communicatie periode 3 les 2

beroepscode en ethiek
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
EthiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

beroepscode en ethiek

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
  • De student kan aan het einde van de les vertellen wat de begrippen: beroepshouding, grondhouding en beroepscode inhouden
  • De student kan aan het einde van de les uitleggen wat het vak "Ethiek" inhoudt
  • De student kan aan het einde van de les de begrippen normen en waarden in eigen woorden uitleggen.
  • De student kan aan het einde van de les professionele eigenschappen bij zichzelf herkennen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta jij onder 'beroepshouding'?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Beroepshouding
Het is belangrijk dat je als beroepskracht MZ over de juiste beroepshouding beschikt. Je bent namelijk niet vrij in je houding. De basis voor je beroepshouding is je grondhouding. Die heb je je in de loop van je leven eigen gemaakt. Omdat je grondhouding helemaal bij jou hoort, kun je die niet scheiden van je beroepshouding.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beroepscode
De beroepscode voor sociaal-agogisch werkers van Phorza/NVMW geeft duidelijke richtlijnen voor de beroepshouding van de beroepskracht MZ. De beroepscode geeft duidelijk aan welke waarden sociaal-agogisch werkers in hun beroepsuitoefening belangrijk vinden, te weten: integriteit, betrokkenheid, rechtvaardigheid, een goed gevoel voor verhoudingen en relaties, respect, vertrouwelijkheid, assertiviteit, zelfbeschikking, representativiteit en empathie.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grondhouding
Je grondhouding is de basishouding die bij jouw persoonlijkheid hoort en onlosmakelijk verbonden is met jouw persoonlijke waarden en normen. Je grondhouding is zichtbaar in je gedrag. Vooral het ethische aspect van je houding is belangrijk en van invloed op je beroepshouding. Het gaat hierbij om de vraag wat je wel en geen goede handelwijze vindt.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De ethische optiek
  • Onderscheid tussen ethiek en moraal:
  • Moraal: waarden en normen
  • Ethiek: het nadenken over die waarden en normen én:
  • Hoe behoren mensen te leven?
  • Ethiek is ook: hoe je naar de werkelijkheid kijkt
  • Het is dus een bepaalde optiek

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus
Lees de casus
Janice is een nieuwe stagiaire op een dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking. Vandaag ontmoet ze voor het eerst haar stagebegeleider Willem. Willem staat bij de deur om haar een warm welkom te heten. Enthousiast steekt hij zijn hand naar haar uit. Janice fronst, kijkt naar beneden en loopt direct door naar de teamkamer. Willem staat met zijn nog uitgestoken hand in de deuropening. Vol verbazing kijkt hij Janice na terwijl ze de teamkamer inloopt. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht casus
  • Bespreek in tweetallen wat je van het gedrag van Janice vindt en waarom.
  • Schrijf dit op
  • We bespreken het na met de groep.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarden
Een waarde is iets dat belangrijk is, iets van ‘waarde’. Iets dat je wenselijk vindt, iets wat je na wilt streven. Een waarde is meestal één enkel woord, bijvoorbeeld: eerlijkheid, hulpvaardigheid, vriendelijkheid enz.


Slide 13 - Tekstslide

Waarden kun je omschrijven als de idealen of overtuigingen van een groep mensen. Zaken die belangrijk worden gevonden en het nastreven waardig zijn. Vanuit waarden ontstaan gedragsregels (normen). Vandaar dat deze twee woorden zo vaak samen worden gebruikt.
Normen
Als je de waarde nastreeft dan gedraag je je op een bepaalde manier. Dat noemen we dan de norm, bijvoorbeeld: 
Waarde = eerlijkheid -> Norm = niet liegen
Waarde = hulpvaardigheid -> Norm = anderen helpen
Waarde = vriendelijkheid -> Norm = aardig zijn

Een norm is een gedragsregel

Slide 14 - Tekstslide

Er kunnen meerdere normen (gedragsregels) worden toegeschreven aan een bepaalde waarde.  
Voorbeeld beleefdheid -> 
1 . Als iemand je helpt met iets, bedank je die persoon. 
2. Als er oudere mensen in de trein instappen sta je voor diegene op. Enzovoort
Opdracht
  • Op het bord komen telkens twee normen te staan.
  • Schrijf op welke jij het belangrijkst vindt.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vind jij het belangrijkst?
Je moet rationele beslissingen nemen
Je mag je door je gevoel laten leiden

Slide 16 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke vind jij het belangrijkst?
Je moet steeds naar verbetering streven
Je mag het kalm aan doen

Slide 17 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke vind jij het belangrijkst?
Je moet je aan de regels houden
Je mag van de groepsnormen afwijken

Slide 18 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke vind jij het belangrijkst?
Je moet het belang van de groep voor je eigen belangen zetten
Je mag voor jezelf opkomen

Slide 19 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke vind jij het belangrijkst?
Je moet open staan voor andersdenkenden
Je moet een meerderheids-besluit accepteren en uitvoeren

Slide 20 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke vind jij het belangrijkst?
Je moet je van anderen onderscheiden
Je moet anderen betrekken bij beslissingen

Slide 21 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke vind jij het belangrijkst?
Alles moet bespreekbaar zijn
Je mag niet roddelen

Slide 22 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Op het bord komt een lijst met waarden te staan.
Kies de 3 waarden die jij het belangrijkst vindt.

Slide 23 - Woordweb

Bespreek waarom deze waarde belangrijk zijn voor de studenten en welke normen hieraan verbonden zijn. Wat nemen zij hiervan mee naar de praktijk? 
Tekstaandacht - behulpzaamheid - betrouwbaarheid bescheidenheid - betrokkenheid - plezier dankbaarheid - discipline - eerlijkheid - respect
duidelijkheid - eenvoud - eigenheid - flexibiliteit geduld - gehoorzaamheid - gelijkwaardigheid humor - veiligheid - liefde - loyaliteit - loslaten onafhankelijkheid - orginaliteit - openheid optimisme - rationaliteit - rechtvaardigheid toewijding - tolerantie - vertrouwen - zorgzaam verantwoordelijkheid - zelfstandigheid

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn waarden?
A
Wat JIJ belangrijk vindt in het leven
B
Hetzelfde als normen
C
Regels die de wet bepaalt
D
Wat anderen belangrijk vinden

Slide 25 - Quizvraag


Waarden zijn cultuur- en persoonsafhankelijk 
Wat zijn normen?
A
Gezondheid
B
Waarden
C
Alles in de maatschappij
D
Geschreven en ongeschreven regels

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Beroepshoudingsaspecten
In de beroepshouding van een beroepskracht MZ gaat het om verschillende houdingsaspecten. Je bent betrokken, hebt een empathische houding en benadert de cliënt respectvol. Je bent eerlijk en oprecht en hebt een positieve en professionele uitstraling. Afhankelijk van wat de situatie vraagt treedt je meteen handelend op of wacht je het juiste moment af om te doen wat nodig is.


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide


Geef studenten 1 minuut de tijd om het begrip te lezen. Geef aan dat je hierna willekeurig studenten gaat vragen om voorbeelden en het begrip in eigen woorden uit te leggen. 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke professionele eigenschappen herken je bij jezelf? Benoem er 3.

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Boek: Thieme Meulenhoff; Communicatie en ondersteuning
Module 1
Lees paragraaf 2.1 t/m 2.3  en maak de verwerkingsopdrachten niveau 4  1 t/m 8

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat neem je mee van deze les?

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies