Infecties en infectieziektes

Verplegen bij infectie en infectieziekten
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Verplegen bij infectie en infectieziekten

Slide 1 - Tekstslide

Ziekmakend
Ziekteverwekkende micro-organismen kunnen a-pathogeen, opportuun of pathogeen zijn.
  • a-pathogeen: niet ziekmakend.
  • Opportuun pathogeen betekent dat het micro-organisme alleen ziekmakend is wanneer het micro-organisme daar ruimschoots de kans voor krijgt. bijv, in een open wond.
  • Pathogeen: micro-organismen die erom bekendstaan dat zij mensen ziek maken.

Slide 2 - Tekstslide

Infectie
  • Micro-organismen breken in grote getale door de huid of slijmvlies-barrière heen. Er is dan sprake van een invasie.
  • Het lichaam verdedigt zich met de in het bloed aanwezige afweerstoffen en witte bloedlichaampjes.
  • De strijd die losbarst tussen de aanvallende micro-organismen en de verdediging van ons lichaam noemen we een infectie.
  • Een infectie gaat altijd gepaard met ontstekingsverschijnselen.

Slide 3 - Tekstslide

Risicomomenten
Bepaalde momenten in de zorg  brengen extra risico’s op besmetting met zich mee. 
Micro-organismen kunnen worden overgedragen via een zorgvragers, zorgverleners, uit de omgeving, aan gebruiksvoorwerpen of verspreiden in de lucht. 




Slide 4 - Tekstslide

Risicomomenten

Deze risicomomenten zijn die waarop je contact maakt met:
  • bloed, lichaamsvocht en uitscheidingsproducten;
  • niet-intacte huid of slijmvliezen;
  • materialen die in aanraking zijn geweest met bloed, lichaamsvocht, uitscheidingsproducten, niet-intacte huid of slijmvliezen.


Slide 5 - Tekstslide

Risicomomenten

Deze risicomomenten zijn die waarop je contact maakt met:
  • bloed, lichaamsvocht en uitscheidingsproducten;
  • niet-intacte huid of slijmvliezen;
  • materialen die in aanraking zijn geweest met bloed, lichaamsvocht, uitscheidingsproducten, niet-intacte huid of slijmvliezen.


Slide 6 - Tekstslide

Opdracht
Zoek het volgende op;
  1. Wat betekend bij het overdragen van ziekteverwekkers direct en indirect contact? Geef bij elk 3 voorbeelden.
  2. Wat is MRSA bacterie? Wat zijn risicofactoren?
  3. Wat is het Norovirus? Hoe loop je het op? Wat zijn de symptomen en kan je het voorkomen

Zoek dit op via de website van het RIVM en GGD

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht
Je hebt verschillende vormen van geïsoleerd verplegen zoals
Bronisolatie voorbeelden hiervan zijn: 
  1. Contactisolatie/ barrière verpleging​
  2. Standaardisolatie​
  3. Strikte isolatie 
  4. Beschermende isolatie
Beschrijf wat bovenstaande inhoud, welke maatregelen je kan nemen als verpleegkundige
Zoek dit op via de site van ziekenhuizen.

Slide 8 - Tekstslide

Verspreiding voorkomen
Infecties voorkomen kan op verschillende manieren:​

  • Hygiënisch werken​
  • Gebruik van steriele materialen en disposables​
  • Desinfectie en reiniging​
  • Isolatie van besmettelijke zorgvragers ​



Slide 9 - Tekstslide

MRSA
Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA)
Om verspreiding van MRSA tegen gaan maatregelingen inzetten bij. 
  • Een zorgvrager die de afgelopen twee maanden langer dan 24 uur in een buitenlandse zorginstelling heeft verbleven.
  • Een zorgvrager die (in het verleden) besmet is met MRSA.
  • Een medewerker die de afgelopen twee maanden langer dan 24 uur in een buitenlandse instelling heeft verbleven.
  • Zorgvrager die in contact komt met varkens-, vleeskalveren-, of vleeskuikens


Slide 10 - Tekstslide

Van een MRSA-besmetting word je altijd ziek
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Geïsoleerd verplegen
1. Zorgvrager loopt een gevaar een infectie op te lopen (beschermende isolatie) 

2. Zorgvrager loopt het gevaar anderen te besmetten (bronisolatie)

3. Beide vormen kunnen ook samen gebruikt worden (universele isolatie)

Slide 12 - Tekstslide

Beschermende isolatie 

Zorgvrager loopt een gevaar een infectie op te lopen.

DUS de zorgvrager  
wordt beschermd.

Luchtdruk in de kamer is hoger dan de luchtdruk buiten de kamer ​

De zorgvrager wordt beschermd, anderen zijn besmettelijk voor de zorgvrager.

Slide 13 - Tekstslide

Bronisolatie

Drie vormen:​
A. Contactisolatie/ barrière verpleging​
B. Standaardisolatie​
C. Strikte isolatie
Luchtdruk in de kamer is lager dan de luchtdruk buiten de kamer ​

Anderen worden besmet, zorgvrager is besmettelijk

Slide 14 - Tekstslide

Bronisolatie


Drie vormen:​
A. Contactisolatie/ barrière verpleging​
Besmetting enkel door direct contact of voorwerpen
Voorbeelden: slijmvlies- en huidaandoeningen en geslachtsziekten​. 

Slide 15 - Tekstslide

Bronisolatie



Drie vormen:​
B. Standaardisolatie​
Als besmetting plaats kan vinden door micro-organismen die door direct lichaamscontact en/of door de lucht op korte afstand worden verspreidt​
Voorbeelden: luchtweginfecties, virusinfecties en kinderziekten​

Slide 16 - Tekstslide

Bronisolatie

Strikte isolatie
Als een zorgvrager geïnfecteerd is met een zeer besmettelijk, een zeer slecht te bestrijden of een zeer gevaarlijk micro-organisme​
Standaard isolatie is niet voldoende om verspreiding te voorkomen​
Voorbeelden: E.S.B.L. MRSA-bacterie​, multiresistente open tuberculose

Slide 17 - Tekstslide