1HV Lezen H4 - deel 2

1HV Lezen H4 
Tekstverbanden en signaalwoorden  
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

1HV Lezen H4 
Tekstverbanden en signaalwoorden  

Slide 1 - Tekstslide

Tekstverbanden

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Wat is het onderwerp van beide teksten?

Slide 8 - Open vraag

Escape room

Slide 9 - Woordweb

Uit welke alinea('s) bestaat de inleiding van tekst 5? Licht je antwoord toe.

Slide 10 - Open vraag

Woorden 
Betekenis
Driftig
angst voor afgesloten ruimtes
Als paddenstoelen uit de grond schieten
eigenzinnig, vasthoudend aan eigen wil
Claustrofobie
haastig
Initiatiefnemer
iemand die als eerste met iets begint
Anticlimax
scheikundige
Koppig
teleurstellende afloop
Chemicus
waakzaam 
Op je hoede 
snel en in groot aantal groeien

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Welke twee signaalwoorden voor een chronologisch verband staan er in alinea 1?

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Welke tegenstelling herken je in alinea 2?

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Tekstslide

Waarin verschilt The Room of Riddles van escape rooms in andere landen? (al.3)

Slide 18 - Open vraag

Ligt The Room of Riddles op een gunstige locatie? Licht je antwoord toe.

Slide 19 - Open vraag

Waarom is Sherlocked (al.4) een toepasselijke naam voor een escape room?

Slide 20 - Open vraag

Slide 21 - Tekstslide

Welk signaalwoord voor een tegenstelling herken je in alinea 4?
A
En
B
Maar
C
Bovendien
D
Hoewel

Slide 22 - Quizvraag

Welke tegenstelling herken je in alinea 4?

Slide 23 - Open vraag

Welke twee doelgroepen vindt Victor van Doorn erg geschikt voor escape rooms?

Slide 24 - Open vraag

Slide 25 - Tekstslide

Aan het eind van alinea 7 staat een opsomming. Waarvan is dat een opsomming?










Aan het eind van alinea 7 staat een opsomming. Waarvan is dat een opsomming?














Slide 26 - Open vraag

Wat is de hoofdgedachte van tekst 5?

Slide 27 - Open vraag