6.4. Mensen in het zand- en lösslandschap

Planning
  •  Herhaling par. 6.3. 
  • Voorbereiding par. 6.4. 
  • Bespreken voorbereiding 6.4.

Nodig: schrift + pen 
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Planning
  •  Herhaling par. 6.3. 
  • Voorbereiding par. 6.4. 
  • Bespreken voorbereiding 6.4.

Nodig: schrift + pen 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6.4. Mensen in het zand- en lösslandschap

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je kennen en kunnen?

- wat het verschil is tussen het landbouwsysteem op de zandgronden vroeger en nu;
- wat een voor- en een nadeel is van specialisatie op intensieve veeteelt;
- wat de kenmerken zijn van het lösslandschap;
- welke verschillen er zijn tussen het löss- en het zandlandschap;
- welke landschappen er voorkomen in Nederland (figuur 19).

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbereiding
Lees de tekst van par. 6.4. Geef antwoord op de vragen in je schrift. Eerder klaar? Maak opdracht 1  t/m 4 van par. 6.4. in WB
  1. Waarom is zand een onvruchtbare grondsoort? Ga in op de korrelstructuur.
  2.  Hoe zorgden de boeren ervoor dat de onvruchtbare grond toch geschikt werd voor akkerbouw?
  3. Welke veranderingen hebben plaatsgevonden in het zandlandschap na 1900 en 1950?
  4. Door de uitvinding en invoering van kunstmest gingen veel boeren zich specialiseren, eerst op veeteelt en later op intensieve veeteelt. Noem een voor- en nadeel van intensieve veeteelt.
  5. Waarom wijkt het landschap van Zuid-Limburg sterk af van de andere landschappen in Nederland? Noem drie kenmerken van het lösslandschap.
  6. Bekijk figuur 19. De omgeving van Arnhem bevindt zich op de grens van twee landschappen. Leg in eigen woorden uit hoe deze twee landschappen zijn gevormd.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speeddaten

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zorgden de boeren ervoor dat de onvruchtbare grond toch geschikt werd voor akkerbouw?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Potstalcultuur
Door schapen te houden werden er dikke plakken mest gecreeërd. Deze mest werd in plaggen uitgestoken en met de zandgrond gemengd zodat de grond vruchtbaar werd

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Potstalsysteem
Zand->niet vruchtbaar->akkerbouw->potstalsysteem.

Schapen->overdag heide->brink->'s nachts potstal.

Mest potstal->es->vruchtbaar->houtwallen.

Sinds kunstmest 1900->systeem overbodig->beplant bos.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Welke veranderingen hebben plaatsgevonden in het zandlandschap na 1900 en 1950?
  • Uitvinding van kunstmest -> schapenmest overbodig -> heidevelden werden ontgonnen > dalende graanprijzen > boeren gaan specialiseren -> vooral veeteelt 



Slide 17 - Tekstslide

Twaalfduizend jaar lang is er een tekort aan. Twaalfduizend jaar lang gooien boeren van alles op hun akkers om maar méér van dit stofje bij hun gewassen te krijgen: van hooi tot haver, van blubber tot bloed, van zeewier tot zeespons, tot – jawel – menselijke uitwerpselen. In sommige steden kopen boeren zelfs een ‘beerbiljet’ om ‘s nachts beerputten leeg te mogen scheppen.
https://decorrespondent.nl/11608/de-belangrijkste-uitvinding-van-de-20ste-eeuw-houdt-ons-in-leven-en-is-een-ramp-voor-het-milieu-de-oplossing-minder-vlees-eten/23169304010864-77805804#:~:text=Dat%20heeft%20alles%20te%20maken,bereiden%3A%20d%C3%A9%20grondstof%20voor%20stikstofkunstmest.
2. Welke veranderingen hebben plaatsgevonden in het zandlandschap na 1900 en 1950?
  • Veel boeren kregen concurrentie uit andere delen van de wereld
  • Boeren gingen over tot schaalvergroting
  • Intensieve veehouderij (bio-industrie --> niet te verwarren met de biologische veehouderij)


  • Toenemende intensivering en mechanisatie nodig

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

INTENSIEVE én
EXTENSIEVE VEETEELT

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat waren de gevolgen van deze veranderingen voor de inrichting van het zandlandschap?
  • Overal verschenen voedersilo's en (mega)stallen
  • Duizenden kippen, runderen en varkens


  • Deze liggen in een strak landschap van eindeloze weilanden, akkers en rechtgetrokken beken, dit maakte de afwatering van regenwater makkelijker

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruilverkaveling 
Voor & Na 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Extensieve en intensieve veeteelt
extensieve veeteelt: weinig vee per hectare
—> vooral in de onherbergzame gebieden

intensieve veeteelt: veel vee per hectare 
—> megastallen met grote hoeveelheden vee

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"Eerst stond veeteelt in dienst van de akkerbouw. Nu staat de akkerbouw in dienst van de veeteelt"
Leg bovenstaande uitspraak uit

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

lösslandschap
lösslandschap

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afrika botst tegen Europa
Dit vormde de Alpen en zorgde ervoor dat Zuid-Limburg, de Eifel en Ardennen omhoog kwamen. Rivieren gingen zich hierdoor insnijden. Er ontstaat een getrapt landschap.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rivierterras

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Erosie
Löss is erg erosiegevoelig. Op steile hellingen zijn stukjes bos te vinden, om erosie tegen te gaan -> Remmen het water. 
Zo ontstaat er een                     in het landschap.


Graft
Evenwijdig aan de hoogtelijnen gelegen steile rand of 'knik' begroeid met bomen en struiken om bodemerosie tegen te gaan

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plateaus en dalen
Veel vruchtbare löss en dus geschikt voor akkers en boomgaarden. 
De dalen zijn vochtig en stenig. Dus vooral veel grasland.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een holle weg in Margraten (Zuid-Limburg)
Kenmerkend voor een lösslandschap zijn de holle wegen. Dit zijn diepe erosiegeulen, uitgesleten door water dat van het plateau afstroomt.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies