W17 NE 3V Betoog Les 1

Nieuwe week & nieuwe taak
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

Nieuwe week & nieuwe taak

Slide 1 - Tekstslide

Weektaken
De LessonUp bevat de volgende onderdelen:
  • Antwoorden eindtaken week 15
  • Uitleg bij het schrijven van een betoog
  • Eindtaak: het betoog schrijven

Slide 2 - Tekstslide

Opzet week 17 - 20  t/m 22 april
  • Antwoorden eindtaken week 15: spelling H4 en H5
  • Uitleg schrijven betoog
  • Eindtaak
  1. Betoog schrijven van 300 woorden

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Deze week leer je:
  • hoe je een argumentatieschema omzet in een lopende tekst.
  • uit welke onderdelen een betoog bestaat.
  • hoe je een pakkend betoog schrijft in weinig woorden.

Slide 4 - Tekstslide

Antwoorden spelling
Beter spellen heeft een app waarmee je extra kunt oefenen. Je kunt ook instellen dat je elke dag een mail krijgt met dagelijkse oefeningen.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Het betoog
Waarom is dit nuttig?
Hoe nu verder?
Wat is een betoog?
Wat gaan we er verder mee doen?

Slide 13 - Tekstslide

Waarom is dit nuttig?

Het delen van eigen ideeën en het kritiek geven op die van anderen gebeurt grotendeels schriftelijk. Het is noodzakelijk dat je deze skills beheerst.

Slide 14 - Tekstslide

Hoe nu verder?
Wat heb je al?
  1. Stelling/standpunt
  2. Argumenten bij jouw stelling

Wat gaan we nu doen?
  1.  Een argumentatiestructuur maken
  2.  Jouw stelling en argumenten omzetten naar een tekst

Slide 15 - Tekstslide

Het betoog
Het betoog is een overtuigende tekst waarmee de schrijver de lezer wil overtuigen van zijn/haar standpunt.

Het standpunt wordt onderbouwd met argumenten:
  • gewoon (voor)argument, feitelijk en/of niet-feitelijk
  • tegenargument + weerlegging
Voor deze opdracht richten we ons alleen op voorargumenten.

Slide 16 - Tekstslide

Betoogstructuur
Titel (Jouw stelling is de titel)

Inleiding 
alinea 1: aandacht trekken lezer + onderwerp introduceren (5W-vragen) + stelling formuleren

Middenstuk
alinea 2: voorargument 1
alinea 3: voorargument 2

Slot:
alinea 4: samenvatting + stelling + terugkoppeling inleiding + goede laatste zin

Slide 17 - Tekstslide

Inleiding

Een inleiding kan verschillende functies hebben. Het is belangrijk om de aandacht van de lezer te trekken en het onderwerp te introduceren. Daarnaast eindig je bij een betoog de inleiding altijd met een stelling. (Je stelt in een betoog geen vraag als stelling!)

Onderwerp introderen met 5W-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom

Slide 18 - Tekstslide

Voorbeeld inleiding
alinea 1:
Gefrituurde sprinkhanen, gebakken kevers en gedroogde maden: het zijn geen bijzonderheden op de vele markten in Aziatische landen. Voor tachtig procent van de bevolking zijn gefrituurde wespen en andere insecten lekkernijen. In Nederland is dit eerder een uitzondering dan gewoonte. Wij trekken al snel vieze gezichten bij de gedachte om insecten te eten. Toch moet er een oplossing worden bedacht voor de vleesindustrie. Insecten vormen een prima alternatief voor vlees.

Slide 19 - Tekstslide

Middenstuk
In het middenstuk onderbouw je jouw standpunt met argumenten. Een volledige argumentatie bestaat uit:
  1.  Een argument
  2.  Een onderbouwing/uitleg van het argument + verwijzing naar bronnen
  3.  Een voorbeeld (Dit is niet verplicht, maar versterkt een argument vaak wel.)

Voor deze opdracht gebruiken wij alleen voorargumenten. Volgend jaar gaan wij in op het weerleggen van tegenargumenten.

Slide 20 - Tekstslide

Voorbeeld middenstuk
alinea 2:
Ten eerste is het eten van insecten een stuk beter voor het milieu, aldus hoogleraren Marcel Dicke en Arnold van Huis. Voor de productie van eetbaar insectenvlees is namelijk twaalf keer minder voer en grond nodig dan voor de traditionele vleesproductie. Ook worden er bij de productie van insectenvlees honderd keer minder broeikasgassen uitgestoten dan bij de productie van rund- of varkensvlees. Dit komt uit het onderzoek van de consumentenbond naar voren.

Slide 21 - Tekstslide

Voorbeeld middenstuk
alinea 3:
Ten tweede [argument 2] + onderbouwing

Waar moet je op letten:
  1.  Maak gebruik van signaalwoorden.
  2.  Verwijs in de tekst naar bronnen.

Slide 22 - Tekstslide

Slot
In het slot herhaal je jouw standpunt, geef je een samenvatting van de argumentatie en verwijs je terug naar de inleiding. Door terug te komen op de inleiding maak je de tekst rond. Zorg daarbij voor een pakkende laatste zin.

Slide 23 - Tekstslide

Voorbeeld slot
Alinea 4:
Kortom, insecten vormen een prima alternatief voor vlees, omdat het beter is voor het milieu en [argument 2]. Hopelijk zetten veel Nederlanders de stap van "griezelig" naar "uitdagend", zodat er in de zomer geen worstjes maar sprinkhanen op de barbecue liggen.

Slide 24 - Tekstslide

Wat gaan we ermee doen?
  1. Aankomende week schrijf je een betoog van 300 woorden.
  2. Het betoog lever je in via de ELO.
  3. De docent maakt een digitale omgeving waarin de betogen komen te staan.
  4. Na de vakantie gaan we elkaar commentaar geven op de betogen. (Denk hierbij aan de commentaar mogelijkheden bij blogs, opiniesites, krantensites, etc.)

Slide 25 - Tekstslide

Aan de slag
Richtlijnen betoog:

Alinea 1 (circa 50-70 woorden)
Alinea 2 (circa 100 woorden)
Alinea 3 (circa 100 woorden)
Alinea 4 (circa 50-70 woorden)

Slide 26 - Tekstslide

Weektaak 17 afgerond


Nu vakantie....

Slide 27 - Tekstslide