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 2

Tijdens een scoutingactiviteit worden houtblokken en aanmaakstokjes gebruikt om een kampvuur te maken.
Ze gebruiken hout en aanmaakstokjes in
de verhouding 4 :1
In totaal gebruiken ze 45 stukken materiaal.

Hoeveel houtblokken en hoeveel aanmaakstokjes zijn dat 

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 2 antwoord

Tijdens een scoutingactiviteit worden houtblokken en aanmaakstokjes gebruikt om een kampvuur te maken.
Ze gebruiken hout en aanmaakstokjes in
de verhouding 4 :1
In totaal gebruiken ze 45 stukken materiaal.
Hoeveel houtblokken en hoeveel aanmaakstokjes zijn dat 

4 stukken hout en 1 aanmaakstukje = samen 5 stukken materiaal.
45 totaal : 5 (voor 1 set) = 9 setjes van hout en aanmaakstukjes.
4 x 9 = 36 stukken hout in totaal & 1 x 9 = 9 aanmaakstukjes. 


Hout
4
x9
36
Aanmaakstokje
1
x9
9
Totaal
(4+1)
5
x9
45

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 3
Een leerling zegt: “1/8 is groter dan 1/6, want 8 is groter dan 6.”
Leg uit waarom dit niet klopt. Gebruik een voorbeeld of tekening in je uitleg.

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 3 antwoord
Een leerling zegt: “1/8 is groter dan 1/6, want 8 is groter dan 6.”
Leg uit waarom dit niet klopt. Gebruik een voorbeeld of tekening in je uitleg.

Dit klopt niet, want bij 1/8 is het getal verdeeld over 8 stukjes en dat is kleiner dan wanneer het er maar 6 zijn. 

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 4
Je vult je etui.
Van de potloden gebruikt je 1/4 voor schoolwerk en 3/10 voor tekenen.
Welk deel van zijn potloden gebruik je in totaal?

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 4 Antwoord
Je vult je etui.
Van de potloden gebruikt je 1/4 voor schoolwerk en 3/10 voor tekenen.
Welk deel van zijn potloden gebruik je in totaal?

1/4 + 3/10 = 5/20 + 6/20 = 11/20 

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 5
Emma maakt een grote salade. Ze gebruikt:
- 1/3 van de kom sla,
- 2/5 van de kom tomaten,
- 1/6 van de kom komkommer.

Vraag:
a) Welk deel van de kom is al gebruikt?
b) Welk deel van de kom is nog leeg?

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht 5 antwoord
Emma maakt een grote salade. Ze gebruikt:
- 1/3 van de kom sla,
- 2/5 van de kom tomaten,
- 1/6 van de kom komkommer.
Vraag:
a) Welk deel van de kom is al gebruikt? 
1/3 + 2/5 + 1/6 = 10/30 + 12/30 + 5/30 = 27/30 = 9/10

b) Welk deel van de kom is nog leeg?
 1/10

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht 6
Een chocoladereep wordt verdeeld onder 3 vrienden.
- De eerste eet 2/7 van de reep,
- De tweede eet 3/14,
- De derde eet 1/4.
Vraag:
a) Hoeveel van de reep is er in totaal gegeten?
b) Hoeveel van de reep blijft over?
c) Wie heeft het grootste stuk gegeten?

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 6
Een chocoladereep wordt verdeeld onder 3 vrienden.
- De eerste eet 2/7 van de reep,
- De tweede eet 3/14,
- De derde eet 1/4.
Vraag:
a) Hoeveel van de reep is er in totaal gegeten?
2/7 + 3/14 + 1/4 = 8/28 + 6/28 + 7/28 = 21/28 = 3/4 is opgegeten

b) Hoeveel van de reep blijft over?
1/4 deel van de reep

c) Wie heeft het grootste stuk gegeten?
De eerste

Slide 18 - Tekstslide

Wat weet je al breuken vermenigvuldigen en delen?

Slide 19 - Open vraag

Theorie breuken vermenigvuldigen
Het getal 1 kunnen we omschrijven als een breuk 
1 = 1/1
2 = 2/1
3 = 3/1
......
25 = 25/1
enzovoorts
                                                        Hoe vaak past het getal 8 in de 21?

Slide 20 - Tekstslide

Breuken vermenigvuldigen

Slide 21 - Tekstslide

Theorie breuken vermenigvuldigen
Lijn doortrekken. Tellers en de noemers keer elkaar 
Daarna zo klein mogelijk maken

Slide 22 - Tekstslide

Breuken vermenigvuldigen

Slide 23 - Tekstslide

Breuken delen theorie
Maak een breuk van hele getallen.
12 : 3/4  =  12/1 : 3/4 

Daarna vermenigvuldigen met het omgekeerde.
12/1 x 4/3 = 48/3 = 16
3 past 16 keer in de 48 
3 x 10 = 30
3 x 5 = 15
3 x 1 = 3 
30 + 15 + 3 = 48

Slide 24 - Tekstslide

Breuken delen
4 : 2/3 = 

1/6 : 2 =

12/24 : 2/6 = 

2 3/4 : 3 =


Slide 25 - Tekstslide

Gemengde breuk

Slide 26 - Tekstslide

Van school
Onderwerpen van school / toets

Slide 27 - Tekstslide

Volgende keer
- Omrekenen breuken naar decimalen en %
- Schaal

Slide 28 - Tekstslide

Opdracht 1
Noah bouwt een grote Lego-stad.
Van alle blokken die hij heeft, zijn 3/7 geschikt als muren.
Van deze muurblokken is 4/9 grijs en past perfect bij zijn ontwerp.

Vraag:
Welk deel van al zijn Lego-blokken bestaat uit grijze muurblokken?

Slide 29 - Tekstslide

Opdracht 2 
Voor het kampvuur is per groepje 3/4 van een bundel hout nodig.
De scoutinggroep heeft in totaal 9 bundels hout.

Vraag:
Hoeveel groepjes kunnen een kampvuur maken?

Slide 30 - Tekstslide

Tijdens een spelmiddag worden kaarten gedeeld.
Er ligt een stapel van 12 kaarten.
Elk kind krijgt 1/3 van een stapel kaarten.

Vraag:
Hoeveel kinderen kunnen elk 1/3 van een stapel kaarten krijgen?

Slide 31 - Tekstslide



Vermenigvuldigen

1/2 × 6 =
3/4 × 8 =
2/3 × 9 =
4/5 × 15 =
5/6 × 12 =


4/9 × 3/5 =
5/12 × 2/3 =
7/10 × 4/7 =
9/11 × 2/9 =
3/8 × 7/12 =



Delen

1/2 ÷ 4 =
1/3 ÷ 6 =
8 ÷ 2/5 =
18 ÷ 3/10 =
20 ÷ 7/9 =


5/6 ÷ 1/3 =
3/8 ÷ 1/4 =
7/10 ÷ 1/5 =
2/9 ÷ 2/3 =
5/12 ÷ 1/6 =
Losse sommen

Slide 32 - Tekstslide

Omrekenen
Breuk - Decimalen - %

Slide 33 - Tekstslide

Wat weet je al over schaal?

Slide 34 - Open vraag