Het Scooterhuis: meer nettowinst

Het Scooterhuis en nettowinst

1 / 33
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Het Scooterhuis en nettowinst

Open de les met het herkenbare idee dat een ondernemer geld wil overhouden. Deze les gaat niet over omzet alleen, maar over nettowinst: wat er echt overblijft na kosten.

Lesdoel

Ik kan uitleggen hoe een ondernemer meer nettowinst kan maken en hoe ik een verkoopprijs exclusief btw uitreken.

Deze slide heeft geen instructies

Kleine bedrijven versus grote bedrijven

  • Een klein bedrijf verkoopt vaak minder producten.

  • Een groot bedrijf verkoopt vaak meer producten.

  • Groot inkopen kan voordelen geven.

  • De grootte van een bedrijf kan invloed hebben op de winst.

Leg uit dat grootte niet automatisch betekent dat een bedrijf beter is, maar wel dat grote bedrijven vaak sterker staan bij inkopen en kosten spreiden over meer verkoop.

Waarom grote bedrijven vaak voordeel hebben

  • Ze kopen vaak grote aantallen in.

  • Daardoor kunnen ze vaak een lagere inkoopprijs krijgen.

  • Ze kunnen kosten verdelen over veel producten.

  • Dat kan helpen om meer nettowinst te maken.

Deze slide heeft geen instructies

Kleine bedrijven hebben ook keuzes

  • Een klein bedrijf koopt vaak minder in.

  • De inkoopprijs is dan vaak hoger.

  • Daarom moet een kleine ondernemer goed letten op prijzen en kosten.

Benadruk dat kleine bedrijven niet kansloos zijn. Ze moeten juist slim omgaan met inkoop, verkoopprijs en bedrijfskosten.

Grootte en nettowinst

De grootte van een bedrijf heeft invloed op de nettowinst. Grote bedrijven kunnen vaak goedkoper inkopen. Kleine bedrijven moeten extra goed kijken naar hun kosten en hun verkoopprijs.

Deze slide heeft geen instructies

Waarom heeft een groot bedrijf vaak voordeel?

A

Meer klanten

B

Lagere inkoopprijs

C

Minder producten

D

Hogere huur

Sluit aan op slides 2-5: grote bedrijven kopen vaak groot in en krijgen daardoor vaker een lagere inkoopprijs.

Klein en groot bedrijf

Een groot bedrijf koopt vaak grote aantallen in. Daardoor is de inkoopprijs vaak lager. Een klein bedrijf moet extra goed letten op kosten en verkoopprijs.

groot bedrijf
inkoopprijs
klein bedrijf
bedrijfskosten
verkoopprijs
klant
btw

De drie kernbegrippen uit deze eerste subtopic worden herhaald in bekende zinnen uit de contentslides.

Gevolg van verlaging inkoopprijzen

  • De inkoopprijs is wat een ondernemer betaalt voor een product.

  • Als de inkoopprijs daalt, worden de kosten per product lager.

  • Bij dezelfde verkoopprijs blijft er meer over.

Deze slide heeft geen instructies

Van lagere inkoop naar meer winst

Lagere inkoopprijs → lagere kosten per product → meer over van de verkoopprijs → hogere nettowinst

Noem dat dit vooral geldt als de ondernemer de verkoopprijs niet verlaagt. Anders kan het voordeel kleiner worden.

Voorbeeld van lagere inkoopprijs


Koopt Het Scooterhuis een scooter goedkoper in, dan kost die scooter het bedrijf minder geld. Wordt de scooter voor dezelfde prijs verkocht, dan stijgt de nettowinst.

Deze slide heeft geen instructies

Goed inkopen is belangrijk

  • Vergelijken van leveranciers kan helpen.

  • Groot inkopen kan korting geven.

  • Een lagere inkoopprijs is een manier om de nettowinst te verhogen.

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er bij lagere inkoopprijs?

A

Minder btw

B

Hogere kosten

C

Meer nettowinst

D

Minder klanten

Alleen juist als de verkoopprijs gelijk blijft, zoals in de uitleg op slides 6-9.

Van inkoop naar winst

Als de inkoopprijs daalt, worden de kosten per product lager. Bij dezelfde verkoopprijs blijft er meer over. Zo stijgt de nettowinst van het bedrijf.

inkoopprijs
verkoopprijs
nettowinst
btw
huur
klanten
verzekering

Herhaalt de oorzaak-gevolgketen van slides 6-8.

Laag houden van bedrijfskosten


  • Bedrijfskosten zijn kosten van het bedrijf.

  • Denk aan huur, energie en loon.

  • Als bedrijfskosten lager zijn, houdt een ondernemer meer geld over.

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden van bedrijfskosten

  • Hoge kosten verlagen de winst.

  • Lagere kosten verhogen de nettowinst.

Waarom opletten?

  • huur

  • energie

  • loon

  • verzekering

Kosten in het bedrijf

Gebruik eenvoudige voorbeelden uit een winkel: verlichting, werkplaats, personeel, reclame. Houd het concreet en herkenbaar.

Bedrijfskosten en nettowinst

Hoge bedrijfskosten zorgen dat er minder geld overblijft. Een ondernemer probeert daarom bedrijfskosten zo laag mogelijk te houden, zonder dat het bedrijf slechter werkt.

Maak duidelijk dat te veel besparen ook nadelen kan hebben. De kern hier is: kosten laag houden helpt, maar het bedrijf moet wel goed blijven draaien.

Slim omgaan met kosten

  • Minder onnodige kosten.

  • Goed letten op energie en huur.

  • Kosten laag houden helpt bij meer nettowinst.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een bedrijfskosten?

A

Loon

B

Scooter

C

Klant

D

Korting

Loon staat expliciet in de voorbeelden van bedrijfskosten. De andere opties horen niet bij bedrijfskosten in deze context.

Kosten laag houden

Bedrijfskosten zijn kosten van het bedrijf, zoals huur, energie en loon. Als deze kosten lager zijn, blijft er meer geld over en stijgt de nettowinst.

huur
loon
geld
btw
klant
korting
product

Eenvoudige begrippencontrole bij slides 10-13.

Gevolgen van verhogen verkoopprijzen


  • De verkoopprijs is de prijs die de klant betaalt.

  • Een hogere verkoopprijs kan zorgen voor meer opbrengst per product.

  • Dan kan de nettowinst stijgen.

Deze slide heeft geen instructies

Maar een hogere prijs heeft ook risico

  • Klanten kunnen de prijs te hoog vinden.

  • Dan kopen ze minder.

  • Minder verkoop kan de winst juist verlagen.

Hier zit de economische afweging: meer verdienen per product tegenover mogelijk minder verkochte producten.

Verkoopprijs verhogen: twee kanten

Hogere verkoopprijs → meer opbrengst per product

Te hoge verkoopprijs → minder klanten → minder verkoop

Deze slide heeft geen instructies

Een ondernemer moet kiezen

Een ondernemer zoekt een goede verkoopprijs. De prijs moet hoog genoeg zijn voor winst, maar niet zo hoog dat klanten wegblijven.

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan een te hoge verkoopprijs doen?

A

Meer loon

B

Minder verkoop

C

Lagere btw

D

Meer kosten

Toetst het risico uit slides 14-17: klanten kunnen afhaken, waardoor de verkoop daalt.

Waar moet een ondernemer op letten bij de prijs?

Bespreek dat een goede verkoopprijs hoog genoeg moet zijn voor winst, maar niet zo hoog dat klanten wegblijven. Let op de afweging tussen opbrengst per product en aantal verkopen.

Prijs exclusief btw uitrekenen

Bij een product met hoge btw reken je zo:


prijs exclusief btw = prijs inclusief btw : 121 x 100

Gebruik exact de formule uit de opdracht. Zeg hardop: eerst delen door 121, daarna keer 100.

Wat betekent exclusief btw?

  • Inclusief btw: de prijs mét btw.

  • Exclusief btw: de prijs zonder btw.

  • Ondernemers rekenen vaak met prijzen exclusief btw.

Deze slide heeft geen instructies

Rekenvoorbeeld

Prijs inclusief btw: €121


Prijs exclusief btw = 121 : 121 x 100 = €100

Kies een eenvoudig voorbeeld zodat leerlingen het patroon zien. Eventueel daarna mondeling nog een tweede voorbeeld geven.

Waarom dit handig is

  • Zo weet je wat de echte verkoopprijs zonder btw is.

  • Dat helpt bij rekenen met opbrengst en winst.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe reken je prijs exclusief btw uit?

A

incl. prijs : 100 x 121

B

incl. prijs : 121 x 100

C

incl. prijs x 121 : 100

D

incl. prijs - 21

Sluit precies aan op slide 18. Laat leerlingen de volgorde herkennen: eerst delen door 121, dan keer 100.

Btw uitrekenen

Bij hoge btw reken je de prijs exclusief btw uit met de formule: prijs inclusief btw : 121 x 100. Bij €121 inclusief btw is de prijs exclusief btw €100.

exclusief btw
121
100
21
110
inclusief btw
120

Controleert of leerlingen de formule en de begrippen inclusief/exclusief btw herkennen.

Begrippen

nettowinst - geld dat overblijft nadat alle kosten zijn betaald

inkoopprijs - de prijs die een ondernemer betaalt voor een product

verkoopprijs - de prijs die de klant betaalt

bedrijfskosten - kosten van het bedrijf, zoals huur, energie en loon

btw - belasting die bij de prijs van veel producten komt

inclusief btw - prijs met btw

exclusief btw - prijs zonder btw

Deze slide heeft geen instructies