Polyfonie, canon en fuga (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID

QUIZ

Terugblik: Polyfonie, canon en fuga

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met quiz over polyfonie, canon, fuga en technieken, met een luistervraag.

Onderdelen in deze les

VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID

QUIZ

Terugblik: Polyfonie, canon en fuga

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Pieter de Jode II / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5

Video: Salve Regina, Cistercian Monks of Stift Heiligenkreuz (kanaal: The Cistercian Monks of Stift Heiligenkreuz - Topic). Wat hoor je? Er klinkt maar één melodielijn, zonder tweede stem en zonder begeleiding. De monniken zingen die lijn samen. Dat is unisono. Goede antwoord: unisono.

Beluister het fragment. Hoe zingen de monniken?

A

Unisono

B

Homofonie

C

Een canon

D

Doorimitatie

Goed: unisono. Er klinkt één melodie. Wie homofonie kiest, hoort ten onrechte akkoorden.

Een componist gebruikt een vaste reeks van alle twaalf tonen, ook omgekeerd. Welke techniek is dit?

A

Doorimitatie

B

Seriële techniek

C

Cantus firmus

D

Stretto

Een vaste reeks van toonhoogtes die ook omgekeerd klinkt, is een seriële techniek. Wie cantus firmus kiest, verwart de reeks met een bestaande melodie in lange noten.

Welk deel van een fuga heeft een tussenspel zonder het volledige thema?

A

De expositie

B

Het stretto

C

De doorwerking

D

Het divertimento

Het divertimento ligt tussen de thema-inzetten in en bevat het thema niet volledig.

Zet de delen van een fuga in de volgorde van het schema

1

Divertimento

2

Doorwerking

3

Expositie

4

Stretto

5

Coda

Dit is het typische schema uit de uitleg. Niet elke fuga heeft alle delen en een divertimento kan vaker voorkomen.

Naast het thema van een fuga speelt een andere stem een eigen lijn. Wat is dit?

A

Een tegenstem

B

Een cantus firmus

C

Een omkering

D

Een steminzet

Goed: een tegenstem. Een steminzet is het moment waarop een stem begint.

Twee stemmen blijven een terts uit elkaar en gaan dezelfde kant op. Welke term past?

A

Tegenbeweging

B

Omkering

C

Parallelle beweging

D

Imitatie

Goed: parallelle beweging. Wie omkering kiest, verwart gelijke afstand met gespiegelde stappen.

Wat is een tegenmelodie?

Goed: een tweede melodie die tegelijk met de hoofdmelodie klinkt. Verwachte fout: de tegenmelodie noemen als de melodie zelf.

Waaruit bestaat de expositie van een fuga?

Goed: het thema komt een voor een in elke stem binnen, terwijl de stemmen die al klinken een tegenstem spelen. Verwachte fout: de expositie het slot noemen.

Stem 2 speelt de melodie met noten die half zo lang duren. Welk begrip past?

A

Vergroting

B

Omkering

C

Verkleining

D

Tegenbeweging

Kortere noten bij dezelfde toonhoogtes: verkleining. Wie vergroting kiest, draait lang en kort om.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID

GOED GEDAAN!

Je kent nu de structuren van polyfonie, canon en fuga. Succes met het examen!

Deze slide heeft geen instructies